Allereerst een kleine disclaimer. “Er is niets mis met hard studeren en het nastreven van je doelen, maar verbind je eigenwaarde niet te veel aan je cijfers”, zegt Vanheeswijck. Daar sluit haar eerste tip mooi bij aan:
Tip 1: Je bent niet je cijfers
“Het is gezonder om je zelfbeeld – dat nauw verbonden is met je eigenwaarde – uit meerdere onderdelen op te bouwen. Wed niet op één paard”, zegt Vanheeswijck. “Kijk dus niet alleen naar je studie, maar ook naar de andere dingen in je leven: vriendschappen, hobby’s, familie, gezondheid.” Dat helpt om dingen in perspectief te plaatsen wanneer je een slecht cijfer haalt, legt ze uit. “Wanneer je wéét dat er meer aspecten van je leven belangrijk voor je zijn, slaat een tegenslag op één gebied je niet meteen uit het lood.”
Net zo belangrijk is het om tijd te investeren in zelfzorg. “Als je je alleen op hoge cijfers richt, raak je uitgeput. Zorg dat je echt rust neemt. Als je alleen maar piekert over wat je nog moet doen of je schuldig voelt omdat je pauze neemt, kom je niet echt tot ontspanning.”
Uiteindelijk word je misschien zelfs productiever als je vaker rust neemt, zegt Vanheeswijck. Als studenten zichzelf onrealistische standaarden opleggen en die niet halen, voelen ze zich slecht, legt ze uit. Dat leidt tot piekeren en stress. Daardoor stijgt het niveau van adrenaline en cortisol in de hersenen, wat aan het zenuwstelsel het signaal geeft dat je in overlevingsstand zit. “In eerste instantie kan dat goed voelen: je hebt bijvoorbeeld misschien minder slaap nodig. Maar ook al merk je het niet meteen, je brandt op en leeft op reserves. Een goede test is te kijken hoeveel je slaapt als je daar de tijd voor hebt. Slaap je urenlang bij, dan weet je genoeg.” Je kunt je lichaam niet oneindig voor de gek houden, voegt ze eraan toe. “Die strijd ga je op een gegeven moment verliezen. En zo eindig je minder productief dan wanneer je af en toe een pauze had genomen. Al doe je natuurlijk niet alleen aan zelfzorg om productief te zijn.”
Tip 2: Vroege vogel, nachtuil of iets ertussenin?
Als het om plannen gaat, bestaat er volgens Vanheeswijck geen perfect schema. Het is verleidelijk om naar het rooster van iemand die hoge punten haalt te kijken en dat te kopiëren, zegt ze, maar het belangrijkste is om te ontdekken wat voor jou ideaal is. “Je kunt jezelf een paar keer dwingen op een vrijdagavond te studeren, maar als je dan altijd moe bent, omdat je er al een hele week hebt opzitten, werkt dat niet op de lange termijn. Dat betekent niet dat je een mislukkeling bent of geen wilskracht hebt – het was gewoon niet het optimale moment voor jou. Soms moet je dat accepteren.” Verschillende mensen hebben verschillende behoeften, benadrukt ze. “Als je probeert te leven naar een bepaald ideaal, loop je het risico dat je niet doet wat je nodig hebt.”
Sociale media kunnen inspirerend zijn, maar ook erg afleidend. “Die apps zijn gemaakt om onze aandacht te kapen, om ons daar te houden.” Wanneer je al niet lekker in je vel zit, kun je gemakkelijk jezelf erin verliezen. “En dan ga je vergelijken met anderen. Ik weet niet zeker of sociale media dé reden zijn dat meer studenten hulp zoeken, maar ik denk zeker meer dan tien jaar geleden.” Haar tip? “Plan zorgvuldig wanneer en hoelang je sociale media gebruikt. Zet een alarm en houd je eraan. Als je dat moeilijk vindt, zorg dan dat je ergens naartoe moet zodra je schermtijd om is, zodat je wel op moet houden.”
Tip 3: Omarm mindfulness
Vrije tijd kan betekenen dat je met vrienden afspreekt of gaat feesten. Heel goed, zegt Vanheeswijck, soms moet je stoom afblazen, maar ze benadrukt dat studenten ook tijd alleen nodig hebben. “Je moet de tijd nemen om te reflecteren, de kunst van het vervelen te leren. Dat lukt niet als je constant door anderen omringd bent. Je kunt leuke dingen doen om te ontspannen, maar je tóch uitgeput voelen.” Ze raadt aan om die tijd die je alleen hebt, te gebruiken om mindfulness te oefenen. “Keer naar binnen en stel jezelf vragen zoals: ‘Wat heb ik op dit moment nodig?’ ‘Wat kan mij nu goed doen?’ ‘Wat heb ik nodig om me goed te voelen?’ Zelfvertrouwen moet van binnenuit groeien, niet door bevestiging van buitenaf.”
Naast mindfulness adviseert Vanheeswijck studenten om gezond te leven (“op tijd naar bed, regelmatig bewegen, gezonde voeding”), mild voor zichzelf te zijn en een groeimindset te ontwikkelen. “Mensen met een fixed mindset geloven dat hun talenten en kwaliteiten vastliggen, dat ze fouten maken omdat ze iets nu eenmaal niet kunnen en dat ze het ook nooit zullen leren. Een groeimindset helpt je om naar een fout te kijken en te denken: ‘Dit is een kans om te leren, niet het einde van de wereld’.”
Tip 4: Pieker niet nu, maar later
Ondanks je beste pogingen om te ontspannen, is het soms gewoon onmogelijk om met het denken te stoppen. “Vooral mensen die hoge eisen aan zichzelf stellen, die de perfecte student willen zijn, het perfecte schema willen hebben, de perfecte esthetiek, besteden hun ‘vrije tijd’ vaak piekerend. Dat is geen ontspanning.” Vanheeswijck raadt studenten aan zich af te vragen of het iets is waar ze nu iets aan kunnen doen. “Zo ja, onderneem actie en los het meteen op. En zo niet, probeer het te accepteren. Het kan ook helpen om een ‘piekermoment’ in te bouwen. Reserveer bijvoorbeeld vijftien minuten per dag om je zorgen te maken. Doe een ‘braindump’ en schrijf alles wat je stress geeft op een stuk papier. Na die vijftien minuten mag je er pas de volgende dag weer over piekeren. Kom je er zelf niet uit, dan kun je altijd een afspraak maken met een UM-studentpsycholoog.”
Carla Benecke