Maastricht Sustainability Institute nu ook financieel helemaal deel van SBE

Maastricht Sustainability Institute nu ook financieel helemaal deel van SBE

Faculteitsraad stemt na tamme extra vergadering in met voorstel bestuur

24-04-2025 · Nieuws

MAASTRICHT. Na twee jaar praten gaat het Maastricht Sustainability Institute (MSI), deel van de School of Business and Economics (SBE), ook financieel volledig op in die faculteit. Dat doet pijn bij het instituut, dat vindt dat zijn manier van werken niet goed in het financiële model van de SBE past. Schoorvoetend gaat men er toch in mee: “Er was geen echt alternatief. De blik gaat nu op de toekomst.”

ICIS, het International Centre for Integrated assessment and Sustainable development, ging in 2019 over van de toenmalige faculteit Humanities and Sciences (nu FSE) naar de SBE – en daarmee veranderde ook de naam in MSI. Het instituut zou beter passen bij de economen, die duurzaamheid als speerpunt in hun strategie hebben staan. Er werden afspraken gemaakt over hoe onderwijs – de master Sustainability Science, Policy and Society – en onderzoek van MSI precies vergoed zouden worden. Maar die brengen voor instituut én faculteit ieder jaar veel extra werk met zich mee, zeiden faculteitsbestuur en MSI-bestuurder Annemarie van Zeijl-Rozema afgelopen donderdag in een extra vergadering van de faculteitsraad.

Anders gaan werken

Ter tafel lag een voorstel van het bestuur om MSI volledig in te bedden in de faculteit. Dat houdt onder meer in dat het voortaan financieel behandeld wordt zoals andere departementen binnen de SBE. Die krijgen hun onderwijs- en onderzoeksactiviteiten volgens vaste ‘normuren’ vergoed uit een centrale facultaire pot met overheidsgeld.

Daar wringt de schoen voor MSI, want dat systeem doet volgens het instituut geen recht aan zijn “transdisciplinaire” manier van werken, zo schreef het in maart aan het faculteitsbestuur. Die kost meer tijd dan ‘gewoon’ onderzoek en (met name) onderwijs, zo klinkt het, maar daar wordt bij het verdelen van het geld geen rekening mee gehouden.

Daarmee dreigt een tekort op de MSI-begroting (tot zo’n half miljoen euro per jaar volgens de raadsstukken). Daarom krijgt het instituut tot en met 2028 jaarlijks extra geld van de faculteit in een ‘overgangsfonds’; zo ontstaat tijd om anders te gaan werken, is het idee. Maar dat ‘anders gaan werken’ zou ertoe kunnen leiden dat MSI-medewerkers het bijltje erbij neergooien en naar elders verkassen, vreest het MSI-bestuur.

"Geen echt alternatief"

SBE-decaan Mariëlle Heijltjes erkende in de vergadering de zorgen van MSI. “Die zijn goed gehoord”, zei ze. “Wij benoemen ze in ons voorstel ook expliciet, maar we kunnen ze niet per se wegnemen.” In de raad leidde het weliswaar tot vragen, maar na een tam debat stemde deze vrijwel unaniem in met het bestuursvoorstel. Raadslid Marc Dijk, lid van het MSI-managementteam, onthield zich van stemming.

En nu? De realiteit accepteren en de blik op de toekomst richten, zegt Van Zeijl-Rozema desgevraagd tegen Observant. “Er was geen echt alternatief voor dit voorstel. Ja, de samenwerking staken. Maar wie heeft daar nou baat bij?” Ze is vooral blij dat er nu beweging in de zaak zit. “MSI heeft anderhalf jaar geen strategische beslissingen kunnen nemen. Of jaargesprekken kunnen houden, want je kunt mensen niks beloven als je zelf nog niet weet waar het naartoe gaat met je organisatie.”

Het door het faculteitsbestuur toegezegde geld – maximaal anderhalf miljoen euro – voor strategische investeringen van MSI noemt ze “een belangrijk instrument om met de genoemde zorgen om te kunnen gaan”. De plannen daarvoor worden vandaag (donderdag) besproken.