De real life serie op Videoland speelde al in steden als Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven, voordat ze afgelopen zomer ook in Maastricht werd opgenomen. Toen Gölpek (32) “door de teamchef van Maastricht” werd benaderd met de vraag of hij mee wilde doen, twijfelde hij nog of hij wel op tv moest verschijnen: “Ik hoef echt niet populair te worden. En wat als ik een fout maak op tv? Ik vind het al lastig dat mensen op straat je vaak filmen met hun mobieltjes; alles wat je doet kan uit z’n verband worden gehaald. Maar ja, het heet dan: als je als politieagent netjes de regels volgt, heb je niets te vrezen.”
Uiteindelijk was hij toch te zien in de serie en hij heeft er geen spijt van, vertelt hij begin januari: “Het geeft een goed beeld. Je ziet ook dat we grapjes maken en plezier hebben, het werk als politieagent is niet alleen maar zwaar. Natuurlijk, je moet soms geduldig zijn met mensen met wie je te maken krijgt, maar als je jezelf wat meer openstelt, doen zij dat ook. En ja, voor de camera gedraag je je natuurlijk wel iets beter,” lacht hij. “Ik wil ook niet afgebrand worden door zo’n tv-optreden.”
De serie heeft wel wat veranderd, want sindsdien wordt hij op straat herkend en vaak gevraagd voor een foto. “Dat is leuk, vooral tegen kinderen wil je geen nee zeggen.’’ Voor veel mensen, vooral jongeren, blijkt de drempel om naar hem toe te gaan lager, soms té laag: ‘’Dan zien mensen me meer als iemand van televisie dan als politieagent. Een keer had ik net een verdachte aangehouden, vraagt iemand of we samen op de foto konden. Ik zeg: Nee! Ben je blind? Ik ben bezig met een aanhouding!’’
Nul tijd
Hij is nu twee jaar studentenagent: “Het is leuk, en ik weet wat het is om student te zijn. Zelf deed ik commercieel management aan Zuyd Hogeschool in Heerlen, maar halverwege besloot ik dat dat niets voor mij was. Ik wilde meer betekenis in mijn werk. Ik heb wat toetsen moeten afleggen voor de overstap naar de politie, ze zagen potentie in mij en gaven me een kans.”
Hij krijgt “nul tijd” voor zijn werk als studentenagent. Wel is er een aantal vaste taken. “Tijdens de INKOM geven wij voorlichting aan studenten over veiligheid en regels, en we organiseren gesprekken tussen studenten en bewoners. De bewoners vertellen dan wat hen in de buurt stoort, vooral geluidsoverlast, of sigarettenpeuken op de stoep. Sommige klachten komen steeds terug. Dan hoor je wel eens dat mensen dan maar niet in de binnenstad moeten wonen, dat je daar de overlast erbij moet nemen, maar dat vind ik dus niet. Voor mij is het een kwestie van normen en waarden. Ook studenten moeten zich gedragen.
Twee keer per jaar ga ik langs bij de verenigingen en vraag: ‘Zijn er studenten die dingen doen die niet mogen?’” vertelt hij met een knipoog. En meestal gaat het goed, verenigingen hebben vaak goede contacten met hun omgeving. Amphytrion [intussen wat slechter in het nieuws vanwege een ontgroeningsrel; red.] bijvoorbeeld, de vereniging van de hotelschool. Die zitten in Limmel en hebben een WhatsApp-groep met de buurt. "Dan wordt van tevoren aangekondigd wanneer er feestjes zijn. Zo weet iedereen waar hij aan toe is.”
Eenzaamheid is killing
Als er gedoe is betreft dat minder vaak de Nederlandse dan de internationale studenten, merkt Gölpek. “Dat snap ik ook wel, alles is hier anders voor ze. Neem het verkeer: in Nederland mag je heel veel niet. Fietsen aan de verkeerde kant van de weg, je mobieltje in je hand of rijden zonder licht, dat zien we bijna dagelijks,” zegt hij. “Ik hoor dan vaak ‘o, maar waar ik vandaan kom mag dat wel’. Sommigen worden echt boos, dan ben je ‘die kutpolitie’. Maar beledigingen of agressief gedrag richting een agent maken de situatie alleen maar erger. Buitenlandse studenten, zeker als ze uit een land komen waar de politie anders functioneert, denken vaak dat we hier alleen maar soft zijn, maar we treden dan echt op. Dat kan leiden tot hogere boetes of zelfs aanhoudingen. En die boetes zijn belachelijk hoog in Nederland: je telefoon vasthouden op de fiets, dat kost je 169 euro. Slechte verlichting: 79 euro. Als je niet werkt doet dat pijn.”
En dan zijn er natuurlijk de feestjes en de bijbehorende overlast. In oktober liep een feest in de Bredestraat volledig uit de hand: diep in de nacht met geluidsboxen op straat, daar werd de buurt niet blij van. Buitenlandse studenten, naar verluidt vooral Duitsers, kwamen in conflict met de massaal ingezette politie. Een Duitse student brak zelfs zijn pols door een klap met een wapenstok. Gölpek: “Ik was daar niet bij, maar dit soort feestjes gebeurt vaker. En hoe meer studenten, hoe meer politie erbij komt. Vooral grote groepen internationale studenten zorgen soms voor moeilijkheden."
Ook drank en drugs zijn in die kringen vaak een probleem: “Ze zijn ver weg van hun ouders en willen experimenteren, dat snap ik. Honderd punten als je hiernaartoe komt en de tijd van je leven hebt. Maar als je bijvoorbeeld alcohol met wiet combineert - met de gevolgen daarvan houdt niet iedereen rekening.”
Het ergste wat hij als studentenagent meemaakt? Hij zucht. ‘’Er gebeurt van alles, ook op de UM. Vernielingen, aanranding, verkrachting. We pakken alle meldingen op, onderzoeken feiten en omstandigheden die ons kunnen helpen een zaak op te lossen. Maar het ergste vind ik de zelfmoorden; dat gebeurt regelmatig. Het is vaak de eenzaamheid hè, die is killing, onlangs nog een student. Ik had er drie minuten daarvoor nog mee gebeld, en dan zie je zo iemand even later liggen; van een flat gesprongen. Dat is moeilijk, je went er nooit aan.” Gelukkig zijn er dan altijd nog de collega’s: “Die vangen je op, daar praat je mee.”