“Als het nodig is, kun je altijd bij ons uithuilen.” Had ik het nu goed gehoord? Antwoordde hij dat nu echt op mijn ultrakorte samenvatting van vijf maanden hoofdredacteurschap? De gespreksleider maakte op Teams een rondje langs nieuwe hoofdredacteuren en wilde weten hoe het beviel. “Wennen”, zei ik. “Ik ben altijd collega geweest, teamlid, en nu moet ik leider zijn. Maar het meest worstel ik met mijn schrijftijd. Ik nam deze baan alleen onder de voorwaarde dat ik ook kon blijven interviewen, zaken onder de loep kon nemen, tikken, nieuwsgierig en creatief kon blijven.” De balans heb ik nog niet gevonden.
De gespreksleider had kunnen zeggen (zoals de meesten met wie ik mijn ervaringen over het hoofdredacteurschap deel): “Het komt wel goed, geef het de tijd”, “Je moet ook blijven schrijven, zorg dat je dat geregeld krijgt” of simpelweg: “Wat jammer.” Zou hij ook aan een nieuwe mánnelijke hoofdredacteur voorstellen om bij hem uit te huilen? Ik weet het niet, want die was niet aanwezig.
Eerlijk gezegd krijg ik dit soort ‘uithuil’-opmerkingen weinig naar mijn hoofd geslingerd. Gelukkig. Of mensen moeten het al achter mijn rug doen. Zou best kunnen, maar dan hoor ik het niet. En heb ik er dus geen last van. Ook wel zo heerlijk.
Wat nog heerlijker is? Het nieuwste boek van Japke-d. Bouma, NRC-columniste (ik ben groot fan, dus je zult haar naam geregeld in mijn artikelen terugzien). In Een vrouw als baas geeft alleen maar gezeik wijdt ze heel wat woorden aan seksisme. De tijd van aardig zijn en vriendelijk lachen is voorbij; vrouwen moeten hun mond eens leren opentrekken om seksisme de wereld uit te krijgen, betoogt ze. Waarom? “Omdat het vrouwen marginaliseert, en beperkt.” Plus: “Negeren is geen optie meer.” Dus een volgende keer níet negeren, prent ik in mijn hoofd. Maar ja, wat is een goed antwoord? Met een aantal concrete voorbeelden van Bouma ga ik in mijn hoofd terug naar die bewuste Teams-vergadering in oktober. Er ontspint zich een dialoogje. Ik zeg: ‘Pardon, wat is dit voor stomme opmerking over uithuilen’, hij antwoordt: ‘Grapje’ en ik zeg: ‘Humor, dat is toch om te lachen?’
Ik twijfel en denk aan iets dat beter werkt. Bouma’s boek opsturen als schoencadeau op 5 december. En dan niet bij mij komen uithuilen als het niet bevalt.
De hoofdredacteur geeft een kijkje achter de schermen op de redactie.