Op 10 september werd de extreemrechtse Amerikaanse politiek activist Charlie Kirk neergeschoten tijdens een lezing aan de Utah Valley University. De reacties volgden voorspelbaar snel – en fel. President Trump en andere rechtse politici wezen zonder aarzelen naar “extreemlinks” als schuldige. Kirk, zo stelden zij, was slechts een opiniemaker die door linkse polarisatie letterlijk het zwijgen was opgelegd.
Wie niet meteen ondubbelzinnig het geweld veroordeelde, of wie zich überhaupt kritisch over Kirk uitliet, werd direct beschuldigd van medeplichtigheid. Ondertussen schoten de complottheorieën als paddenstoelen uit de grond: de dader zou handelen vanuit een “pro-transgenderideologie”, beweerde men. De gouverneur van Utah liet zelfs weten dat de dader, afkomstig uit een mormoons gezin, “radicaal-links” zou zijn – zonder enig bewijs te tonen.
Daar tegenover stond een andere groep die de schutter juist typeerde als een lid van de “Groypers”: een alt-right internetbeweging die Kirk jarenlang te soft vond in zijn rechtse strijd. Hun zogenaamde “Groyper wars”, waar ze door Kirk georganiseerde samenkomsten verstoorden, zijn berucht. Toch haastte hun leider, Nick Fuentes, zich om afstand te nemen, en zag er prompt weer een complot van links in.
Wat opvalt: feiten doen er nauwelijks toe. Zonder onderbouwing grijpen groepen de gebeurtenis aan om hun eigen angsten bevestigd te zien. Het deed me denken aan Karl Popper, die in de jaren 1940 al scherp over complotten schreef. Volgens hem zijn er weinig echte complotten die de loop van de geschiedenis bepalen. Maar – en dat is cruciaal – zodra mensen overtuigd raken dat ze slachtoffer zijn van complotten, beginnen ze er zelf te smeden.
Daarom zien we in dit soort debatten dat het vertellen van leugens of het verspreiden van complottheorieën legitiem lijkt: men gelooft toch al dat het publieke debat slechts een spel van maskers en machinaties is. Een andere reactie is echter mogelijk: niet met complottheorieën, maar met structuurverklaringen. Niet de intentie van één dader, maar de bredere maatschappelijke structuren en culturen die geweld mogelijk maken, staan centraal.
Misschien is dat ook de juiste lens om naar de moord op Kirk te kijken. Niet als een sinister plan, maar als tragische uitkomst van diepere verschuivingen in de Amerikaanse samenleving.
Massimiliano Simons, universitair docent techniekfilosofie (FASoS)