'N Limburgs maedje blieft altied in Limburg. Ik vind het fijn hier en ben niet van plan om verder weg te gaan wonen. Ik heb een opleiding in Nijmegen overwogen – mijn broer studeert daar – maar ik vond Maastricht aantrekkelijker. Het is al zo’n grote overgang, van middelbare school naar universiteit. Ik zou het veel vinden als ik dan ook nog ergens anders zou moeten gaan wonen. Het is niet dat ik er niet open voor sta. Mijn ouders houden me niet tegen, zij hadden zelf ook een studentenkamer, mijn moeder in Tilburg, mijn vader in Leiden. Maar Maastricht voelt nu het beste. Mijn vriend Laurent woont ook nog thuis, in Mechelen, een paar kilometer van Wahlwiller, en studeert ook in Maastricht. Het is fijn, zo dichtbij elkaar. Bovendien is Zuid-Limburg prachtig, ik voel me hier thuis. Toen ik de open dag bezocht van rechtsgeleerdheid merkte ik hoe mooi de stad eigenlijk is, met al die monumentale panden, leuke straatjes en de oude brug. Zo heb ik er nooit eerder naar gekeken.
Taal is zeg maar echt mijn ding… [Grinnikt] ja, ik heb een grote interesse in taal. Het vak Nederlands ligt me, beter dan wiskunde in elk geval. Voor mijn profielwerkstuk in 6 vwo, dat ik samen met een klasgenootje heb gemaakt, kreeg ik een tien en we wonnen er vervolgens ook nog de landelijke Onderwijsprijs mee. We wisten dat we iets wilden onderzoeken over taalverandering en na overleg met onze docent Nederlands kwamen we op het gebruik van het werkwoord ‘willen’. Officieel zijn ‘jij wilt’ en ‘hij wil’ correct, maar in het dagelijks taalgebruik kom je ook vaak ‘jij wil’ en ‘hij wilt’ tegen. We hebben 288 enquêteformulieren teruggekregen, allemaal van leerlingen van onze eigen school. Uiteindelijk is het een 65 pagina’s dik werkstuk geworden met als eindconclusie dat het gebruik inderdaad aan het veranderen is. Jonge mensen gaan niet altijd voor de officiële schrijfwijze.
"We wonnen er vervolgens ook nog de landelijke Onderwijsprijs mee"
Ik ga liever in de rechtszaal staan. Nou, op dit moment zie ik mezelf helemaal niet in een rechtszaal om te pleiten voor een groep mensen. Ik ben nog niet zo’n geweldig en overtuigend spreker. Hopelijk word ik daar een stuk beter en zekerder in. Ik twijfelde over een studie Nederlands, maar dacht wel: ‘Wat ga ik daarmee worden?’ Omdat je zo’n talenopleiding niet in Maastricht kunt volgen, werd het rechten, leuk en ook talig. Het is vooral het stukje ‘mensen helpen’ dat me aanspreekt, maar als je me vraagt wat ik ermee wil, of ik mezelf als advocaat zie, dan zeg ik: ‘Geen idee’.
Welk boek ligt er op het nachtkastje? De Hunger Games van Suzanne Collins, een combinatie van fantasy en thriller. Ik lees heel graag, als kind al verslond ik boeken. Ik denk dat het me ook heeft geholpen bij mijn vak Nederlands. Een aanrader? Lord of the Rings, een trilogie, niet altijd even makkelijk qua taalgebruik, met vaak lange zinnen en uitgebreide beschrijvingen, maar zeker de moeite waard. Het zijn verfilmde boeken, klopt, maar ik lees liever dan dat ik tv kijk. Mijn oudere broer heeft bovendien de Xbox aangesloten op de televisie, dus die is vaak bezet. Hij haalt er ook een racestoel bij; de woonkamer lijkt vervolgens meer op een man cave. Het is niet zo’n mooie toevoeging aan ons interieur; mijn moeder staat het alleen in het weekend toe, niet door de week.
Laatste keer gehuild? Twee weken geleden, bij het afscheid van mijn vriend in Nieuw-Zeeland. Hij is op uitwisseling aan de University of Waikato. Hij wilde er héél graag naartoe en heeft er hard voor gewerkt - cijfers zijn doorslaggevend bij de selectie. Deze zomer was ik er bijna vier weken lang. Het was mijn eerste echte reis alleen, heel spannend, zestien uur in het vliegtuig, met een overstap in Dubai. Ik ben natuurlijk weleens met school naar het buitenland gegaan, zelfs naar Amerika, maar de keren dat ik alleen reisde, zijn op één hand te tellen. Zoals naar Nijmegen, naar mijn broer. Dat ging goed, ondanks mijn slechte treinervaring. Ooit ben ik op mijn veertiende met vriendinnen naar Toverland gegaan. We namen de trein richting Sevenum, maar kwamen er te laat achter dat je op een knop moet drukken om de deuren te openen. Stonden we daar in het gangpad, ons af te vragen wat er mis was gegaan. Ik heb er in elk geval van geleerd, haha.
"Als de rest zich minder inzet bij groepsopdrachten, zeg ik: ‘Geef maar aan mij’, totdat het opeens wel heel veel werk wordt"
Het moeilijkste aan de liefde… We zijn bijna een jaar samen en voor mij is het mijn eerste lange relatie. Dat ik hem nu zo lang moet missen [hij komt terug in december] vind ik heel moeilijk. Laurent ken ik al heel lang, hij is bevriend met een van mijn broers. Hij is spontaan, heel lief en avontuurlijk – daardoor verleg ik mijn grenzen. In Nieuw-Zeeland zijn we bijvoorbeeld samen gaan raften. Ik stond in eerste instantie niet te popelen, met zo’n hoge waterval waar ik doorheen moest, maar achteraf ben ik heel blij dat ik het heb gedaan.
Wat deed je het liefst als kind? Paardrijden. Mijn moeder heeft samen met haar zus een paard, Blossom, gekocht voor mij en mijn nichtjes. Dat was echt een droom. Ik las als kind over paarden, had alles van paarden, droomde erover. Ik ben twee of drie dagen in de week op de manege, en nog steeds leer ik nieuwe dingen, en dat terwijl ik al sinds mijn zesde op rijles zit.
Hoe ga je om met tegenslagen? Ik baal van lage cijfers, ik wil het altijd heel goed doen. Ik denk dat ik wel een streber ben, ja, perfectionistisch, ook in de samenwerking met anderen. Dat is wel een leerpuntje. Ik houd graag de controle. Niet dat ik een leider ben, zeker niet, maar als de rest zich minder inzet bij groepsopdrachten, zeg ik: ‘Geef maar aan mij’, totdat het opeens wel heel veel werk wordt.