Ter tafel lagen de Onderwijs- en Examenregelingen voor bachelors en masters in het komend academisch jaar. Daarin is de definitie van fraude aangescherpt op verzoek van de examencommissie, vertelde directeur bacheloropleidingen Kaj Thomsson. De commissie gaat er namelijk al vanuit dat groepswerk ook echt samen gedaan wordt, en niet als verzameling individuele deelopdrachtjes die studenten er soms van maken. En dat dus de héle groep verantwoordelijk is als er bijvoorbeeld een geplagieerde passage wordt aangetroffen. Hoe “oneerlijk” ook voor goedwillende studenten, die opdracht moet dan over.
"Bedoeld of onbedoeld"
Dat kan niet anders, stelde Thomsson: “Anders raakt groepswerk zijn betekenis kwijt, kunnen studenten groepsgenoten tegen elkaar uitspelen en kan de examencommissie haar werk niet meer doen.” Die kan naast de ongeldigverklaring weliswaar ook individuele studenten bestraffen, maar aantonen wie wat deed, is lastig, aldus Thomsson. Dus wordt fraude voortaan in de OER omschreven als daden waardoor het “bedoeld” óf “onbedoeld” onmogelijk is om de kennis en vaardigheden van een student goed te toetsen.
Marc van Ekert, raadslid voor het wetenschappelijk personeel, concludeerde dat men wel “duidelijk en vroegtijdig moet communiceren: ‘Als dit gebeurt, zijn jullie [studenten] allemaal genaaid.’” En dat dan bij voorkeur, zei studentlid Maurits Loonen (DOPE), “in de syllabus [van een vak], niet in regels die niemand leest”.
De raad stemde overigens unaniem in met de aangepaste regelingen.