Het bureau

Het bureau

"Interessant, een universiteitsblad... maar is er dan zóveel om over te schrijven?"

13-11-2025 · Redactioneel

“We hebben wat mails gekregen die ik met je wil bespreken, even kijken of we er iets mee kunnen”, zegt collega Deborah Blekkenhorst na de maandagochtendvergadering. Ze opent de algemene Observant-inbox die ze dagelijks bijhoudt. Veel spam, natuurlijk, en daartussen een handvol mails over boeken, lezingen, een nieuw bedrijf voor studenten, een evenement. We gaan er snel doorheen: dit niet, dat wel, twijfelachtig (eerst meer informatie vragen).

Die inbox is leeg, maar als ik met een schuin oog naar mijn bureau kijk, zie ik een bijna dichtgegroeid bureau met geeltjes en andere papieren met handgeschreven krabbels over mogelijke onderwerpen: “nieuw hooglerarenbeleid”, “University College Venlo”, “taaleisen aan docenten”, “teennagels”, “illegale huurcontracten”, “kwetsbaarheid van de docent” (een wel erg vergeeld briefje), “het leed dat studentevaluaties heet”, “erkennen en waarderen”. Er is veel gedoe over dat laatste, horen we. Het programma, bedoeld om een cultuurverandering tot stand te brengen door wetenschappers te laten groeien in dat waar ze goed in zijn – onderwijs of bijvoorbeeld leiderschap – zou volgens bronnen alleen maar tot (meer) bureaucratie, werkdruk en wantrouwen leiden. We gaan erachteraan.

Die teennagels, zult u denken, waar gaat dát over? Het zou een mooi onderwerp kunnen zijn voor onze serie Terug in de teit waarvoor we in de Observant-archieven duiken. Al sinds 1986 is er allerlei lichaamsmateriaal verzameld binnen de Nederlandse Cohort Studie naar voeding en kanker, waaronder dus teennagels. Die liggen in een UM-gebouw opgeslagen, wel bijna 100 duizend stuks. Zijn ze van zo’n grote wetenschappelijke waarde? Waarom zou je ze bewaren? Vragen die nog beantwoord worden – de afspraak met de ‘projectleider’ moet nog gemaakt worden.

Er zijn weer wat geeltjes bijgekomen deze week, met dank aan onze redactieraad die bij elkaar kwam om de laatste Observant-uitgaves te bespreken. Zo’n vergadering is altijd een bron van onderwerpen. “Defensie”, over de investeringen van het ministerie in onderwijs en onderzoek - doet de UM daaraan mee? Of wat te denken van het beleid van de ene faculteit om ‘kleine’ masters te sluiten en van de andere om gewoon door te gaan (ook al trekt een studie maar vijf of tien studenten). De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan in 2026: “Leuk om iets mee te doen”, opperde een van de redactieraadsleden. En vijftig jaar UM natuurlijk. “Zijn jullie daar al mee bezig? Heb het dan ook maar eens over het PGO, want is dat nog wel van deze tijd?” klonk het.

Regelmatig krijg ik van mensen (die de universiteitswereld niet kennen) de vraag wat mijn beroep eigenlijk inhoudt. “Interessant, een universiteitsblad”, hoor ik ze zeggen. Vaak ietwat argwanend gevolgd door: “Maar is er dan zóveel om over te schrijven?” Ik probeer het uit te leggen: dat we naast wetenschappelijk onderzoek ook over het studentenleven en bestuurlijke zaken schrijven, en ja, dat heel veel thema’s de revue passeren. Maar het blijft voor de ander waarschijnlijk ongrijpbaar.

Ik heb een oplossing. Ik heb een foto gemaakt van mijn bureau, scherp gesteld op alle geeltjes, printjes en opengeslagen agenda.

Soms zegt een beeld zoveel meer dan woorden.

De hoofdredacteur geeft een kijkje achter de schermen op de redactie.