Welk boek ligt op je nachtkastje? Autobiografie van mijn lichaam van Lize Spit, over haar moeder die alcoholist was, heel indrukwekkend. Net zoals het eerste boek van Lale Gül, over het verstikkende Turkse milieu waarin ze zat, dat heb ik in twee weken uitgelezen. Ik heb daar wel dingen in herkend, over hoe gemeenschappen in elkaar zitten en hoe mensen zich laten leiden door hun eigen logica. Mijn lievelingsschrijver, van wie ik vroeger heel veel las, is Octavia E. Butler. Veel van haar werk gaat over de zwarte gemeenschap in Amerika, over hun geschiedenis en slavernij. Ik was erdoor geïntrigeerd toen ik jong was, ook omdat ik merkte dat ik anders was, het enige zwarte meisje in mijn klas.
Ik ben een doorzetter. Ik was veertien toen ik naar Nederland kwam, ik reisde mijn moeder achterna die hier al asiel had aangevraagd. We woonden in Huizen, een dorp waar nauwelijks Engels werd gesproken. Het was wennen, ik moest de taal leren en als je vanuit een Afrikaans land komt, als vluchteling, begin je niet direct op het hoogste schoolniveau. Ik ging naar het vmbo, waar mijn docent Duits al snel zei: ‘Angella, je hoort hier niet’. Ik stroomde door naar de mavo, toen de havo en uiteindelijk heb ik vwo gedaan. Mijn moeder wist dat niet eens, na de havo ging ik naar Leiden om een laboratoriumopleiding te doen op hbo-niveau. Tegelijkertijd deed ik vwo, versneld, omdat ik graag naar de universiteit wilde. Om eventuele teleurstellingen te voorkomen had ik niemand iets verteld. In Leiden was het niet altijd een pretje, ik woonde alleen, werkte en studeerde ondertussen keihard. Maar het was de moeite waard, omdat ik altijd mijn doel voor ogen hield.
"Als ik twijfel of onzeker ben, praat ik met mijn moeder. Maar ik vertel haar niet alles"
Waar droom je van? Ik heb altijd geweten dat ik iets met geneeskunde wilde doen, al toen ik nog in Oeganda woonde. Als mensen daar ziek worden en naar de plaatselijke kliniek gaan, krijgen ze bijna altijd te horen dat ze een infectie hebben en worden ze naar huis gestuurd met antibiotica. Ik dacht als kind: ‘Maar waarom worden mensen dan ziek?’. Een dokter kent de symptomen, ik wilde juist begrijpen wat de moleculaire processen zijn, dat trok mij aan in biomedische wetenschappen. Na mijn bachelor wil ik verder in dit vakgebied, een master doen en een goede wetenschapper worden. Als ik over tien jaar in de spiegel kijk, wil ik een sterke, slimme, zwarte vrouw zien die zich onderscheidt in biomedisch onderzoek, dat is vaak nog altijd een domein van mannen.
Ik voel me… zeventig procent Oegandees en dertig procent Nederlands. Ik heb sinds vijf jaar de Nederlandse nationaliteit en ik hoor hier. Maar ik heb nog veel familie in Oeganda en herinner me veel van mijn eerste jaren daar. Het is een prachtig land, maar de economie is verschrikkelijk en een diploma is er niks waard zonder connecties in de hoogste kringen. Vorig jaar ben ik er geweest, voor het eerst sinds mijn vertrek. Op bestuurlijk vlak is er niks veranderd, maar de kleuren en geuren zijn nog altijd heerlijk, ik spreek de taal en het voelt toch ook als thuis.
"Ik wilde juist begrijpen wat de moleculaire processen zijn, dat trok mij aan in biomedische wetenschappen"
Stad of natuur? Natuur. Honderd procent. Ik woon in Sittard, het is er heerlijk rustig. Ik loop hard, elke week vijf kilometer, en dat kan lekker in het bos. Ik wil graag in een klein dorp wonen, ik ben opgegroeid in Huizen, dus de rust ben ik wel gewend.
Mijn moeder is mijn steun en toeverlaat. We praten veel over mijn studie, ze motiveert en ondersteunt me, emotioneel en financieel. Mijn vader is uit beeld verdwenen toen ik klein was. Als ik twijfel of onzeker ben, praat ik met mijn moeder. Maar ik vertel haar niet alles. Ook al ben ik enig kind en zijn we heel goede vriendinnen, ze hoeft niet alles te weten.
Valkuil? Soms merk ik dat ik pessimistisch ben, dan zie ik alleen maar beren op de weg. Bijvoorbeeld bij projecten met studiegenoten, er is altijd wel iemand die niks doet. Ik bedenk dan van tevoren wat er allemaal mis kan gaan en bereid me voor op het ergste, ik zorg er dan voor dat het deel van de ander toch is gemaakt. Ik lijk misschien wel zelfverzekerd, maar ben dat echt niet altijd.
"De kleuren en geuren in Oeganda zijn nog altijd heerlijk, ik spreek de taal en het voelt toch ook als thuis"
Grootste verdriet? Ik moest huilen toen ik op televisie een spotje zag over mensen in Afrika die water nodig hebben en dat niet krijgen. Dat gaf me zo’n gevoel van machteloosheid, het systeem is zo corrupt dat er niet eens kan worden voldaan aan een basisbehoefte. Dat mensen moeten lijden, is heel verdrietig.
Mijn klein gelukje is… een chapati. Dat is een soort Oegandese pita, gemaakt van zacht deeg, gevuld met bijvoorbeeld bonen en ei. Maar je hebt ook varianten met tomaat of avocado. Het was het eerste waar ik om vroeg toen ik terug was in Oeganda. Het is zo lekker, je moet er echt de tijd voor nemen om het te maken. Mijn moeder kan dat heel goed.