“Hebben jullie trappen op kantoor? Dan loop je die toch tien keer op en af?” Mijn sportcoach stelt voor dat we op de redactie veel meer gaan bewegen. Iedere dag pauze nemen met wat kleine oefeningen tussendoor. “Geef het goede voorbeeld.” Ja, al dat zitten is vreselijk slecht, dat weten we allemaal, maar iets eraan doen? “Gewoon een klokje zetten en van die bureaustoel afkomen”, roept hij. Ik knik, hij heeft gelijk. Maar ik verklaar hem tegelijkertijd voor gek. Zie je me al naar adem snakken op de trap op dinsdagmiddag twee uur? Als ik de tips van de coach aankaart bij collega’s, voel ik me meteen gesteund, want hé, niemand wil die trappen op en af hollen.
Jaren geleden kwam iedere week de Health & Fitness langs op de redactie. Dan zette een medewerker van UM Sport een kwartier lang een muziekje op, haalde wat attributen tevoorschijn, terwijl wij met z’n vijven of zessen zonder schoenen op een rij stonden (heel toevallig drukte altijd dezelfde redacteur zijn snor; de ene keer had hij een interview, de andere keer was hij ‘gewoon’ een rondje lopen). We deden wall sits en jumping jacks, balanceerden een minuut op één been en speelden met elastieken.
Deze vorm van bewegen heet exercise snacking, las ik vorige week in de Volkskrant. Snacking, tja, klinkt leuker dan het is. Verspreid over de dag doe je een paar minuten lang een aantal bewegingen om even de hartslag omhoog te brengen. Zulke korte, intensieve ‘snacks’ zouden de conditie en stofwisseling verbeteren, meldt het artikel.
Nu sporten bijna alle Observant-medewerkers wel in hun vrije tijd, van één tot twee keer per week: zwemmen, yoga, voetbal, cardio- en krachttraining. Maar eerlijk: we zitten vooral héél veel. Ga wandelend interviewen, is ooit geopperd. Klinkt aanlokkelijk, maar met een opschrijfboekje in de hand, is dat geen optie. Collega Riki Janssen was laatst op bezoek in het studentenservicecentrum waar een medewerker altijd online vergadert aan een statafel. Mooi. Het deed me denken aan een elektronisch verstelbaar bureau dat Observant ooit heeft aangeschaft en eigenlijk alleen op maandagochtend door onze financiële man wordt gebruikt (lees: hij zit erachter). Ik heb me voorgenomen het naar mijn kantoor te verslepen; een goed begin om de bloedsomloop in de benen te stimuleren. Misschien moet het daarna rouleren.
‘Ik hoop dat het tegen kerst hier staat’, tik ik op, terwijl ik een hapje van m’n mueslireep neem en mijn grote tenen strek. Het begin van een snaxercise.
De hoofdredacteur geeft een kijkje achter de schermen op de redactie.