Eindelijk veilig: “Hier kunnen studeren is mijn reddingsboei”

Eindelijk veilig: “Hier kunnen studeren is mijn reddingsboei”

Vluchteling én student in Maastricht

10-09-2025 · Achtergrond

Onder de duizenden studenten die op 1 september aan de Universiteit Maastricht begonnen, zijn 101 vluchtelingen uit allerlei landen. Zij ontvluchtten onder meer politieke repressie en homofobie. “Ze drukten me het stempel ‘terrorist’ op.”

De meeste vluchteling-studenten in Maastricht moeten wel Syriërs en Oekraïners zijn. Toch? Nee, glimlacht Luc van den Akker, centraal contactpersoon voor vluchtelingen bij de UM. De grootste groep – 27 studenten – blijkt gevlucht te zijn uit Turkije. “Een land waaruit we ook reguliere studenten ontvangen”, beaamt hij. “De meeste Turkse vluchteling-studenten hangen hun status dan ook liever niet aan de grote klok: ze zijn bang voor de lange arm van president Erdogan.”

Voor de 25-jarige Burak Demirci, net begonnen aan de master Arbeids- en Organisatiepsychologie, ligt dat anders. Ja, hij is voorzichtig met het delen van zijn verhaal – “Ik wil niet dat mensen over me oordelen als vluchteling” –, maar wie ernaar vraagt, krijgt gewoon antwoord: “Ik heb niets te verbergen.” In 2023 kwam hij naar Nederland, zijn vader achterna. Inmiddels wonen ook zijn moeder, broer en zus hier. “Mijn familie had problemen met de overheid”, klinkt het met gevoel voor understatement.

"Als ik in Turkije was gebleven, zou ook mij arrestatie boven het hoofd hangen"

Burak Demirci

Zijn ouders zijn aanhangers van de islamitische geestelijke Fethullah Gülen, die volgens Erdogan achter de mislukte staatsgreep van 2016 zat. Dat is nooit bewezen, maar ‘Gülenisten’ wordt desondanks het leven zuur gemaakt. “Mijn ouders zijn als terrorist aangemerkt en raakten beiden hun baan als leraar kwijt. Mijn vader deed niets verkeerd, maar zat negen maanden vast en kreeg nadat hij vrijkwam nog eens negen jaar cel opgelegd.” Demirci is zelf geen Gülen-aanhanger, maar ook hij kreeg met tegenwerking te maken. “Ze drukten ook mij dat stempel van ‘terrorist’ op, als ik was gebleven, zou ook mij arrestatie boven het hoofd hangen. Daarnaast maak ik in Turkije geen enkele kans op een baan. Er is voor ons gezin geen toekomst daar.”

En dus bouwt hij er een op in Nederland. In Maastricht, waar het internationale karakter van de universiteit en “de brede inhoud van de master” hem aanspreken; en in de hoop later zelf iets voor vluchtelingen te kunnen betekenen. “Ze moeten hier werk vinden, maar dat lukt lang niet altijd. Mensen die in hun thuisland academici waren, moeten soms in een fabriek aan de slag – dat is nogal een contrast. Ik wil programma’s opzetten die de overgang naar een leven hier gemakkelijker maken.”

Collegegeld

Demirci is blij met de hulp die de UM hem biedt. Turkije valt immers niet onder de Europese Economische Ruimte (EER), waardoor studenten uit dat land instellingscollegegeld moeten betalen. Afhankelijk van de opleiding kan dat oplopen tot zo’n 25 duizend euro per jaar. “Dat had ik nooit kunnen betalen”, zegt hij. “Maar toen ik had aangegeven dat ik vluchteling ben, bleek dat ik recht had op een lager tarief.” Dat, licht Van den Akker toe, is overheidsbeleid: voor erkende vluchtelingen krijgt de universiteit namelijk gewoon bekostiging; zij betalen daarom evenveel collegegeld als studenten uit de EER (2601 euro voor dit academisch jaar). “Ook”, zegt Demirci, “mocht ik gratis de pre-academic training volgen [een programma dat aankomende studenten onder meer wegwijs maakt in het probleemgestuurd onderwijs] en heeft Luc me geholpen onderdak te vinden in Maastricht.”

"Had ik ze thuis verteld dat ik homo ben, dan denk ik dat ze me hadden vermoord"

Ook Motaz Daw klinkt dankbaar. De Libiër is pas sinds december 2024 in Nederland. Terwijl zijn asielaanvraag nog loopt, begon hij op 1 september al aan de bachelor Computer Science. Zijn studie informatietechnologie, aan de Universiteit van Tripoli, moest hij eerder afbreken vanwege de burgeroorlog die zijn thuisland tot 2020 teisterde. “Ik ben nu 28 en wil niet meer wachten”, vertelt hij in de koffiebar van de Faculteit Science and Engineering – hij heeft net zijn eerste onderwijsgroepen achter de rug.

