De datum weet ze al: op 31 januari 2026 hoopt de Indiase Mridula Pradeep (21) haar bachelordiploma van het Maastricht Science Programme in ontvangst te nemen. Voor het zover is zal ze zich nog verdiepen in de effecten van koolhydraten uit de voeding op het glucoseniveau van mensen met diabetes. “Ik schrijf een systematische review daarover, dat betekent dat ik onderzoek bestudeer en analyseer om te kijken hoe sterk het bewijs is. Door dat allemaal op een rij te zetten, kunnen zorgverleners nog beter advies geven.”
Een scriptie over voeding, dat had Pradeep niet verwacht toen ze drie jaar geleden naar Maastricht kwam. “Ik wilde scheikundige worden, geïnspireerd door drie geweldige leraressen die ik tijdens mijn middelbare schooltijd had. Maar scheikunde op universitair niveau bleek toch niet helemaal mijn ding.” Een tegenvaller. “Je hebt een idee over de toekomst in je hoofd, dat moet je loslaten. Het was lastig, maar uiteindelijk ben ik blij dat ik die moeilijke keuze moest maken. Het heeft ervoor gezorgd dat ik mezelf beter heb leren begrijpen.”
"Wauw, dit is het"
In het Maastricht Science Programma mogen studenten zelf hun curriculum samenstellen. Ze volgde vakken als paleontologie en computerprogrammering, maar eenmaal in aanraking met humane biologie ging haar hart sneller kloppen. “Ik deed celbiologie, genetica, moleculaire biologie – ik wilde het vak steeds verder ontdekken. Bij het keuzevak metabolisme, voeding en beweging was het alsof er een explosief in mijn hersenen afging. Ik dacht: wauw, dit is het.”
Pradeep groeide op met haar ouders, broer en grootouders van vaderskant in Chennai, een stad aan de zuidwestelijke kust van India. Op haar zestiende verhuist het gezin naar Utrecht, waar haar vader al een jaar voor zijn werk woont. Midden in de coronacrisis in 2020 komt ze aan in een nieuw land. “In het begin was het erg wennen. Alleen al het weer, veel kouder. De mensen hier zijn veel meer op zichzelf; in India komen de buren eten langsbrengen, woonden mijn opa en oma bij ons in huis en wil iedereen alles van je weten. En ik sprak de taal niet. In India was ik altijd een extravert, maar hier veranderde dat. Gelukkig had ik mijn vrienden in India, ze belden me bijna iedere dag, zij waren echt mijn supporters.”
Nieuwsgierige vrienden
Langzaam maar zeker vindt ze haar draai. “Nu heb ik ook hier ‘mijn’ mensen. Mijn huisgenoten en ik vragen elkaar altijd waar we zijn geweest en wat we hebben gedaan. Die nieuwsgierigheid vind ik leuk, het laat zien dat mensen echt geïnteresseerd zijn.” En dan is er nog haar vriend Kristian: 2,5 jaar zijn ze nu samen en met hem wil Pradeep oud worden. “We dromen van een cottage waar we veel dieren kunnen houden en ons eigen eten kunnen verbouwen.”
Dat staat (“we moeten wel realistisch blijven over de huizenprijzen”) waarschijnlijk niet in Nederland. “Misschien in Zuid-Europa. Ik heb meer zonlicht nodig, maar mijn ouders willen in Utrecht blijven en ik ga echt niet op een ander continent wonen, dat vind ik veel te ver. Ik wilde weliswaar een eindje van hen vandaan studeren, omdat ik veel waarde hecht aan mijn vrijheid– als je als meisje in India opgroeit dan word je beschermend opgevoed – maar ik hou heel veel van ze.”
Tijd voor hobby's
Dat is voor later, eerst kiezen wat ze na haar bachelor wil doen. “Ik twijfel tussen een master Nutrition and Health in Wageningen, een master biomedische wetenschappen met als specialisatie voeding hier in Maastricht of een tijdje werken. Ik neig naar de eerste master, omdat je daar ook echt voedingsdeskundige mee wordt. Ik zou later graag westerse en oosterse kennis – zoals de Indiase traditionele geneesleer Ayurveda – met elkaar combineren. Er zijn veel vooroordelen over en weer; oosterse geneeskunde zou alleen maar op kruiden zijn gebaseerd, westerse geneeskunde stopt je vol met pillen. Dat is allebei niet waar.”
Voor nu kijkt ze uit naar de vrije maanden na haar diploma. “Dan heb ik eindelijk weer tijd voor mijn hobby’s. Ik doe aan yoga, zou ook graag een opleiding tot yogalerares in India willen volgen. Ik wil grappling [worstelsport] weer oppakken. Je moet er op een bepaalde manier creatief voor zijn, je gaat bijvoorbeeld kijken hoe je iemand kunt verslaan die twintig kilo zwaarder is. Je gebruikt je hersenen op een andere manier, net zoals tijdens het klimmen – een andere sport die ik graag doe. Ook omdat het me leert dat je eigen geest je soms beperkt, ik heb erge hoogtevrees, maar dat als je het gewoon doet, het eigenlijk best meevalt.”