Hoogleraar, universitair hoofddocent, universitair docent, docent, promovendus: de academische wereld kent allerlei rangen. Alleen een hoogleraar mag in Nederland de titel ‘professor’ voeren en draagt bij academische plechtigheden een toga. Maar is dat nog wel gewenst, die hiërarchie? Waarom is niet iedereen professor? Het was onder andere de Jonge Akademie, een gezelschap van jonge topwetenschappers, verbonden aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, die de UM aan het denken heeft gezet. Zij pleiten ervoor om de rechten rondom de promotietrajecten te herzien. Dan zouden universitair (hoofd)docenten, die nu nog vaak de rol van copromotor en dagelijks begeleider op zich nemen, automatisch ius promovendi (het recht om een wetenschapper te promoveren) moeten krijgen, een toga mogen dragen tijdens de plechtigheid én zich ‘professor’ mogen noemen.
Gelijkwaardigheid
Wat de toga betreft gaat er een en ander aan de UM veranderen. Volgens rector Pamela Habibović mogen voortaan alle leden van het promotieteam een toga dragen, net als de promotiecommissie. “Zo’n ceremonie is heel familiair, feestelijk en het is leuk voor de promovendus als iedereen een toga draagt. Bovendien willen we hiermee de gelijkwaardigheid binnen een promotiecommissie benadrukken.” Aan de Technische Universiteit Eindhoven gaan ze nog een stapje verder: universitair (hoofd)docenten mogen ook tijdens andere academische plechtigheden, zoals de Dies en de opening van het academisch jaar, een toga dragen. “Dat doen wij niet. We hebben nu eenmaal toch verschillende functies, er zijn verschillen.”
Titel
Hoe zit het met die andere wens van de Jonge Akademie, de titel ‘professor’? In Nederland mogen alleen hoogleraren zich zo noemen. Dat staat in de wet en daar houdt de UM aan vast. Maar “als de context erom ‘vraagt’”, legt Habibović uit, mogen ook universitair (hoofd)docenten die titel dragen, bijvoorbeeld bij een internationale bijeenkomst waar iedereen zich 'professor' noemt. In België en de Verenigde Staten is dat bijvoorbeeld heel gewoon. “Dan is het vreemd als je dat als enige niet zou doen. Het gaat wel op basis van vertrouwen. We gaan ervan uit dat wetenschappers zorgvuldig met hun titel omgaan.”
En tijdens een promotieplechtigheid, mag een universitair (hoofd)docent in die ‘gelijkwaardige setting’ dan ook de titel ‘professor’ dragen of als zodanig worden aangesproken? “Er is niets op tegen als de voorzitter zegt: ‘Ik geef het woord aan die en die… professor...’ en daarbij een universitair docent aanspreekt, maar het wordt niet vastgelegd in ons reglement.”
Tot slot, het ius promovendi. In Maastricht mag nu al “iedereen die gepromoveerd is”, dus ook een universitair docent, als promotor optreden, licht Habibović toe. “Dat staat in ons reglement.” In de praktijk gebeurt dat echter heel weinig, geeft ze toe. Maar heeft een universitair docent voldoende ervaring, dan kan hij zeggen: ‘Ik verdien het om eerste promotor te zijn’. Dat wordt per individu bekeken, aldus Habibović. Er is dus geen sprake van een automatisme, zoals de Jonge Akademie wil. Een verzoek van een universitair docent om als promotor op te treden, moet eerst bij de decaan belanden. Hoogleraren en hoofddocenten hoeven deze horde niet te nemen.