Lang is een pas vrijgelaten gevangene die terugkeert naar zijn geboortestad, die vreemd en onherkenbaar aanvoelt, en waar een sfeer hangt die alleen maar met een begrafenis te vergelijken is. Hij rouwt om zijn stervende vader en het stadje zelf, dat deels wordt gesloopt, deels opgepoetst voor de Olympische Spelen van Beijing in 2008. Als Lang een baan aanneemt als hondenvanger, krijgt hij een beruchte zwarte hond te pakken, die hondsdolheid zou hebben.
Langzaam maar zeker komen hond en man nader tot elkaar. De scène waarin de stoïcijnse Lang met onverwachte tederheid de hond inzeept onder de douche, laat zien hoe ze elkaars spiegelbeeld zijn: allebei groot, onhandig, onvoorspelbaar en getekend door een slechte reputatie waar ze niet van afkomen. Hun relatie is hartverwarmend en zoals acteur Eddie Peng, die Lang speelt, het zegt: “Een bron van verlossing voor beiden.”
Regisseur Hu pronkt in zijn cinematografie met de schoonheid van de Gobiwoestijn. Ieder shot lijkt op een vervaagd schilderij van een landschap, waarbij de warme woestijnzon toch koel overkomt. De fletse kleuren voelen aan alsof ze geretoucheerd of gerestaureerd moeten worden – net als het stadje in de film.
De film vangt perfect de onzekerheid van een overgangsperiode. Langs vader zit tussen ziekte en dood, het stadje balanceert tussen uitsterven en modernisering, en Lang en de zwarte hond bevinden zich ergens tussen gevangenschap en vrijheid.
Een speciale vermelding verdient de zwarte hond, Xin, die in 2024 terecht een Palm Dog won. Hoofdrolspeler Peng bouwde tijdens de opnames zo’n sterke band met Xin op, dat hij hem na afloop adopteerde.
Katya Mannar