“Volgens mij ruik ik ze al!” Een gesprek over digitale zorg wordt even onderbroken wanneer de geur van frituurvet zich door De Oude Harmoniezaal in Heugem verspreidt. De deur richting de ‘snacktaria’ St. Michel, gevestigd aan de voorkant van het pand, is geopend en niet veel later verschijnen de eerste dienbladen met friet en snacks.
De sfeer is luchtig, al zijn de gespreksonderwerpen dat niet. In het afgelopen uur kwamen de nodige zorgen aan bod. Van online ziekenhuisafspraken maken, videobellen met verpleegkundigen tot slimme apparaten en sensoren die taken van de huisarts of thuiszorg overnemen: vrijwel alle aanwezigen zijn weleens in aanraking gekomen met digitale zorg. En lang niet iedereen is er gerust op. Is er straks helemaal geen menselijk contact meer? Wat doen kunstmatige intelligentie (AI) en big tech met onze medische gegevens? En dan zijn er nog de praktische problemen, merkt een oudere deelnemer op. “Ik vind het al eng om een QR-code te scannen, bang dat ik dan iets verkeerds doe.”
Praten over zorgen en angsten, daar draait het om vanavond, vertelt Rowan Smeets, onderzoeker bij de Academische Werkplaats Duurzame Zorg van de Universiteit Maastricht. Ze leidt het project ‘Ik snap je zorg’ – een samenwerking tussen de UM, Burgerkracht Limburg en communicatiebureau Zuiderlicht – dat vorig jaar van start ging met een subsidie van onderzoeksfinancier NWO. “Het doel is om wetenschap en samenleving meer met elkaar in contact te brengen en te verbinden.”
Het thema ‘zorg’ is daar bij uitstek voor geschikt, stelt Smeets. “Dat is iets waar iedereen vroeg of laat mee te maken krijgt. En er zijn nu eenmaal best veel mensen die alleen in aanraking komen met wetenschap als het hun dagelijks leven concreet raakt. Maar ze zijn niet zo geïnteresseerd in wat er allemaal achter dat praktische deel schuilt, ze denken dat het te ingewikkeld is of zien de universiteit als een ivoren toren.”
Spannend
Juist die mensen wil men bereiken. En dat lukt niet door een bijeenkomst te organiseren in een universiteitsgebouw of ziekenhuis, zegt Smeets. “Dan moet je in de wijk zelf zijn.” In de frituur, welteverstaan. Dat is een ‘neutrale’ plek, waar zowel de hoogleraar als de vuilnisman regelmatig te vinden zijn. “En met het verdwijnen van kroegen, kerken en buurthuizen is het in veel wijken ook een van de weinige plekken waar mensen elkaar nog echt tegenkomen. Natuurlijk, het eten is er grotendeels ongezond. Maar gezondheid draait niet alleen om wat je eet, maar ook om sociale contacten en verbondenheid.”
‘Frietpraat’ is het resultaat. Vanavond is de tweede van vier edities. “Altijd met een redelijk kleine groep, zodat iedereen aan het woord komt. Het werkt twee kanten op: het is voor onderzoekers en zorgverleners ook heel nuttig om te begrijpen waar burgers tegenaan lopen.”
Al is het best spannend hoe dat uitpakt, zegt Smeets. “De zorg staat enorm onder druk, het is een emotioneel onderwerp. Tijdens onze eerste editie in Kerkrade, eerder dit jaar, begon een burger heel fel. Ik dacht toen ‘Waar gaat dit heen?’ Maar je zag daarna dat de aanpak werkte, er ontstond wederzijds begrip.”
Luiers
Dat lijkt vanavond ook het geval. Zo is men het er vrij snel over eens dat ‘slimme’ apparaten, zoals horloges die je hartslag of slaapkwaliteit meten, niet altijd een toegevoegde waarde hebben. “Je kunt ook te veel weten”, stelt een buurtbewoner. “Mijn vrouw wordt soms wakker met het gevoel dat ze goed geslapen heeft, maar die horloge staat in het rood. En dan gaat ze zich daar toch druk over maken.” Een onderzoeker valt hem bij. “Een bekende uitspraak is: als je de temperatuur niet opmeet, heb je ook geen koorts. Het gaat erom hoe je je voelt. Er bestaan ook luiers die in elke plas eiwitten meten. Die kennis is echt niet nodig, behalve misschien als je ernstige nierproblemen hebt. Dat moeten we vanuit de zorg ook meer durven benadrukken.”
Meer discussie is er over de angst voor het verdwijnen van menselijk contact. Je medicijnen uit een soort “febomuur” moeten halen, of een digitale weegschaal of bloeddrukmeter die metingen automatisch doorstuurt naar de huisarts waardoor een afspraak overbodig is. “Maar een computer kan niet aan mijn gezicht zien dat ik me verdrietig voel”, klinkt het. En: “Sommigen hebben behoefte aan écht contact, even een praatje om het hart te luchten.”
Dat is de paradox, stelt een onderzoeker: “We willen die technologie juist inzetten om méér tijd over te houden voor persoonlijk contact. Dat is echt nodig: het gebrek aan personeel is nu al een enorm probleem, en over veertig jaar moet één op de drie Nederlanders in de zorg werken.” Zorgvuldigheid blijft daarbij van belang, verzekert een ander. “We zetten zeker niet zomaar overal AI in, we doen dat weloverwogen en alleen waar het past.”