Sterker nog, de hoogste, want de gemeenteraad zet hem dan op nummer 1 van de voordracht. Het lijkt kat in het bakkie voor politicoloog Dittrich, die vanaf het begin in 1982 als staflid aan de rechtenfaculteit was verbonden en zich van daaruit opwerkte tot in het college van bestuur. In 1986 wordt hij ‘derde lid’ (de benaming is later opgeleukt tot ‘vicevoorzitter’), daarna negen jaar collegevoorzitter. Op 1 februari 2002 zou hij de glorieuze overstap maken van baas van de universiteit naar baas van de gemeente.
MVV
Niet dat dat zijn hoogste ambitie was. Ooit liet hij zich ontvallen dat het voorzitterschap van MVV mijlenver bovenaan zijn lijstje prijkte. En dat was hij in 1992 dan ook al geworden, naast zijn werk als bestuurder van de universiteit. Als volbloed Maastrichtenaar je eigen kluppie leiden, wie wil dat nou niet? Maar de voetbalwereld zit toch net even anders in elkaar dan een academische biotoop: een clubboekhouder sjoemelde, de FIOD dook erop en haalde een heuse zwartgeldaffaire naar boven. Het gehele MVV-bestuur verdween dagenlang achter de tralies op het politiebureau, om te zorgen dat men niet onderling overlegde. Dittrich kwam er gebroken uit, van de malversaties was hij niet op de hoogte geweest maar justitie zette de zaak tegen het MVV-bestuur door en uiteindelijk ging hij akkoord met een schikking om ervan af te zijn; “achteraf was dat niet verstandig”. Want daarmee laadde hij toch weer enige verdenking op zich, dus wat geschiedde? Bij elke volgende carrièrestap, en zeker bij een mogelijke burgemeestersbenoeming, waren de krantenkoppen vooraf uit te tekenen. “Burgemeesterskandidaat zat in de cel”, dat soort zinnetjes.
Vermeende schandalen
Ook in november en december 2001. De Limburger en NRC-Handelsblad pakten stevig uit met het oude-, maar nu ook met nieuwe vermeende schandalen. Want MVV, dat verhaal kende de gemeenteraad al lang en dat had hen er niet van weerhouden voor Dittrich te stemmen. Maar nu? Het woord bouwfraude viel. Dittrich was in ’91 door een bouwbedrijf gevraagd om vijf jaar lang een fusieproces te begeleiden, “om de twee maanden een vergadering”. Een paar jaar later huurde de UM dat bedrijf in voor een klus in Randwyck. Had Dittrich daar iets mee te maken? Nee, zo werkten de universitaire procedures niet. Maar daar geloofde de NRC niets van, ook al ontkenden de UM, de universiteitsraad en de inmiddels burgemeester van Amsterdam geworden oud-rector magnificus Job Cohen in alle toonaarden dat Dittrich een scheve schaats had gereden of er zelfs maar (Cohen) de man naar was.
Niet zo gezellig vertrokken ambtenaar
En dat was nog niet alles. NRC onthulde een derde bezwarend ‘feit’ voor Dittrichs kandidatuur. In 1990 zou hij als financiële man in het college van bestuur gemanipuleerde cijfers van studentenaantallen naar Den Haag hebben gestuurd om zo meer geld uit Den Haag te versieren. Voornaamste bron: een niet zo gezellig vertrokken hoge UM-ambtenaar. Observant trok de beschuldiging na door ongeveer iedereen die er iets van af zou moeten weten te ondervragen en de conclusie was: gebakken lucht.
Lol eraf
Maar voor Dittrich was de lol eraf. Verhalen die zijn integriteit in twijfel trokken: hij zou er als burgemeester nooit vanaf komen, vreesde hij. Hij trok zich terug, de nummer twee op de kandidatenlijst, Gerd Leers, schoof door naar de eerste plaats. Dittrich verliet de UM een half jaar later alsnog. Voor een bestuursbaan in de kwaliteitszorg van het hoger onderwijs.