Kinderen vinden het veel makkelijker om dingen die we als vanzelfsprekend beschouwen opnieuw uit te vinden, merkt Harris in de workshops die ze af en toe aan hen geeft. Hierin krijgen de kids de opdracht om een ziekenhuis opnieuw in te richten. “Het idee is dat de wereld volledig is overstroomd en er nog maar één gebouw rechtop staat: een ziekenhuis. De kinderen zijn de baas, de dokters moeten naar hen luisteren. Ze komen dan met de meest fantastische ideeën.” Het zou mooi zijn, zegt Harris, als er in de volwassenen wereld wat meer “tijd, ruimte en waardering voor dit soort creativiteit en fantasie zou zijn.”
Waartoe dat kan leiden beschrijft ze in haar inaugurele rede, nu twee weken geleden, die ook is opgenomen in het boek. Braziliaanse verpleegkundigen vulden tijdens de coronapandemie weggegooide handschoenen met warm water en legden die op de polsen van de patiënten op de intensive care. Niet alleen ging de lichaamswarmte van de patiënt daardoor omhoog, wat het makkelijker maakte om hun zuurstofgehalte af te lezen, het voelde ook als een geruststellende hand op hun arm, terwijl ze vochten voor hun leven. Een object, afval eigenlijk, opnieuw uitgevonden.
Typische geur
ServoI beademingsapparaat - uit The Matter of Hospitals, bij het essay 'Ventilators'. Gebaseerd op een foto van Wikimedia/BreathDiver, bewerkt met Adobe software.
Ziekenhuizen zijn op een bepaalde manier overal hetzelfde, zegt Harris “Je herkent het bijvoorbeeld aan de geur. Een typische mix van hygiëne en ziek zijn. Het is niet overal precies hetzelfde – het kan eraan liggen welk schoonmaakmiddel ze gebruiken – maar het is een van die dingen waardoor je meteen weet waar je bent. Iets anders is de sfeer, vooral ‘s nachts. Die is zowel kalm, patiënten liggen immers te rusten, als druk, in een ziekenhuis gaat het werk 24 uur per dag door.”
Toch zijn de lokale verschillen enorm. “Voor het boek heb ik antropologen, medici en andere schrijvers van overal ter wereld gevraagd om essays te schrijven over een bepaald object. Dan zie je dat iets als het zorgstelsel op verschillende plaatsen heel anders is geregeld. In het hoofdstuk over beademingsapparaten schrijven de auteurs over het gebrek eraan in Afrikaanse landen tijdens de coronapandemie, terwijl we in Nederland gewend zijn dat we altijd van alles genoeg hebben.”
Deur naar een andere wereld
Wat valt haar op als ze het Maastrichtse MUMC+ binnenloopt? “Allereerst het fantastische kunstwerk in de vorm van een vliegtuig in de hal. Daar blijf ik altijd even bij stil staan. En ik blijf het bijzonder vinden dat je op iedere verdieping zo van de universiteit naar het ziekenhuis kunt lopen. Je gaat een deur door en staat in een andere wereld. Dat ben ik niet in veel andere academische ziekenhuizen tegengekomen.”
En Harris heeft de nodige ziekenhuizen vanbinnen gezien. Niet alleen voor haar veldwerk als antropoloog, maar ook als geneeskundestudent en arts. “Ik wist altijd al dat ik onderzoeker wilde worden, maar vroeger dacht ik dat ik vanachter een microscoop een nieuw geneesmiddel zou ontdekken. Toen ik onze buurvrouw, die bioloog was, vroeg hoe ik in het medisch onderzoek terecht kon komen, adviseerde ze me om geneeskunde te studeren.”
Dat advies volgt Harris op, maar pas als ze in het vijfde jaar tijdens een opdracht voor verloskunde de antropologie ontdekt, gaat haar hart sneller kloppen. “Later reisde ik door China en Vietnam toen daar SARS heerste. Ik realiseerde me hoe belangrijk het is om te observeren hoe zoiets wordt aangepakt, hoeveel je daarvan kunt leren.”
Onderzoek naar CliniClowns
De combinatie van antropologie en geneeskunde klinkt sommige mensen misschien vreemd in de oren, maar Harris is bij de faculteit Arts and Social Sciences niet de enige die de vakgebieden combineert. Ze werkt samen met een nieuw interdisciplinair team aan het project The Upcycled Clinic, waarin creativiteit in ziekenhuizen wordt onderzocht. “Maar ik heb bijvoorbeeld ook een collega die onderzoek naar CliniClowns doet en zelfs een training tot clown heeft gevolgd. En er zijn mensen die zich met de geschiedenis van de genees- en verpleegkunde bezighouden.”
Als de integratie tussen de Universiteit Maastricht en het MUMC+ doorgaat, ziet ze dan ook genoeg mogelijkheden tot samenwerking. “En ook van elkaars cultuur kunnen we leren. Als hier een historicus en een politicoloog met elkaar praten wordt dat ‘interdisciplinair’ genoemd, terwijl het in een ziekenhuis heel normaal is dat een fysiotherapeut, diëtist en verpleegkundige dagelijks met elkaar overleggen. Ook denk ik dat ze in een ziekenhuis heel goed zijn in het stellen van prioriteiten. Zij kunnen van ons leren om een brede blik te behouden, soms zijn medici zo gespecialiseerd dat ze tunnelvisie krijgen.”