Tijdens een trainingsbijeenkomst over klinische vaardigheden viel het stil. De trainer gaf aan dat we vandaag over een gevoelig onderwerp, suïcide, gingen praten – en meteen volgde er een ongemakkelijke stilte. “Laten we voorzichtig zijn”, zei een van de studenten. “Ik voel mij hier onveilig bij”, klonk het vanuit een andere hoek van de tafel.
Die zin bleef hangen. Want sinds wanneer is het ter sprake brengen van een moeilijk thema onveilig? Sinds wanneer is ongemak iets om koste wat kost te vermijden?
De roep om psychologische veiligheid binnen universiteiten is begrijpelijk én terecht. Niemand zou bang moeten zijn om zich uit te spreken, een fout te maken of zichzelf te zijn. Juist dit ideaal komt in het gedrang wanneer we ongemak gaan verwarren met onveiligheid. Als elke frictie als bedreiging wordt ervaren, verdwijnt de ruimte om te groeien en raken we stil.
Psychologische veiligheid betekent, volgens het werk van Edmondson, – het durven nemen van risico’s in je relaties met anderen zonder angst voor afstraffing. Psychologische veiligheid betekent dus niet dat we ons altijd goed moeten voelen. Het betekent dat we ons veilig genoeg voelen om onszelf te laten zien – ook als dat ongemakkelijk is. Dat we moeilijke gesprekken kunnen voeren, juist omdat we elkaar serieus nemen.
In een academische leeromgeving hoort het te schuren. Ideeën mogen botsen, standpunten zullen wringen, woorden kunnen raken. Dat is niet onveilig. Psychologische veiligheid wordt steeds vaker ingezet als een stopbord en verliest daarmee zijn betekenis. Natuurlijk, veiligheid is nodig om risico's te kunnen nemen. Maar als alles als risico wordt gezien, dan ontstaat er verlamming. Studenten en stafleden worden onzeker, zeggen minder, discussiëren minder scherp – en dat is funest voor wetenschappelijke ontwikkeling. Als we het ongemak uit de universiteit verbannen, verliezen we precies datgene wat haar zo waardevol maakt.
Hoe kunnen we voorkomen dat we in kramp schieten? Dit vraagt om meer veerkracht. Om het vermogen om ongemak te verdragen zonder meteen alarm te slaan. Niet elk schurend gesprek is grensoverschrijdend. Niet elke kritische noot is een aanval.
Veiligheid niet óndanks ongemak, maar veilig mét ongemak. In dat spanningsveld ontstaat het gesprek dat ertoe doet en de ruimte voor échte ontmoeting.
Dalena van Heugten, universitair docent klinische psychologie