“En hier wordt de oefenrechtbank gehouden,” werd uitgelegd op de Open Dag een paar jaar geleden. Dat was de eerste keer dat ik de Feestzaal in de rechtenfaculteit aan de Bouillonstraat zag. Alles ademde plechtigheid: de spreekgestoelten van zowel de advocaat als de officier van justitie, en de prachtige plafondschilderingen waardoor het voelde alsof Vrouwe Justitia op mij neerkeek. Dat wil ik ook, dacht ik. Hier een vurig pleidooi houden in vol ornaat: met de zwarte toga en het witte befje.
Vandaag is het zover.
Daar sta ik dan. In een toga waarin ik bijna verdrink. Mijn pleitnota ligt perfect geordend voor me. Één ding ontbreekt: mijn groepsgenoot. “Britt,” vraagt de tutor in zijn rol als rechter, “weet jij waar je medepleiter is?” De zaal wordt stil en ik voel de blikken in mijn rug prikken. Snel controleer ik mijn berichten, maar geen reactie. Helaas loopt het weer anders dan verwacht, zelfs na al die uren aan voorbereiding. Alsof het universum mij weer op m’n plek wil zetten.
Misschien is dat wel wat verwachtingen met je doen. Ze zorgen voor vooruitgang, maar tegelijkertijd ook voor teleurstelling. Denk aan de outfit die een miskoop blijkt te zijn, de regenbui die net losbarst wanneer je een stap buiten de deur zet of de date die op papier perfect lijkt, maar in het echt vooral ongemakkelijke stiltes brengt.
Toch leverden juist die momenten me onverwacht veel op: inzichten, ontmoetingen, of in dit geval zelfs inspiratie voor een column. Misschien schuilt daarin wel de ironie: verwachtingen geven je het gevoel van controle, maar er gebeurt altijd wel iets dat het tegendeel bewijst.
En dan hoor ik de deur achter me opengaan. Haastige voetstappen komen mijn kant op. “Sorry!” klinkt het hijgend. Tijdens het pleiten maakt de tegenpartij het ons niet makkelijk en doet er uiteindelijk nog een schepje bovenop, alsof ze revanche willen voor het lange wachten. Ik geloof dat er geen winnaar werd aangewezen. Het ging immers om de ervaring: om te voelen hoe het is om daar te staan, en om te leren omgaan met tegenspraak en onverwachte momenten. Dat hoort er nu eenmaal bij. In de rechtszaal, maar ook daarbuiten.
Britt van Cruchten, derdejaars Rechtsgeleerdheid