Toen Strating werd gevraagd mee te denken aan een cadeau voor Bos, ook jarenlang voorzitter van de Kunst- en Erfgoedcommissie, kwam ze al snel tot de conclusie dat ze geen traditionele kunstcatalogus – witte pagina’s met een foto van het kunstwerk en wat informatie – wilde. “Het moest een verhaal vertellen, een kunstwerk op zichzelf zijn.”
Eternal Blue van Richard Vijgen zoals het te zien is in hal van de Minderbroedersberg
FOTO: Philip Driessen
Daarbij is de collectie van de UM heel anders tot stand gekomen als die van een museum, vertelt ze. “Dan heb je vaak een van tevoren uitgedacht thema. Hier hebben mensen, wanneer er geld beschikbaar was, een opdracht gegeven aan een kunstenaar. Vaak voor een bepaald gebouw, dat maakt de collectie ook heel plaatsgebonden. Je kunt er geen tentoonstelling van maken of het zelfs allemaal zien – sommige werken staan op plekken die niet voor iedereen toegankelijk zijn.” De titel van het boek zegt het allemaal: THIS IS NOT A MUSEUM/THIS IS NOT A CATALOGUE.
Hoe Eternal Blue in THIS IS NOT A MUSEUM/THIS IS NOT A CATALOGUE staat, door de lens van Yannick Nuss
BEELD: Yannick Nuss
In Nuss vond Strating de persoon die er net zo over dacht als zij. “Een traditioneel kunstboek heeft natuurlijk grote archivale waarde, maar vanuit een visueel aspect voelt het als huiswerk”, vertelt hij via Teams. “Voor mij zijn beelden als tekst – je kunt er een verhaal mee vertellen. Dit is geen objectief boek. Er is weliswaar geen hiërarchie, ik wilde alle werken vieren, maar het is wel mijn perspectief, mijn visie op de collectie.”
Terwijl Nuss werd rondgeleid door Strating (“Ik verzon steeds smoezen waarom ik hem iets moest laten zien, zodat Nick er niet achter zou komen”) keek hij niet alleen hoe de kunstwerken op hem overkwamen, maar ook hoe mensen in het gebouw ermee omgingen. “Ik wilde zoveel mogelijk weten, zocht interviews op met de kunstenaars. Waarom hebben ze bepaalde keuzes gemaakt? Wat hopen ze dat ik denk als ik het werk zie? En wat doet het daadwerkelijk met me?”
Ondertussen stelde hij een enorm beeldarchief samen van film stills en de titels (zowel naam als lettertype) van horror/sciencefiction-paperbacks uit de jaren ’60, ’70 en ’80. Ze staan naast de foto’s van de kunstwerken en nemen de lezer op een soort cinematografische tocht door het boek, geven het de filmische sfeer die Nuss wilde oproepen. “Was er meer tijd, dan had ik er nog graag een soundtrack bij gemaakt, dan wordt het echt een beleving.”
Er zijn genoeg exemplaren gedrukt om het boek de komende vijf jaar uit te delen aan afgestudeerde promovendi. Mede daarom zijn er toch index-pagina’s waarop keurig staat welk kunstwerk waar te zien is. “En omdat ik wilde dat mensen eerst bekend met een werk zouden zijn, voordat ze het door mijn lens zien”, zegt Nuss. Strating deelt het inmiddels ook uit als een soort visitekaartje. “Nu kan ik mensen laten zien wat mijn werk, wat de collectie inhoudt.”