We durven niet te garanderen dat er nergens in is geschreven. Schatten zijn het, “collectors items” (quote van collega die ze veelvuldig heeft opengeslagen in de jaren tachtig en negentig).
Inmiddels tikken we onze taalzoekvraag in bij Copilot, ChatGPT of vandale.nl. Is het bokkepruik of bokkenpruik? Zuid-Nederlands of Zuidnederlands? Nota bene of notabene? Ach, als we NRC-columniste Japke-d. Bouma moeten geloven boeit correcte, foutloze taal “echt helemaal niemand meer”. “Geld op de rijbaan tussen 13.00 en 18.00 uur” of “Geldt op de rijbaan tussen 13.00 en 18.00 uur?” Klein verschil, knipoogt ze in een van haar columns.
Alle Observant-redacteuren behoren gelukkig tot het groepje taalliefhebbers die gruwen van een foute d of t. We hebben onze eigen ‘stijlregels’. Niet meer zo mooi gebundeld als de papieren versie uit 2002 die hier nog rondslingert (titel: Handige en fijne regeltjes voor ons Obsje). Het geëmmer over de juiste afkortingen (CvB, pgo en AZM) en interpunctieregels moest maar eens afgelopen zijn, bedacht de schrijver van dit document. We schrijven 30 duizend en niet 30.000. Niet-Nederlandse woorden, net als titels van boeken bijvoorbeeld, staan cursief. Uitroeptekens? “Voorzichtig mee omspringen”, staat er in de gids uit 2002. Ook moeten we terughoudend zijn met “het gebruik van het woord UM’er”.
Welke UM’er komt de boeken ophalen als de UB ze niet wil?