Motaz Daw

Ook Daw kreeg een beurs voor het deelnemen aan de pre-academic training. Wie zoals hij nog in de asielprocedure zit, zou volgens de wet instellingscollegegeld moeten betalen, maar de UM komt deze studenten tegemoet: ook zij studeren tegen het lage tarief. Maar goed ook, zegt Daw opgelucht, want ook dat lagere bedrag bij elkaar krijgen was al moeilijk genoeg. Zonder vluchtelingenstatus kan hij namelijk geen studiefinanciering aanvragen “en mijn aanvraag voor een beurs bij [het fonds voor vluchtelingstudenten] UAF werd afgewezen omdat mijn Nederlands nog niet goed genoeg is. Uiteindelijk heb ik het geld voor mijn eerste jaar kunnen inzamelen via een crowdfundingscampagne op de website GoFundMe: ik studeer dankzij vrienden en vrienden van vrienden”.

Opgelucht

Daw ontvluchtte vooral zijn eigen familie, zegt hij. “In ons gezin werden de kinderen fysiek en geestelijk mishandeld. Daarbij ben ik homo en heb ik me heel mijn leven anders moeten voordoen dan ik ben. Had ik het ze thuis verteld, dan denk ik dat ze me hadden vermoord. Toen ik naar Nederland ging, zei ik maar dat ik er stage zou gaan lopen. Anders hadden ze het me zeker belet. Ik was opgelucht toen ik eindelijk in het vliegtuig zat. Na de landing duurde het wel een paar dagen voor ik besefte dat ik echt in Nederland was.”

In het Maastrichtse asielzoekerscentrum, waar hij op een afdeling voor LGBTQIA+-personen verblijft, voelt hij zich weliswaar veilig, maar écht op zijn gemak is Daw nog altijd niet. “Ik heb nachtmerries waarin familieleden me komen zoeken en bij plotse harde geluiden – een deur die dichtslaat bijvoorbeeld – schrik ik. Het kost tijd om die dingen te veranderen, ik krijg daar ook hulp voor. En er is natuurlijk altijd een kans dat ze mijn asielaanvraag afwijzen, dat maakt de stress nog groter.” In Libië zijn relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht strafbaar met een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar. Ook vervolgen gewapende milities LGBTQIA+-personen. “ISIS in Libië heeft zelfs publiekelijk mannen geëxecuteerd die van homoseksualiteit werden beschuldigd”, voegt Daw toe.

Kunnen studeren, klinkt het zacht, is bij dat alles een zegen, het helpt hem om de spanningen even te vergeten. “Het houdt me gaande, is mijn reddingsboei. Want verder gaat het niet zo goed.”

Wat de UM voor vluchtelingen doet

De Universiteit Maastricht telt dit academisch jaar 101 vluchteling-studenten. De grootste groepen komen uit Turkije (27), Oekraïne (23) en Syrië (18). Vorige week werd bekend dat er ook 5 studenten uit Gaza in Maastricht zijn – zij zijn in Nederland op een studentenvisum en krijgen een beurs van de universiteit. Toch betekent vluchtelingen helpen “zeker niet per se financieel helpen”, zegt Luc van den Akker. “Het betekent vooral mensen de weg wijzen, hen in contact brengen met de juiste mensen of instanties binnen en buiten de universiteit. Zodat zij zélf hun problemen kunnen oplossen.”

Wat dat zoal inhoudt, staat sinds eind 2024 verwoord in een heus beleidsdocument. “Voorheen gebeurde dat allemaal informeel”, zegt Van den Akker. “Maar we wilden op papier zetten wat we doen en willen. Dat is ook handiger richting het college van bestuur, al was dat altijd al welwillend.”

Denk dan aan hulp bij de toelating tot de universiteit: daarvoor moet je een middelbareschooldiploma hebben. “Als iemand dat niet meer heeft omdat hij of zij het op de vlucht verloren is, moet hij procedures doorlopen. Die zijn niet eenvoudig. Ik help zo iemand door die een ingang te wijzen.” Ook zijn er speciale taalcursussen bij het Talencentrum (los van de ‘reguliere’ cursussen voor studenten). En ja, “incidenteel en beperkt” kan er ook financiële hulp worden gegeven, als iemand bijvoorbeeld geen geld heeft voor een taalcursus, vermeldt het document.

Toekomstdromen bevat het ook: zo wil men ook graag iets betekenen voor vluchtelingen búiten de universiteit door werkervaringsplekken aan te gaan bieden. “Natuurlijk zijn we er eerst voor onze studenten, dat is onze core business. Maar de universiteit is ook een van de grootste werkgevers van Zuid-Limburg. We zouden heel veel mensen kunnen helpen met zulke plekken.”