De zogeheten Postdoc Appreciation Week wordt dit jaar voor de eerste keer georganiseerd, geïnspireerd op vergelijkbare initiatieven in landen als de Verenigde Staten en Duitsland. Op het programma staan onder meer netwerkborrels, een workshop personal branding en “inspirerende” praatjes over carrièremogelijkheden.
Voor de zomer werd er tijdens een commissievergadering van de universiteitsraad met enige scepsis gereageerd op de aankondiging. “Onder postdocs heerst teleurstelling”, stelde een raadslid namens het wetenschappelijk personeel. Ze zouden vrezen dat het vooral een symbolisch gebaar is, terwijl de échte problemen blijven bestaan: constante onduidelijkheid over het vervolg van hun loopbaan en het gevoel er niet echt ‘bij’ te horen. “Veel focus ligt op promovendi, professoren staan vaak in de schijnwerpers, maar postdocs worden over het hoofd gezien.”
Tijdens een rondgang langs de Universiteitssingel, een aantal dagen voor de start van de ‘waarderingsweek’, lijkt het echter wel mee te vallen met die teleurstelling. Aan waardering geen gebrek, ze voelen zich volwaardig lid van het onderzoeksteam, klinkt het uit de mond van meerdere postdocs.
Ook Linsey Peters, beleidsmedewerker bij het Research Office van de faculteit Health, Medicine and Life Sciences (FHML), die betrokken is bij de organisatie van de landelijke week én het Maastrichtse programma, zegt dat ze “vooral veel positieve reacties” heeft gekregen. “Maar dan wel geregeld met de opmerking: hopelijk blijft er ook na deze week gewerkt worden aan het verbeteren van onze situatie.”
Bitterzoet
Want er zijn weldegelijk zaken waar postdocs tegenaan lopen, vertelt Peters, die hen regelmatig spreekt aan de FHML – de faculteit met verreweg de meeste postdocs (zo’n tweehonderd van de in totaal ongeveer driehonderd aan de UM). “Het is een hele diverse groep, onder meer qua leeftijden, dus ook de problemen lopen uiteen. Maar iets dat vaak naar voren komt, is de onzekerheid die komt kijken bij de tijdelijke contracten.”
Dat is inderdaad herkenbaar, vertelt postdoc Ilse van Lier terwijl ze haar waterfles bijvult in een keukentje aan haar faculteit, psychologie en neurowetenschap (FPN). “Op een gegeven moment wil je toch vastigheid, zeker in deze fase van je leven. Bijvoorbeeld als je een huis wil kopen. Gelukkig heb ik dat zelf al gedaan, dat maakt het wat makkelijker.” Haar huidige contract loop eind volgend jaar af. Een enorm blok aan het been wil ze dat vooruitzicht niet noemen, “maar je denkt er wel vaak aan.”
Een gebouw verderop, bij de FHML, noemt ook de Canadese postdoc Heather Petrick het een “lastige situatie. Aan de ene kant heb ik het enorm naar mijn zin hier, je investeert veel in het onderzoek. Maar je moet ook altijd klaarstaan om dat achter je te laten. Als zich elders een mooie kans aandient, kun je die eigenlijk niet afslaan.” Dat deed ze dan ook niet toen onlangs een vaste aanstelling in Wageningen voorbijkwam. Over een paar maanden begint ze daar. “Ik ben er uiteraard blij mee, maar het is ook bitterzoet, want ik had graag mijn lopende onderzoek in Maastricht afgerond.”
Aanpassingen
Een paar gangen verder is Froukje Vanweert nog steeds op zoek naar manieren om haar huidige onderzoek voort te zetten. “Veel hangt af van het binnenhalen van beurzen en dat is lastig: de kansen zijn klein en er gaat veel tijd in de aanvragen zitten. Terwijl je daarnaast ook veel onderwijs geeft, promovendi begeleidt en ‘gewoon’ je lopende onderzoek moet uitvoeren.”
Een stressvolle situatie, die met een aantal aanpassingen enigszins verlicht kan worden, vertelt ze. Bijvoorbeeld door postdocs meer flexibele onderwijstaken te geven. “Die zijn makkelijker te combineren met andere werkzaamheden. Nu geven we alleen les, dat is op vaste ingeroosterde tijden.”
Voor zulke zaken zal meer aandacht komen, vertelt Peters. “Het Research Office van FHML voert komende tijd – dus ook ná de appreciation week – gesprekken met postdocs over hun behoeftes en wat er volgens hen beter kan. De grotere problemen, zoals de tijdelijke contracten, moeten we als universiteiten landelijk aanpakken. Maar we willen wel alvast kijken hoe we postdocs op de korte termijn beter kunnen ondersteunen.”