Allereerst, uitvallers zijn voor de UM mensen die niet meer aan deze universiteit studeren. Wie binnen de UM naar een andere studie switcht, wordt bij deze cijfers dus niet meegeteld. Ten tweede ging het indertijd om een gemiddelde per instelling, een lage uitval bij de ene opleiding compenseert dan voor de hogere uitval bij een andere.
Die verschillen van toen bestaan nog steeds. Een opleiding als geneeskunde heeft een traditioneel lage uitval en dat is bij de cohorten van 2022 en 2023 niet anders; slechts 1,3 en 1,9 procent stopte ermee. Ook studies waarvoor studenten door een selectie moeten, hebben doorgaans een lagere uitval. Bij het University College Maastricht was het bijvoorbeeld respectievelijk 7,7 (2022) en ruim 8 procent (2023).
Struikelblokken
Bètastudies daarentegen hebben altijd een hogere uitval, merkte de faculteit Science and Engineering (toen nog het Department of Data Science and Knowledge Engineering) in 2016 al op, toen de UM een plan van aanpak presenteerde om uitval terug te dringen. Dat verschil tussen bèta- en andere studies is nog steeds zichtbaar. In 2022 viel 22 procent van de eerstejaars Data Science and Artificial Intelligence af en in 2023 bijna 20 procent. Ook bij de in 2023 begonnen bachelor Computer Science gooide 24,5 procent in het eerste jaar het bijltje erbij neer. De School of Business ziet eenzelfde beeld bij hun meer bètagerichte programma’s. Economics and Business Economics had in 2023 een uitval van ruim 19 procent, terwijl dat bij International Business ruim 13 procent was.
FSE-bestuurssecretaris Rob Kock: “Studenten die het goed deden binnen het klassieke middelbare schoolonderwijs hebben toch niet altijd de complexe probleemoplossende vaardigheden die vereist zijn voor een universitaire bètastudie.” Daarnaast spelen struikelblokken als wiskunde een rol en bij Computer Science ook het feit dat het Maastrichtse programma als enige in Nederland geen numerus fixus heeft. Iedereen kan dus instromen. Een deel van deze studenten moet stoppen vanwege een negatief bindend studieadvies.
Niet de juiste keus
Bij sommige studies vinden scholieren het moeilijker om zich voor te stellen wat het inhoudt dan bij andere. Onbekendheid met het vakgebied – en er dan tijdens het eerste jaar achter komen dat het toch niet bij je past – is volgens vice-decaan onderwijs Sjoerd Claessens de voornaamste reden voor rechtenstudenten om te stoppen. Bij European Law School deed in 2023 24,1 procent dat, bij Nederlands recht 15,6 procent. Ook bij ‘brede’ studies bij andere faculteiten, zie je dergelijke percentages terug. Zo viel bij Arts and Culture 26 procent van het ’22-cohort en bijna 16 procent van het ’23-cohort af.
Ook bij psychologie (2022: 11,1 procent, 2023: 13,2 procent) herkent men het. “Studenten hebben niet altijd een perfect beeld van wat zo’n opleiding te bieden heeft, behalve dan de klinische psychologie, waar iedereen zich een beeld van kan vormen”, zegt vice-decaan onderwijs Anke Sambeth. “We proberen hier op in te spelen door in onze selectieprocedure ook inhoud op te nemen die studenten een inkijk biedt in wat ze kunnen verwachten, maar het blijkt toch moeilijk voor sommige mensen om op redelijk jonge leeftijd een goede keuze te kunnen maken.” Daarnaast speelt bij deze studie dat het mensen aantrekt die zelf mentale problemen hebben, wat al van oudsher een reden voor uitval is.
Parkeerstudie
Sommige studenten weten juist heel goed wat ze willen, bijvoorbeeld arts worden, maar zijn in eerste instantie niet door de selectie gekomen. Zij gaan een jaartje iets anders studeren en proberen het dan opnieuw. Dat zie je terug in de cijfers bij bijvoorbeeld Biomedical Sciences, waar in 2023 12 procent naar geneeskunde switchte, of gezondheidswetenschappen, waar 14 procent dat deed.
Corona
Verschillende vice-decanen onderwijs wijzen op de invloed die corona nog steeds heeft op de cohorten ’22 en ’23. Hoewel de directe maatregelen inmiddels waren opgeheven, hebben deze studenten hun middelbareschooltijd voor een deel in lockdown doorgebracht. Bij SBE, waar stoppers een exitinterview aangeboden krijgen om te vertellen waarom ze vertrekken, ziet men een duidelijke stijging in het aantal studenten dat stopt vanwege mentale gezondheidsredenen, hoewel hierbij opgemerkt wordt dat het ook normaler is geworden om over mentale problemen te praten. Ook vinden studenten de studie vaker ‘te moeilijk’ dan voor corona.
Maatregelen
Hoewel uitval volgens alle betrokkenen nooit helemaal te voorkomen is, wordt er wel hard aan gewerkt om het zo laag mogelijk te houden. Een greep uit de genoemde maatregelen: één-op-één of groepsgesprekken met een mentor, een oproep aan studenten die al een paar keer niet zijn komen opdagen om bij de studieadviseur langs te gaan, het curriculum zo inrichten dat studenten de kans krijgen even te ‘landen’ in de eerste periode van de studie en zorgen voor een goede binding met de groep, de universiteit en de stad. Bij SBE organiseert men bijvoorbeeld sinds dit academisch jaar informele student-staf-ontbijten, waar studenten een praatje kunnen maken met medewerkers.