Dit artikel is voor het eerst verschenen op 07-10-2025.
“Ik krijg de mail binnen op mijn telefoon, die gaat soms wel twintig keer per dag af”, verzucht een tweedejaars. En ja, ze leest de berichten allemaal, omdat ze bang is iets te missen. “Maar of dat echt nodig is? De afzenders vinden alles even belangrijk, maar ik zie heel veel dingen waarvan ik denk: ‘Waarom moet ik dit weten?’, zeker als het niet met mijn eigen studie te maken heeft.” Ze krijgt bijval van een derdejaars. “Ik kan er soms gewoon niet meer doorheen kijken. Alleen als ik weet dat er een cijfer komt, of een deadline, let ik wat beter op.”
Aanleiding voor dit artikel is het al jarenlange geklaag over studentcommunicatie. In faculteitsraden en bij bijeenkomsten met studentenvertegenwoordigers pikt Observant regelmatig kritiek op. Ook in de gesprekken die deze krant voert met zo’n zestig studenten klinkt regelmatig een zucht. Het grootste pijnpunt? De hoeveelheid – en dan gaat het niet alleen over het aantal berichten, maar ook over de verschillende communicatiekanalen: mail, Canvas, informatie op digitale borden, postercampagnes, sociale media, Whatsapp.
“We worden overspoeld”, klinkt het links en rechts, met berichten waarvan “we vaak niet eens weten waarom we die krijgen”. Zo vertelt een eerstejaars dat ze mails krijgt met opdrachten voor derdejaars en vragen anderen zich af wat ze met sommige berichten moeten, omdat het “over van alles gaat. Van algemene universitaire mededelingen tot overlijdensberichten.” En: “Waarom kan niet alles op een centrale plek staan? Dat maakt het overzichtelijker.”
Collegegeld
De meeste studenten zeggen de berichten te scannen, maar krijgen daardoor niet alles mee. Een ouderejaars heeft aparte mapjes gemaakt in haar mailaccount “om alles in eerste instantie zo goed mogelijk te categoriseren en daarna te lezen.” Dat gaat echter niet altijd goed, een paar maanden geleden is ze een paar belangrijke mails kwijtgeraakt, bijvoorbeeld over het betalen van haar collegegeld. “Ik kon ze in die enorme bulk niet meer terugvinden en heb ze misschien wel weggegooid.”
“Kijk eens mee”, zegt een tweedejaars studente, terwijl ze haar inbox laat zien. Een lange lijst aan mails kom tevoorschijn, wat opvalt zijn de mededelingen die vanuit Canvas worden doorgestuurd. In die online leeromgeving wordt informatie geplaatst over modules die studenten volgen, maar ook deadlines voor opdrachten of inschrijvingen, updates over keuzevakken, data van tentamens, berichten van tutoren of verplaatsingen van bijeenkomsten. Al die berichten komen ook terecht in de mailboxen. “Och, och, het is zo onoverzichtelijk, je moet heel actief filteren”, verzucht een derdejaars. Hij weet dat hij de meldingen kan uitzetten, maar vreest dan toch iets over het hoofd te zien. “Zelfs een mededeling als ‘Leuk om jullie morgen weer te zien’ van een tutor wordt doorgestuurd”, vertelt een eerstejaars. “Serieus? Leer de profs alsjeblieft hoe ze moeten communiceren via Canvas. Niet alles is even belangrijk, het zorgt voor ruis op de lijn.”
Visie
Tom Nobbe, als programmamanager binnen de UM belast met de vraag hoe de communicatie aan studenten beter kan, kijkt niet op van de verhalen. Ja, er is veel, zegt hij en de klachten daarover hebben ook het college van bestuur bereikt. Verbeterplannen waren er al langer. Of zoals Nobbe het formuleert: “Eind 2023, begin 2024 hebben het college van bestuur en de decanen een nieuwe visie op studentcommunicatie omarmd.” Maar voor er zelfs nog maar gesproken kon worden over praktische veranderingen - denk bijvoorbeeld aan aanpassingen in ICT - gooide de angst voor Haagse bezuinigingen roet in het eten. Nobbe: “We moesten vervolgens onderzoeken wat er binnen de huidige omstandigheden nog wel mogelijk was.”
Voor Bram van den Berkmortel, student en universiteitsraadslid (LEX-Motus), is het thema al langere tijd een aandachtspunt. Hij weet inmiddels dat er behoorlijke verschillen zijn in hoe studenten van verschillende faculteiten worden geïnformeerd. Zo kreeg hij in zijn tijd bij rechten – die studie heeft hij inmiddels afgerond - veel meer mails dan hij nu ontvangt als student bij de FHML. “Bij rechten is er een wekelijkse digitale nieuwsbrief, Law Student Messages, met algemene mededelingen, maar ook informatie over bijvoorbeeld deadlines. Op verzoek van de faculteit is er nog een onderzoek uitgevoerd door een student-assessor naar het bereik van de nieuwsbrief. Daaruit bleek dat iets minder dan de helft ‘m soms tot nooit las. Ik wist zelf pas na vier jaar dat Law Student Messages het belangrijkste platform is.”
