Als kind was ik... nogal serieus. Ik wilde altijd bij de volwassenen aan tafel zitten, was heel alert en voelde een grote verantwoordelijkheid voor van alles. Volgens mijn ouders was ik als baby al zo, ik speelde bijna nooit met speelgoed. Het grappige is dat mijn twee jaar jongere broer juist heel relaxt is, graag lol trapt. En dat ging goed samen. Als ik weer eens veilig thuis wilde zitten, dan trok hij mij vaak naar buiten om iets leuks te gaan doen. Dat haalde mij uit mijn comfortzone. We zijn altijd heel goede vrienden geweest, hadden nooit ruzie, zelfs onze ouders vonden dat vreemd. Ik zie hem nu minder omdat hij in Barcelona studeert, ik mis hem. Maar gelukkig bellen we vaak en we halen ook alles uit de momenten waarop we elkaar weer zien.
Ik voel me Brits. Niet echt, ook al komen mijn ouders uit het Verenigd Koninkrijk en heb ik een overduidelijk Engels accent. Maar als ik op bezoek ben bij familie daar, dan voelt dat altijd als vakantie, niet als thuis. Ik zou er nooit willen wonen, zeker niet sinds de Brexit. Ik voel me eerder Luxemburgs, aangezien ik daar ben geboren en getogen – mijn ouders hebben elkaar daar ontmoet en zijn er altijd blijven wonen. Het is een heel internationale plek, meer dan de helft van de inwoners komt van buiten. Veel mensen vertrekken uiteindelijk ook weer. Ik ben zelf ook opgegroeid met het idee dat ik later in een ander land wilde gaan wonen.
“Toen ik met polo begon, waren er maar acht spelers in het hele land”
Het was altijd mijn grote droom om... professioneel polospeler te worden. Ik speel het al sinds mijn achtste. Een vriend van mijn vader nam me mee naar de toen enige poloclub in Luxemburg. Er waren slechts acht spelers in het hele land. Ik was altijd vrij slecht in sport, maar dit ging me direct goed af. Ik hield van de snelheid van de paarden, raakte verslaafd aan het spel. Na mijn middelbare school ben ik als semiprof naar Argentinië vertrokken, hét pololand bij uitstek. Ik had een vijfjarige deal met een sponsor – je hebt meerdere paarden nodig, dat is erg duur – en ging tegelijkertijd studeren. Maar dat werkte niet. Polo vereist veel tijd en discipline, je bent 10 tot 12 uur per dag bezig met trainen, je paarden verzorgen, de stal schoonmaken. Ik raakte al vrij snel achter op mijn studiegenoten. Na een jaar ben ik gestopt. Het maakte een einde aan mijn profdroom, maar wel op een goede manier. Een wedstrijd móéten winnen voelt toch heel anders dan willen winnen. Ik speel het nu alleen nog maar als ik mijn ouders bezoek, maar ik hoop het later weer meer op te pakken – als hobby.
Favoriete band? Arctic Monkeys. Ze komen uit de regio in Engeland waar mijn moeder is opgegroeid. Het accent, het woordgebruik: zo herkenbaar. En ik hou van rock, dat is me met de paplepel ingegoten. Onze ouders namens ons vaak mee naar rockconcerten. En er stond altijd muziek aan: thuis, in de auto, zelfs tijdens het wandelen deelden we oordopjes. Dat heb ik overgenomen, ik luister nog steeds de hele dag naar muziek.
“Ze keken me wel even raar aan toen ik aangaf een bestuursjaar te willen doen”
Ik omring me graag met Latino’s. Op de Luxemburgse poloclub, waar ik hele dagen doorbracht, liepen bijna alleen maar Argentijnen rond. Ik begon zelf ook Spaans te spreken, dat is mijn tweede taal geworden. Ik ging me zelfs een beetje Argentijns voelen. Daarom ben ik in Maastricht ook bij de vereniging gegaan voor Latijns-Amerikaanse studenten, de Latino Society, voorheen Mi Casa Tu Casa. Ik vind het leuk om meer Latino’s te leren kennen en mijn Spaans te verbeteren. Toen ik aangaf een bestuursjaar te willen doen, keken ze mij wel even raar aan: ‘Maar je bent toch Brits?’ Maar ik vind het juist belangrijk dat mensen kennismaken met andere culturen. Maastricht is heel internationaal, maar je ziet toch dat studenten vaak in een bubbel van landgenoten kruipen. Daarom organiseren we ook events in het Engels, iedereen is hier welkom.
Stad of natuur? Ik ben wel een stadsmens. Toen ik vertrok uit Argentinië, wist ik meteen dat ik naar Maastricht wilde. Mijn vriendin, die ik al vanaf de middelbare school ken, studeerde hier al en ik had haar een paar keer bezocht. Het voelt hier zo uniek. Heel relaxt, veilig, open, internationaal. Niet te veel afleidingen, maar wel genoeg te doen. Ik vind het alleen wat te vlak hier – en ja, Nederlanders kijken raar op als ik dat zeg. Maar ik hou van hiken op steile paden. Daarvoor gaan we nu regelmatig naar de Ardennen. Dat zie ik als een pauze van het stadsleven.
“Mijn vriendin en ik zijn allebei heel gepassioneerd. Dat botst weleens, maar we begrijpen elkaar daardoor ook goed”
Beste eigenschap van mijn partner. Mijn vriendin is heel erg zorgzaam en betrokken, dat waardeer ik enorm. Als je iets met haar deelt, neemt ze dat volledig serieus, ze zal niet zeggen ‘je stelt je aan’. Ze is ook heel gepassioneerd in alles wat ze doet. Zo ben ik zelf ook. Ja, dat botst weleens. Maar daardoor begrijpen we ook goed van elkaar hoe we denken en waarom we bepaalde dingen doen.
Over tien jaar... wonen we hopelijk in Argentinië. Dat is mijn grote droom, en mijn vriendin ziet dat gelukkig ook zitten. Misschien werk ik dan wel voor de EU, op het gebied van internationale betrekkingen met Zuid-Amerika. Ik hou veel van beide continenten, zo kan ik ze alle twee met mijn ideeën vooruithelpen. Of dat goed gaat verdienen, maakt mij vrij weinig uit. Het belangrijkste is dat je gelukkig bent. Dat lijken ze in Zuid-Amerika veel beter te snappen dan hier.