Bij de Maastrichtse studentenroeivereniging Saurus kijken ze niet op van verhalen over roeiers in de lichtste klasse die tot het uiterste gaan om op gewicht te blijven, zegt voorzitter Joep Eijkens. Zo vertelde voormalig toproeister Marieke Keijser in 2022 aan de Volkskrant dat ze minutieus haar voeding afwoog en zelfs niet uit eten ging toen haar broer jarig was. “Ik ben geen type om een eetstoornis te krijgen, maar ik was voortdurend in de weer met een weegschaal”, liet ze destijds optekenen.
Eijkens herkent de worsteling, hij was een lichte roeier die zichzelf in de gaten moest houden, maar het gaat hem te ver om te zeggen dat je als lichtgewicht bijna als vanzelf een haat-liefde verhouding krijgt met eten. “Er is al langer discussie over de lichte categorie waarin vaak het beeld naar voren komt dat roeiers hongerlijden en voortdurend grammen tellen”, zegt Eijkens, “maar nu de gewichtsklasse vanaf dit jaar echt verdwenen is bij grote wedstrijden, staat die weer volop in de belangstelling.”
Ook voor Eijkens en zijn vereniging is de lichte categorie een aandachtspunt, “maar dat is niet nieuw. Je moet er namelijk heel verantwoord mee omgaan.” Daarmee wil Eijkens maar zeggen dat niet iedereen lukraak in een boot wordt gestopt op basis van gewicht - en zonder goede begeleiding. “We houden alles in de gaten, van voeding tot mentaal welzijn. Als vereniging heb je gewoon die verantwoordelijkheid.” En hij weet “natuurlijk niet alles over wat er in het verleden zou kunnen zijn gebeurd”, maar onder Eijkens’ verantwoordelijkheid zijn er geen problemen geweest.
Complex
De weegschaal is zeker niet allesbepalend, zegt secretaris Ole de Jong. Aan het begin van een nieuw seizoen duurt het soms zelfs even voordat duidelijk is in welke klasse iemand thuishoort, zeker als het gaat om twijfelgevallen, roeiers die qua gewicht - en lengte - net tussen licht en zwaar (respectievelijk boven de 59 en 72,5 kilo) zitten. “Als je bij ons komt en aangeeft dat je mee wil doen aan wedstrijden, is er nog helemaal geen onderscheid. Maar na een tijdje is wel duidelijk wie wat kan en waar iemand thuishoort.”
Voor De Jong zelf was dat de lichte klasse, hij woog 72 kilo, op het randje. “Ik had wel mijn lengte mee, 1,92 meter, en in theorie had ik daarmee ook naar de zware klasse gekund. Maar er wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar de techniek en wat iemand kan trappen”, vervolgt hij, daarmee doelend op de kracht van een roeier. “En op basis van mijn tijden kwam ik gewoon tekort voor een zware boot.”
“We zien echt wel of iemand zichzelf uithongert of het niet aankan om op gewicht te blijven"
Die combinatie van factoren – gewicht, lengte, kracht, uithoudingsvermogen en techniek - maakt het soms complex, een worsteling waar iemand te plaatsen, vertelt Eijkens. “Iemand die licht is, kan wel in een zware boot, maar iemand die te zwaar is, kan niet in een lichte boot. Als een jongen 63 kilo weegt, is het simpel. Maar er zijn altijd mensen die op het randje zitten, tussen licht en zwaar. Met hen praten we over hun gewicht en of ze bijvoorbeeld makkelijk aankomen, hoe ze omgaan met druk, noem maar op.”
Voorzitter Joep Eijkens van Saurus (l) en secretaris Ole de Jong (r). Foto: Ellen Oosterhof
Ook De Jong kwam op gesprek. “Aan mij werd gevraagd of ik al langere tijd op mijn gewicht zat, of ik veel moeite moest doen om het zo te houden, wat er veranderd was door de jaren heen. Ik wist dat ik van nature heel moeilijk aankwam, had geen crashdieet nodig om op gewicht te blijven en wilde graag licht roeien.” Eijkens: “Dan is de keus snel gemaakt.” Nog altijd worden lichte roeiers goed gemonitord, zoals iedereen eigenlijk in de gaten wordt gehouden, zegt de voorzitter. “Zeker als het de wedstrijdroeiers zijn. Die houden een logboek bij van wat ze eten en wat hun gewicht is, ze zien hun coaches meerdere keren per week en soms zelfs elke dag, we voeren individuele gesprekken. En we hebben een diëtist die onze roeiers helpt en ondersteunt, want geen enkele student kan fatsoenlijk koken”, voegt hij er lachend aan toe. “We zien echt wel of iemand zichzelf uithongert of het niet aankan om op gewicht te blijven.”
Grenzen opzoeken
Toch is niet alles dicht te timmeren, erkennen zowel Eijkens als De Jong. “In topsport worden risico’s genomen en ondanks alle voorzorgsmaatregelen zullen er altijd sporters zijn die toch de grenzen opzoeken.” Verhalen zijn er genoeg, van roeiers die vlak voor een wedstrijd moeten ‘inwegen’ en er alles aan doen om nog wat ballast kwijt te raken. Zo vertelde een Leidse student onlangs aan weekblad Mare dat het binnen zijn ploeg niet ongewoon was om op de dag van de wedstrijd in een regenpak te gaan spinnen, om ‘uit te zweten’ en nog wat vocht te verliezen. En in de Groningse Ukrant verscheen het verhaal dat roeiers met dikke winterjassen in een hete auto gingen zitten om de laatste grammen eraf te krijgen.
“Dat soort dingen heb ik nooit gedaan”, vertelt De Jong. “Ik hield mijn gewicht wel in de gaten en als ik een paar weken voor een wedstrijd bijvoorbeeld nog een kilo te zwaar was, kon ik heel makkelijk mijn voeding aanpassen. Andere keuzes maken, een aardappel minder opscheppen of wat meer groente nemen.” “Daarvoor heb je een coach”, vult Eijkens aan. “Die ziet het grotere plaatje, het zal nooit gebeuren dat je opeens een dag voor de wedstrijd ontdekt dat je te zwaar bent. Dan schort er iets aan de begeleiding.”
“De lichte klasse geeft heel veel mensen wel de mogelijkheid om in een boot te stappen, er is absoluut een meerwaarde”
De twee bestuursleden van Saurus zien het niet zo snel gebeuren, maar zouden het wel betreuren als de categorie licht roeien bij studentenroeiverenigingen zou verdwijnen, in navolging van het besluit van de internationale roeibond. “Ik had zonder die categorie niet kunnen roeien”, zegt De Jong. “Het geeft heel veel mensen wel de mogelijkheid om in een boot te stappen, er is absoluut een meerwaarde.” Eijkens sluit zich daarbij aan. “Voor diegenen die verantwoordelijk kunnen omgaan met alles wat erbij komt kijken, is het zonde als het niet meer zou kunnen. Maar voor de roeiers die prestatie boven gezondheid stellen, is het wel verstandig als de keuze er helemaal niet meer zou zijn.”
Het gaat er vooral om eerlijk te blijven en niet ten koste van alles mee te willen doen, zeggen Eijkens en De Jong. “Wat niet gaat, gaat niet. Het is niet voor niks dat we dit jaar bijvoorbeeld bij de eerstejaars geen lichte herenboot hebben, juist omdat we dachten: ‘oei, dit wordt moeilijk, en hard werken’. Je hebt er niks aan als iemand op de grens zit en tussen wal en schip valt. Die is alleen maar aan het balen. Zo bewust gaan wij er wel mee om.”