Begin deze maand overleed James Watson, de man die samen met Francis Crick en Maurice Wilkins de Nobelprijs kreeg voor de ontdekking van de dubbele helixstructuur van DNA. Nauwelijks was het nieuws bekend of de kritische verhalen doken opnieuw op. Want Watson sleepte een erfenis van seksistische en racistische uitspraken achter zich aan, onder meer over vermeende IQ-verschillen tussen rassen.
En dan is er het verhaal dat steeds terugkomt: Rosalind Franklin. Haar bijdrage aan de ontrafeling van de DNA-structuur was cruciaal, maar werd geminimaliseerd. Haar beroemde “Photograph 51”, een van de sleutels in de ontdekking, was zonder haar medeweten doorgespeeld. En wie Watsons The Double Helix ooit las, herinnert zich zijn neerbuigende opmerkingen over haar uiterlijk.
De vraag duikt dan opnieuw op: moeten we een figuur als Watson vieren? De discussie doet me denken aan het gelijkaardige debat of kunst en kunstenaar te scheiden zijn. Ook daar wemelt het van grensoverschrijdend gedrag (denk aan Harvey Weinstein). Maar in de wetenschap is er vaak méér verzet tegen het herzien van heldenstatussen. Hier zou het product, de waarheid, losstaan van persoonlijke keuzes. Maar als dat zo is, waarom moeten ontdekkingen dan blijven kleven aan een naam?
Diezelfde spanning kwam verrassend terug in een ander onderwerp dat niet uit het nieuws is weg te slaan: de Epstein-files. Daaruit bleek dat miljardair Jeffrey Epstein uitvoerig correspondeerde met een aantal invloedrijke wetenschappers. Ook hier raakten invloed, ideologie en onderzoeksprogramma’s verstrengeld. Epstein sponsorde regelmatig onderzoek dat aansloot bij zijn eigen, soms ronduit eugenetische voorkeuren. De Amerikaanse historica Naomi Oreskes waarschuwde al eerder dat de integriteit van wetenschap wankelt wanneer individuen met een portemonnee kunnen bepalen welke onderzoekers hun werk mogen verderzetten.
Het probleem is dus niet dat de helixstructuur zelf seksistisch zou zijn, maar dat wetenschap gebouwd is op structuren die sommige groepen bevoordelen en andere buitensluiten. Ik bewonder Watsons intellectuele bijdrage, maar het blijft tragisch dat hij zijn vergaarde roem en invloed niet gebruikte om wetenschap inclusiever te maken – en ze in plaats daarvan aanwendde om neer te trappen op groepen die al moeite genoeg hebben om binnen te geraken.
Massimiliano Simons, universitair docent techniekfilosofie (FASoS)