Letschert: “Minister kaatst de bal terug zonder ons kaders te geven”

Letschert: “Minister kaatst de bal terug zonder ons kaders te geven”

Brief Bruins biedt weinig duidelijkheid over positie universiteiten krimpregio’s

12-02-2025 · Nieuws

MAASTRICHT. Even leek het alsof de vlag uit kon voor universiteiten in krimpregio’s. In een brief aan de Eerste Kamer schrijft onderwijsminister Bruins dat zij de ruimte krijgen om internationale studenten te blijven ontvangen. Maar in dezelfde brief benadrukt hij dat Nederlands als opleidingstaal de norm blijft, óók in deze regio’s, en dat een vrijwel volledig Engelstalig aanbod “onwenselijk” is.

“Het is volstrekt onduidelijk wat de minister van de universiteiten wil”, zegt de Maastrichtse collegevoorzitter Rianne Letschert desgevraagd. Welke regio’s zijn bijvoorbeeld krimpregio’s? Bruins wil dat vastleggen in de Wet Internationalisering in Balans, zodat helder is welke onderwijsinstellingen van de uitzonderingspositie gebruik kunnen maken. Dat lijstje is echter nog in de maak.

En wat houdt die uitzonderingspositie precies in? In ieder geval niet dat deze bacheloropleidingen aan de taaltoets, waarbij universiteiten moeten aantonen dat Engels de beste taal is voor die studie, zullen ontkomen. Wel mogen ze het argument gebruiken dat de opleiding bijdraagt aan de regionale arbeidsmarkt of kennisinfrastructuur, maar ook dit zogenaamde “regiocriterium” moet Bruins nog verder uitwerken. Hij hoopt op zelfregie en eigen plannen van de sector.

Bal terugkaatsen 

Letschert: “Wij moeten met veertien instellingen om tafel om te bepalen welke opleidingen in het Nederlands kunnen. Maar vervolgens moeten al die opleidingen alsnog getoetst worden aan een te weinig uitgewerkt criterium. Dus hoe kunnen wij keuzes maken? Hij kaatst de bal terug naar de sector, zonder ons voldoende gedetailleerde kaders te geven.”

Wat betreft de eigen plannen, is ze kort: “Die liggen er al. Meer aandacht voor Nederlandse taalvaardigheid, meer tweetalige tracks en een plafond voor het aantal plaatsen in de Engelstalige track. Zo vergroot je de toegankelijkheid voor Nederlandse studenten en beperk je de instroom van internationals. Daar heb je deze wet niet voor nodig.”

Ruimte of controle?

Ook op andere punten lijkt Bruins te schipperen. De gewenste daling van de instroom van internationale studenten is al bijna gehaald. Dat creëert ruimte, schrijft hij. Tegelijkertijd waarschuwt hij: wordt het doel een jaar niet gehaald, dan volgt er mogelijk een “vermindering in de netto bekostiging per student in dat jaar”. Hij hamert op zelfregie, maar zegt ook dat “sturing gewenst blijft, zeker gezien de hoge mate van verengelsing op sommige instellingen”, wat een verwijzing naar de Universiteit Maastricht lijkt te zijn, waar 20 van de 25 bachelors in het Engels gegeven worden en één (psychologie) zowel een Engelstalige als een Nederlandstalige track heeft.

Letschert: “Hij doet alsof hij ons ruimte geeft, maar wil tegelijkertijd controle houden. Intussen wordt de vraag steeds relevanter wat nog het nut en de noodzaak zijn van deze wet. Kijk naar de daling van de instroom van internationale studenten, zowel hier als landelijk. Hij kan ons beter eerst eens de plannen die we al hadden gemaakt een paar jaar laten uitvoeren.”

Auteur: Cleo Freriks

Foto: Shutterstock

Tags: bruins,internationalisering,bezuinigingen,kabinet,letschert,regering,wet internationalisering,nederlands,engels,taalbeleid

Reacties

Johan van Dam


Wat betreft de toets anderstaligheid lijkt de situatie mij eigenlijk best duidelijk.

De toets anderstaligheid is opgenomen in het wetsvoorstel "Wet nternationalisering in Balans" (WIB) van Bruins. Opleidingen moeten in principe het bacheloronderwijs (dus niet het master-, uitwisselings- of PhD-onderwijs) in het Nederlands aanbieden, tenzij er gegronde redenen zijn, zoals uniciteit, het intrinsiek internationale karakter van de opleiding, de arbeidsmarkt of de ligging in een krimpregio.

De toets anderstaligheid is niet nieuw, maar sluit volledig aan bij het wetsvoorstel waar Dijkgraaf jarenlang aan heeft gewerkt. In Dijkgraafs voorstel werd al aangegeven dat instellingen minimaal twee van de uitzonderingsgronden moeten kunnen aanvoeren om de toelating van anderstalig onderwijs kansrijk te maken.

Bruins wil, naar aanleiding van de motie Bontebal, de uitzondering voor krimpregio's expliciet vastleggen in de wet. Dit amendement wordt de komende tijd verder uitgewerkt, zoals staat in de brief aan de Kamer.

De eis om minimaal twee uitzonderingsgronden in te roepen (dat, zoals gezegd al was benoemd in het wetsvoorstel van Dijkgraaf) blijft echter bestaan. Concreet betekent dit volgens mij dat de UM voor al haar opleidingen de uitzondering "krimpregio" kan aanvoeren. Tegelijk zal een tweede grond als legitimatie moeten worden toegevoegd (en zullen beide uitzonderingsgronden in samenhang worden beoordeeld), bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, de uniciteit of het intrinsiek internationale karakter van de opleiding.

Het aanvoeren van een tweede uitzonderingsgrond moet voorkomen dat onderwijsinstellingen in de krimregio's een "carte blanche" krijgen voor anderstalig onderwijs enkel omdat ze in een krimpregio liggen. Instellingen als de UM (of de universiteiten in Twente of Groningen) zouden binnen het huidige bekostiginssysteem (op basis van het aantal studenten) dan immers vrijwel alleen nog maar Engelstalige bacheloronderwijs aanbieden. Dat instellingen deze prikkel hebben gevolgd en ten volste hebben benut is zichtbaar in, bijvoorbeeld, het onderwijsaanbod aan de UM: vrijwel al het bacheloronderwijs aan de UM is inmiddels Engelstalig.


Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.