Had hij wel in december 2023 mogen starten met zijn eindwerkstuk, dan had hij het in de zomer van 2024 kunnen afronden, betoogde de student. In het eerste semester van studiejaar 2024/2025 zou hij dan de nog openstaande vakken Straf- en Strafprocesrecht en Grondslagen van het recht kunnen halen zodat hij in 2025 aan een master kon beginnen.
De universiteit ziet geen causaal verband tussen de studievertraging en het niet mogen starten met het eindwerkstuk. Afstuderen in december 2025 was sowieso niet mogelijk vanwege eerder opgelopen studievertraging.
De rechter geeft de UM hierin gelijk. Hij stelt vast dat de student in het half jaar dat hij zijn scriptie had willen schrijven ook (tweede- en derdejaars) vakken moest herkansen: Staats- en bestuursrecht (10 ECTS), Goederenrecht (7 ECTS), Straf- en Strafprocesrecht (10 ECTS), Procesrecht (7 ECTS) en Grondslagen van het recht (10 ECTS). Had hij daarnaast ook nog de scriptie tot een goed einde moeten brengen, dan zou zijn studiebelasting in die zes maanden 65 ECTS zijn geweest. Voor de duidelijkheid: een studiejaar omvat 60 ECTS. Eén ECTS staat voor 28 uur studeren.
Daarnaast acht de rechter het onwaarschijnlijk dat de student zijn eindwerkstuk snel en goed zou kunnen inleveren nu het schrijven van een goed beoordeeld onderzoeksvoorstel hem ook in tweede instantie niet lukte. Toen haalde hij een half punt meer: een 3. Verder heeft de student alle voorstellen van de UM om alsnog te starten met het voorstel en de scriptie afgewezen.
De rechter stelt de student in het ongelijk, hij krijgt geen schadevergoeding, maar moet wel de proceskosten van 947 euro binnen veertien dagen betalen.