Dankzij een 2-1 overwinning in de play-offs op zesvoudig kampioen SEW mocht Janssen zondag de kampioensschaal in ontvangst nemen, de kroon op zijn werk. “Het is mijn grootste prestatie, het mooiste wat ik ooit heb bereikt", zegt de coach een paar dagen later, als de feestvreugde wat is weggezakt en hij terugdenkt aan het begin van zijn avontuur bij de club uit ‘t Veld, de ruim tweeduizend inwoners tellende thuisbasis van VZV.
“In het begin heb ik weleens gedacht: ‘Waar ben ik aan begonnen?’”, zegt Janssen. Zeker toen hij voor het eerst kennis ging maken met de speelsters en hij van zijn woonplaats Stein koers zette naar het noorden. “Dik tweehonderd kilometer, bijna drie uur rijden. Ik was al rond met de club, in het dorp was een huis voor me geregeld waar ik de helft van de week zou gaan wonen om niet steeds op en neer te hoeven, het was perfect. Maar je moet ook werken met een groep. Dus toen ik op een doordeweekse dag in die auto stapte om me te gaan voorstellen, schoot wel even door me heen: ‘Wat een eind, als het maar klikt’.”
De ploeg van VZV viert de eerste landstitel ooit
Dat deed het, merkte Janssen na die eerste ontmoeting, al wist hij toen ook al direct dat hij keuzes ging maken die niet bij iedereen goed zouden vallen. “De vorige trainer werkte met vijf, zes basisspelers en een heel grote groep daaromheen, hij wilde iedereen tevreden houden. Ik wist meteen dat ik dat niet zou gaan doen. Ik wil werken met de besten, dat betekent dat je mensen moet teleurstellen en veel moet uitleggen, ook aan het bestuur dat jou heeft binnengehaald. Die verantwoordelijkheid heb ik genomen, je wil naar de top of niet.”
Vernieuwing
Het is zijn grote kracht, zegt hij zelf. Duidelijk zijn, keuzes maken, niet schipperen. “Op het veld is de emotie weg, alles moet wijken voor wat ik wil. Ik ben altijd aangenomen om teams te vernieuwen en te verjongen.” Dat heeft hij gedaan, vanaf het eerste moment dat hij werd benoemd als hoofdtrainer, op zijn 21ste bij ESC in Stein. Daarna leidde zijn carrière langs clubs als Margraten, het Belgische Meeuwen, het Nederlands jeugdteam, V&L in Geleen - waar Janssen tweemaal de scepter zwaaide, bij zowel de mannen als de vrouwen – en studentenhandbalvereniging Manos, die hem liet kennismaken met de universiteit.
“Ik kwam hiernaartoe om Manos te trainen, niet lang daarna ging ik ook aan de slag bij V&L. In Geleen was het financieel krap, ik besloot om zelf krachttraining te gaan geven en vroeg aan de UM of ik bij het sportcentrum mijn fitnesscertificaat kon halen. Dat mocht, maar de wedervraag was wel of ik hier dan ook kon komen werken. Ik heb fitnesslessen gegeven, terwijl ik daarnaast bleef handballen.”
Westfries boerderijtje
Lang kon hij zijn functies goed scheiden, bracht hij eerst de handballende studenten de basis bij om vervolgens bij V&L “de echte topsport in te duiken”. Totdat hij merkte dat hij te fanatiek was geworden voor de amateurs op de universiteit en de fitnesslessen hem ook geen voldoening meer gaven. “Ik was toe aan iets anders.” De functie van gebouwenbeheerder bij UM SPORTS kwam als geroepen en bleek een uitkomst toen VZV zich bij hem meldde, net nadat hij was gestopt bij V&L en dacht klaar te zijn met de sport, “de rek was eruit”.
Het aanbod van de Westfriese club was echter te mooi om naast zich neer te leggen, “financieel een goed plaatje en de kans om zaken op mijn manier aan te pakken.” Met zijn vrouw Rilana – “die moest wel mee, een voorwaarde”- werden ze op een zaterdag met alle egards ontvangen bij de club. Nog diezelfde dag kreeg hij te zien waar ze zouden komen te wonen, een kleine boerderij. “Het was een gek verhaal, maar mijn vrouw had direct zoiets van: ‘Dit wil ik’.”
“We zien het wel”
Janssen mocht van UM SPORTS zijn uren anders indelen en meer op afstand werken – “ik doe veel papierwerk, ik hoef niet altijd aanwezig te zijn” – zodat hij kon bouwen aan zijn kampioensteam. Op woensdagmiddag, donderdag, vrijdag en zaterdag was hij in het noorden, trainde hij zijn ploeg, bekeek en analyseerde hij wedstrijden. “Toen ik begon, vochten we tegen degradatie. Het heeft ons bloed, zweet en tranen gekost, we hebben zoveel wedstrijden gespeeld, zijn meiden kwijtgeraakt met blessures. Maar nu zijn we kampioen, het is net een sprookje.”
Het contract van Janssen bij VZV loopt nog een jaar door. De club zou hem graag langer behouden, wil dat de coach de jeugdopleiding gaat vernieuwen. Een eer, zegt Janssen, maar hij weet nog niet waar zijn toekomst ligt. “Zo rond december krijg ik altijd wel een gevoel of ik nog door wil of niet. Is het nog zo leuk als we verliezen en ik zoveel moet reizen? Ik heb een haat-liefdeverhouding met handbal, was ziek van wedstrijden, wilde altijd meer en zag het vaak genoeg niet meer zitten. Maar dan kwam er altijd weer iets op mijn pad dat ik wilde proberen. Pas de laatste jaren ben ik rustiger, laat ik dingen meer op me afkomen. Dus we zien het wel.”