In 2023 schreef Observant al dat de digitale nieuwsbrief niet op de radar stond bij rechtenstudenten. En in een faculteitsraadsvergadering vorig jaar werd nog de vraag opgeworpen of er dan maar gewoon meer mails moesten worden verstuurd, om bepaalde zaken onder de aandacht te brengen. Overigens laat Bureau Onderwijs van de faculteit bij recente navraag weten dat “Law Student Messages ons belangrijkste kanaal is om niet alleen onderwijsgerelateerde informatie, maar ook andere belangrijke berichten met de studenten te delen, over het algemeen wordt dit platform positief gewaardeerd”. Van den Berkmortel: “Bij FHML krijgen we heel gericht mededelingen per vak, je ziet meteen of het belangrijk is.” In een reactie aan Observant laat die faculteit weten: “Onze ervaring is dat mails slecht worden gelezen, helemaal als er veel worden verstuurd. Dat doen we dus alleen bij uitzondering.”
Versnippering
Het tekent de versnippering in de algehele studentcommunicatie, zegt Nobbe. Qua kanalen, maar ook wie wat nu eigenlijk doet. “Meerdere mensen zijn, met alle goede bedoelingen, op eigen initiatief aan het communiceren, soms ligt het bij Bureau Onderwijs, dan weer komt het vanuit de afdeling Marketing & Communicatie. Men vergeet vaak te kijken naar het totaalplaatje en hoe de student dat dan ervaart. Dat zou wel moeten.” En dat gaat nu gebeuren, met de aanstelling van zogenoemde ‘regisseurs’ studentcommunicatie – het is een eerste stap naar verbetering. Nobbe: “Alle faculteiten krijgen er een, zo is besloten, net als de bibliotheek, het Studenten Service Centrum (SSC) en MUO (Maastricht University Office, het ambtelijk apparaat op de Minderbroedersberg).”
Want dat zou je nog bijna vergeten: los van alle facultaire informatie, worden studenten ook nog over ‘algemene zaken’ geïnformeerd. Wekelijks gaat er een nieuwsbrief uit van de UM. “Daarnaast verstuurt het SSC op ons verzoek berichten – de frequentie daarvan is wisselend, tot enkele per maand”, laat UM-woordvoerder Koen Augustijn weten. “Denk aan informatie over de verkiezingen, de landelijke stakingen en afgelopen jaar enkele berichten over bezuinigingen en internationalisering bijvoorbeeld.”
Het merendeel van de door Observant ondervraagde studenten zegt die universitaire nieuwsbrief “niet echt te lezen”, ze zijn niet geïnteresseerd, “omdat het geen specifieke informatie voor mij is, het gaat niet over mijn eigen studie of faculteit”. Enkelen weten de universiteitsbrede berichten wel te waarderen. “Ik vind het goed dat ik bij grote ontwikkelingen, zoals de situatie in Gaza of stakingen tegen de bezuinigingsplannen, kan lezen wat het standpunt is van de UM”, vertelt een masterstudent.
Stroomlijnen
Om te voorkomen dat er op een dag twintig berichten de wereld in worden geholpen, zullen de regisseurs - "die hopelijk dit jaar nog aan de slag gaan” - structureel met elkaar moeten overleggen, legt Nobbe uit. “Er zal ook meer moeten worden nagedacht over het middel en de doelgroep. Kun je iets beter via een mailtje doen, de informatieborden of toch liever met een nieuwsbrief?”
De faculteiten, de bibliotheek, het SSC en MUO zullen nu eerst intern moeten bespreken hoe ze de nieuwe rol van de regisseur studentcommunicatie binnen de eigen organisatie gaan invullen. “Ze mogen het zelf bepalen, maar het is wel de bedoeling dat iemand dagelijks bezig zal zijn met de vraag ‘Hoe communiceren wij naar de student’. Het is niet alleen maar even een taak erbij, er moet wel echt ruimte voor worden gemaakt”, zegt Nobbe. Extra geld zal er niet komen voor de functie, voegt hij eraan toe, “goede communicatie is een kernactiviteit”.
Daarvoor wordt ook de ICT-kant onder de loep genomen. “De kanalen die we nu gebruiken om informatie te verspreiden, willen we toegankelijker maken, overzichtelijker.” Details daarover worden uitgewerkt, met name over welke vorm dat dan zou moeten krijgen. “In ieder geval iets waar zoveel mogelijk informatie op één plek komt te staan en de student als het ware verschillende laatjes kan opentrekken.” Of dat dan een platform of een app zou moeten worden, is nog niet duidelijk, zegt Nobbe. Daarvoor is het nog te vroeg. “Het hoeft geen ingewikkeld traject te zijn dat lang duurt, maar we vonden het belangrijker om eerst de organisatorische kant anders aan te pakken.”
Dat geldt overigens niet alleen voor de universiteit, wil hij nog meegeven. “Dit valt en staat natuurlijk ook met de bereidheid van studenten om dingen te willen lezen. Ze hebben wel een plicht om de moeite te nemen om informatie te ontvangen. Het werkt twee kanten op: als wij gerichter communiceren, zijn studenten waarschijnlijk meer genegen om het te lezen. Anders kan je blijven communiceren tot je een ons weegt.”