Collega-columnist John Hagedoorn vat in zijn eerste schrijven - september 2002 - nog opgewekt de gewenste toon van de briefwisseling samen: “Nu we zelf de haren gaan verliezen, zo veel mogelijk tegen die van anderen instrijken.” Dat is niet tegen dovemansoren gezegd. Louis Boon, die als founding father en dean van het University College Maastricht net met veel plezier de eerste studenten heeft verwelkomd, is op het terrein van de polemiek een natuurtalent. Bazen en baasjes krijgen geregeld een veeg uit de pan. En ergert hij zich ergens aan, dan houdt hij dat niet voor zich. Neem het computerprogramma Premium waarmee de roosters werden gemaakt en de examengegevens bijgehouden. “Niet echt gebruikersvriendelijk”, schrijft hij. “Maar ja, als je altijd maar hoofdpijn hebt, dan ga je ook denken dat zoiets gewoon is, dus heeft iedere arme sloeber die ermee moet werken, zich verzoend met de ellende.” Maar de faculteiten wilden een paar verbeteringen en, zo vervolgt Boon, “gaven ze de wakkere broeders van ICTS geld om de Premiummastodont wat nieuwe kunstjes te leren. Toen ICTS eenmaal aan het programmeren was geslagen hebben ze, zo hoorde ik, een soort elektronisch Tsjernobyl gecreëerd.”
Onkunde
Zijn kompaan Hagedoorn is het roerend met hem eens en fulmineert een week later over de slechte service van ICTS. Waarop Boon in zijn volgende brief schrijft: “De onkunde en Schlamperei die dit deel van de UM kenmerkt zorgen ervoor dat de verstandigen onder ons wel uitkijken om ook maar iets met deze sovjetbureaucratie te maken te hebben.”
Ik heb héél veel humor
Dan wordt het 9 januari en kopt Observant: Kritiek college van bestuur leidt tot vertrek columnist. De directeur van ICTS, René Kocken had zich beklaagd bij het college waarop rector Arie Nieuwenhuijzen Kruseman columnist Boon op het matje riep. Die trok zijn conclusies: hij is bang dat zijn ‘stukjes’ nadelige gevolgen kunnen hebben voor het UCM, dat wil hij voorkomen. Kocken ontkent overigens dat hij heeft geklaagd, maar spreekt van “drie waardeloze columns” en noemt het “een hele eer” dat het vertrek van Boon bij hem is begonnen. “Het is niet mijn humor, en ik heb héél veel humor”, zegt hij tegen Observant. “En echt, ik heb mensen hier bijna letterlijk moeten tegenhouden die graag naar Louis Boon waren gelopen. Dan had Observant ook geen columnist meer gehad.”
Volste recht
Rector Kruseman laat weten dat hij het volste recht heeft om columnisten aan te spreken op hun stukken. “Als Boon zijn mening mag geven, dan mogen wij dat ook.” De vrijheid van meningsuiting is niet in het geding, vindt hij. “Wij verbieden niets, hij heeft zijn eigen afweging gemaakt.” Hij ontkent dat Boons bestuurlijke positie in het geding was.
Verontrustend
De toenmalige redactie betreurt het vertrek en noemt het verontrustend dat de reden hiervoor bij de rector ligt. “Want ook al waren de rectorale aanmerkingen zo vrijblijvend als Kruseman beweert, ze komen wel van het hoogste gezag van de universiteit.” Hierdoor krijgen ze een “hiërarchische lading die het open debat frustreert”. En ja, er is bij de redactie begrip voor de boosheid van de medewerkers van ICTS, maar “betekent dit dat zoiets niet meer opgeschreven mag worden?”
Nee natuurlijk, daarvoor was en is de vrijheid van de columnist een te groot goed.