Ik was een lastige puber. Ja, ik was heel rebels. Ik droeg alternatieve kleding en sprak in de klas leraren aan. Tegen een leraar die het altijd op mij had gemunt, heb ik ooit zelfs dreigend gezegd dat ik mijn vader op hem af zou sturen. [Lachend] Terwijl dat juist een heel keurige, gelovige man is, roomser dan de paus, maar dat wist die leraar toch niet. Mijn gedrag kwam voort uit bravoure, maar ook wel uit onzekerheid. En uit een afkeer van autoriteit. Dat heb ik denk ik meegekregen van mijn opa van moederskant, die – anders dan mijn vader – niks had met de kerk. Hij woonde vroeger naast de kapelaan en zag de hypocrisie: die at zelf bijvoorbeeld gewoon vlees op vrijdag.
Ik ben gefascineerd door... de vraag waarom mensen voor het kwaad kiezen, anderen iets aandoen. Daar was ik altijd al mee bezig – als kind ben ik weleens gepest, maar ik voelde mij altijd verschrikkelijk als ik besloot om iets terug te doen. Toen ik filosofie studeerde in Nijmegen raakte ik er verder door gefascineerd. Ik had daarvoor al de studie gezondheidswetenschappen afgerond in Maastricht. Tijdens een stage moest ik met proefdieren werken en dacht ‘dit wil ik niet’. Daarom wilde ik mij in Nijmegen gaan richten op bio-ethiek, maar al snel raakte ik in de ban van de opvattingen van filosofen als Friedrich Schelling en Immanuel Kant over vrije wil en het morele kwaad. Zij zeggen: vrije wil is de mogelijkheid om voor het kwaad te kiezen.
"Ik ben voor 80 tot 100 procent afgekeurd. Maar ik heb twee studies afgerond, dan ga ik echt niet thuiszitten"
Zo zag ik vroeger mijn toekomst voor me... Onderzoek doen, lesgeven, spreken op congressen, veel reizen. Ik had kunnen promoveren in Nijmegen, maar mijn arts raadde mij dat af. Tijdens mijn studietijd kreeg ik last van chronische ontstekingen in mijn dikke darm, veroorzaakt door colitis, een auto-immuunziekte. De medicijnen hielpen niet goed, uiteindelijk is in 2012 mijn dikke darm verwijderd. Dat heeft een flinke impact: ik moet vaak naar het toilet, waardoor ik niet ver kan reizen, en ik ben snel moe, heb veel rust nodig. Ik ben voor 80 tot 100 procent afgekeurd. Maar ik heb twee studies afgerond, dan ga ik echt niet thuiszitten. Fantastisch dus dat de UM mij in 2020 een kans gaf om parttime, voor 12 uur per week, terug te keren aan mijn alma mater. En door het werk – ik communiceer op sociale media en de website over het nieuws en evenementen van het instituut – blijf ik ook up-to-date met de academia. Wat ik doe is geen rocket science, maar ik ben blij dat ik onderzoekers kan ondersteunen.
Favoriete muziek? Metal en klassiek. Een gekke combinatie? Nou, het schijnt vaker voor te komen. Ik houd van het harmonieuze van klassieke muziek, en dat zie je ook terug in de ‘oude’ metal uit de jaren ’70 en ’80. Dat is zonder dat overdreven Satan-geschreeuw, daar heb ik niks mee. Het kent invloeden uit de renaissance en de barok. Die sfeer spreekt me erg aan, ook in kunst overigens: Rafaëls De school van Athene is een van mijn favoriete kunstwerken.
"Als ik ooit iemand tegenkom waarmee het klikt, wil ik zeker nog eens een relatie proberen. Maar ik ga niet tinderen"
Huisdier? Ik heb mijn kat Lizzie in 2019 op straat gevonden. Ze was nog klein en niet gechipt, de dierenarts schatte dat ze toen vier maanden oud was. Sindsdien zie ik de wil om te overleven nog beter terug in dieren. Ook bijvoorbeeld in een spin of tor in de tuin. Alle levende wezens doen ertoe. Ik zie de bio-industrie als het kwaad, daar wordt dieren willens en wetens leed aangedaan. Niet voor niets ben ik sinds mijn vijftiende vegetariër.
Ik droom van een gezin. Trouwen en kinderen krijgen, zo zag ik het vroeger voor me. Maar dat kan ik nu fysiek niet aan. Bovendien heb ik slechte ervaringen in de liefde: ik ben een paar keer voor ‘de verkeerde’ gevallen, waarbij ik afging op uiterlijk, niet op wat bij me past. Ik heb nu al jaren geen partner. En ik vermaak me zo ook wel. Bovendien kan ik niemand teleurstellen. Als ik ooit iemand tegenkom waarmee het klikt, wil ik het zeker nog eens proberen. Maar het hoeft niet, ik ga niet tinderen.
Er is leven na de dood. Ik geloof niet in eeuwige verdoemenis in de hel, ben tegen de gevestigde religies – die hebben uiteindelijk meer ellende dan goeds gebracht. Maar ik ben wel geïnteresseerd in het idee van reïncarnatie. Niet in zweverige Jomanda-dingen of Ghost Hunters, daar heb ik een hekel aan. Wel in bewustzijn buiten het lichaam, een onderwerp waar ook onderzoek naar wordt gedaan. Ik ben er niet vast van overtuigd dat reïncarnatie bestaat, maar vind het wel een mooie gedachte.
"Zonder mijn ziekte was ik waarschijnlijk een minder prettig mens geweest, voor mezelf en voor anderen"
Ik ben gelukkig. Ja. Natuurlijk heb ik het lastig gehad met mijn ziekte, er is genoeg gehuild. Je moet op je eten letten, bent vaak aangewezen op droge koekjes. Verre vakanties zitten er niet meer in. En je komt erachter wie je echte vrienden zijn. Niet iedereen kan ermee omgaan dat je veel thuis afspreekt en weinig uitgaat, of dat je vaak op het laatste moment moet afzeggen. Dat is heel heftig. Maar daardoor heb ik wel een sterke band met de vrienden die zijn overgebleven. Ik heb het nu een plekje gegeven, praat er makkelijk over. Het is zoals het is. Ik probeer de dingen waar ik invloed op heb zo goed mogelijk te doen, dan ben ik tevreden. En count your blessings: ik heb een leuke baan, mijn kat, mijn beide ouders leven nog, ik zit niet in een rolstoel. Ik heb een rijk innerlijk leven, lees veel en verveel me zeker niet. Zonder mijn ziekte was ik waarschijnlijk een minder prettig mens geweest, voor mezelf en voor anderen. Ongeduldiger, arroganter, minder empathisch. Dat merk ik soms ook bij studenten waarbij alles op rolletjes loopt, die alles als vanzelfsprekend vinden. Zo was ik ooit ook.