Voor iets meer dan 8 gulden (3,60 euro) per dagdeel konden pa of ma de dreumes brengen; studenten betaalden slechts 3,75 gulden. Om kosten te besparen werd de boel gerund door vrijwilligers: “De meesten zijn moeders of vrouwen van medewerkers die iets te doen willen hebben. Via de vrijwilligerscentrale zijn daar ook vrouwen met een uitkering bijgekomen.”
Dat het college van bestuur dit project omarmde, was noodzaak, zo staat er in de archieven, want alle kinderdagverblijven in Maastricht zaten vol. Alleen acute noodgevallen werden geholpen.
Wel was vanaf het begin duidelijk dat de universiteitscrèche vrij snel zou verkassen naar het hoofdgebouw van de RL aan de Tongersestraat. Daar ging echter een streep door (om onbekende reden) waarna de gemeente te hulp schoot; ze konden terecht in het voormalige kleuterschoolgedeelte in Buurthuis Ravelijn. Het kinderdagverblijf van RL én AZM (want ook kinderen van ziekenhuismedewerkers waren welkom) kreeg de toepasselijke naam ’t Ravelijntje. Later vertrok de crèche naar de Louis Looyenstraat, bij de Wilhelminabrug.
Het kinderdagverblijf kwam eigenlijk nooit in rustig vaarwater: te lange wachtlijsten, te weinig geld (en dus steeds opnieuw de vraag of de universiteit meer subsidie wilde geven). “Investeren in kinderopvang is óók in het belang van de instellingen”, betoogde Sjef Wintgens, hoofd bureau onderwijs van gezondheidswetenschappen en jarenlang voorzitter van de ‘Stichting Kinderopvang RL/AZM’ in Observant in 1988. Medewerkers, en dan voornamelijk vrouwen, zouden minder snel hun baan opgeven, redeneerde hij.
Als er landelijk allerlei nieuwe subsidieregels komen, besluit de gemeente dat ze nog maar met één organisatie in zee wil waardoor de universiteitscrèche in 1990 fuseert met onder andere kinderdagverblijf Juliana. Wel koopt de universiteit nog jarenlang ‘kindplaatsen’ in voor haar medewerkers bij wat later Maatwerk in Kinderopvang (MIK) gaat heten.
Is er dan nooit meer over een UM-crèche 2.0 gesproken? Jawel. In 2019. Toen kreeg deze instelling als eerste van Nederland een officieel family friendly certificaat van een Duits consultancybedrijf. Dat certificaat was drie jaar geldig en is nooit verlengd – allerlei acties, gericht op studenten en medewerkers met zorgtaken onder de noemer UM Cares, zijn door HR of het studentenservicecentrum overgenomen.
Een (nieuwe) eigen kinderopvang is onderzocht, herinnert Netty Bekkers, beleidsadviseur bij het Diversity & Inclusivity office, destijds betrokken bij UM Cares, zich nog. “Maar er zitten ontzettend veel haken en ogen aan om dit als instelling te faciliteren. Kinderopvang is een business en staat toch ook haaks op een onderwijsinstelling.”