Wie kampt met een fysieke, psychische of zintuiglijke beperking, een chronische ziekte, of een aandoening als dyslexie of autisme kan bij disability support terecht voor ondersteuning en advies over speciale voorzieningen. “We kijken dan bijvoorbeeld naar extra tentamentijd, kleinere toetsruimte, of ondersteunende technologie. Wij adviseren, maar het is de examencommissie die uiteindelijk beslist of de voorzieningen worden toegekend”, vertelt disability officer Sigrid Peters.
Het team werkt nauw samen met UM-psychologen en UM-projectteam Embracing Neurodiversity, zodat studenten workshops kunnen volgen of individueel begeleid kunnen worden. Ook studenten die nog twijfelen of de UM-onderwijsvorm wel bij hen past, kunnen er terecht. “We geven vooraf al advies over PGO en het ‘sociale karakter’ van de universiteit,” zegt Peters. “Want niet iedereen bloeit op bij groepsopdrachten. Bijvoorbeeld als je met ADHD snel overprikkeld raakt, of fysiek niet in staat bent om actief mee te doen aan discussies.” Niet alles is mogelijk, er zijn grenzen. “Een PGO-lesrooster aanpassen? Dat kan voor een examencommissie niet zomaar.”
Toename
In 2024 is het aantal studenten dat zich meldt bij Disability Support fors gestegen: ruim honderd meer dan een jaar eerder. Waar komt die toename vandaan? “Misschien zijn studenten opener geworden over hun beperkingen”, zegt Peters. “En we zijn ook zichtbaarder geworden.”
Studenten met ADHD vormen tegenwoordig met 30 procent de grootste groep. Het totaal is nu 1072. Vorig jaar waren dat nog studenten met dyslexie of dyscalculie. Is er risico op misbruik van voorzieningen, bijvoorbeeld door mensen die ‘gemakkelijk’ extra tijd willen? “Zomaar aanspraak maken op verlenging van deadlines kan niet. We vragen altijd een medische verklaring, en die moet in het Engels of Nederlands zijn opgesteld. En zo’n advies geven we nooit zomaar”, zegt Peters. “Sterker nog: studenten met ADHD raken juist uit koers als ze te veel tijd krijgen.”
Barrières
Zowel Nederlandse als internationale studenten melden zich, maar er zijn duidelijke cultuurverschillen. “Nederlanders kennen het systeem beter, en hadden vaak al dit soort voorzieningen op hun middelbare school,” legt Peters uit. “Aziatische studenten bijvoorbeeld zijn soms terughoudender. In hun cultuur zijn beperkingen minder bespreekbaar, zeker op de werkvloer.”
En veel internationals ervaren ook nog andere problemen. Tijdens een recente faculteitsraadvergadering bij de faculteit Arts and Social Sciences (FASoS) werd dit aangekaart. Zo moet een medische verklaring uit het buitenland professioneel in het Engels of Nederlands vertaald zijn, en dat kost geld. Peters daarover: “Het kan niet anders. Wij mogen geen artsen bellen, dat valt onder medische geheimhouding. Wie de kosten niet wil dragen, moet zich opnieuw in Nederland laten diagnosticeren. We snappen dat dat zwaar is. Daarom geven we in afwachting van een diagnose soms al tijdelijk ondersteuning.” Verder wijst ze op het studenteninitiatief UnliMited, dat opkomt voor de belangen van studenten met een beperking binnen het UM-beleid en daarnaast sociale activiteiten organiseert.