Omdat een uniform beleid voor de hele universiteit over het gebruik van AI en tools zoals ChatGPT in het onderwijs ontbreekt - er is wel een zogenoemd beleidskader met algemene richtlijnen, maar weinig praktische handvatten - nam de rechtenfaculteit zelf het heft in handen. Het resultaat: een zeven pagina’s tellend document waarmee de eigen bachelor- en masterstudenten en promovendi uit de voeten zouden moeten kunnen.
“Onze focus ligt vooral op het gebruik van AI in scripties. Wat is acceptabel en wat niet?”, zegt Moerland, naast vice-decaan ook hoogleraar Intellectueel Eigendom, Grensverleggende Technologieën en Internationale Handel aan de rechtenfaculteit. In de handleiding, volgens Moerland “een levend document” dat bij nieuwe ontwikkelingen steeds weer moet worden bijgewerkt, staan voorbeelden van wat mag (groen) en wat niet door de beugel kan (rood). Daartussen springt het licht op oranje: wees voorzichtig.
Zo begeeft iemand die wetgeving of rechterlijke uitspraken laat samenvatten door ChatGPT zich op glad ijs: de samenvatting kan, indien correct, wel helpen om de stof beter te begrijpen, maar mag niet in een scriptie worden overgenomen. Wie een kant-en-klare onderzoeksvraag laat formuleren of een analyse in hapklare brokken opvraagt, zit zeker fout. Daarentegen mogen studenten informatie en literatuur gewoon opzoeken, net als de betekenis van woorden. Ook een controle van hun scriptie op grammaticale fouten is prima, al is het dan weer niet toegestaan om eventuele voorgestelde herformuleringen van tekst door ChatGPT over te nemen.
Ontwikkelen
Moerland: “Misschien zijn niet alle docenten het eens met wat er nu ligt, maar we moeten meebewegen met de realiteit, AI is er nu eenmaal. En als je er als student kritisch mee om kan gaan, kan het ook goed zijn.” Dat betekent dat er in het onderwijs, als de scriptie nog helemaal niet aan de orde is, ook ruimte moet zijn om kunstmatige intelligentie toe te laten bij het schrijven van juridische teksten. De faculteit vindt het goed dat studenten experimenteren, maar wil wel dat ze hun eigen schrijfvaardigheden ontwikkelen. “Juristen moeten het hebben van taal en zelf kunnen formuleren. Voordat studenten AI-tools gaan gebruiken, moeten ze weten hoe dat kan op een juiste manier.” Daar ligt een - ook in de handleiding omschreven - taak voor de faculteit, uiteindelijk moet elke student een verantwoordelijke en kundige gebruiker zijn.
Zijn beoordelaars op hun beurt vaardig genoeg om te onderscheiden wat van de student komt en wat van de computer? “Helaas is het niet altijd direct helder. Sommigen hebben wel een radar, zij zien zoiets, maar echt helemaal zeker is het nooit. Daarom eisen we transparantie van de student, in bijvoorbeeld de verantwoording van een scriptie”, zegt Moerland. Zij moeten laten zien welke instructies (de zogenaamde prompts) ze aan bijvoorbeeld ChatGPT hebben gegeven en duidelijke afspraken maken met hun begeleider over de versies van hun scriptie die ze moeten bewaren. “Als er toch twijfels zijn over eventueel bedrog, moet de begeleider het gesprek aangaan met de student en zo nodig dingen vastleggen voor de examencommissie. En dan nog kun je niet alles ondervangen, het is niet zo zwart-wit. Ook niet met deze handleiding.”