Spronken stelde in oktober in de faculteitsraadsvergadering dat hij door een uitbreiding van het aantal collega’s een bredere vertegenwoordiging namens het obp wenselijk achtte. “Als ik er niet ben, is er geen vervanger om mee te praten of te stemmen over belangrijke onderwerpen.”
Zijn voorstel om daarom een extra zetel toe te voegen, kon echter niet direct op instemming rekenen, omdat dat ook gevolgen zou hebben voor de samenstelling van de raad. Die bestaat nu uit twaalf mensen, met een gelijke verdeling van studenten (zes) en medewerkers (een namens obp, vijf leden namens wp). Met een extra obp’er zou er dan ook een student bij komen om de verhouding kloppend te houden, de raad zou dan veertien leden gaan tellen. Niet iedereen zag dat zitten, mede uit angst voor langere discussies met meer mensen.
Vier-twee
Afgelopen week hakte decaan Jan Smits de knoop door: “We snappen dat een extra vertegenwoordiger namens het obp fijn is, maar we willen ook graag vasthouden aan twaalf zetels in de raad. Ook om niet te veel af te wijken van andere faculteiten.” De raad ging akkoord en dus worden de medewerkers in de toekomst vertegenwoordigd door twee obp’ers en vier wp’ers.
Voor de hernieuwde samenstelling is zowel een wijziging nodig van het faculteitsreglement als het kiesreglement, het college van bestuur zal zich hierover moeten buigen (net als de universiteitsraad). Bij de volgende faculteitsraadverkiezing in 2027 kunnen dan twee obp’ers worden gekozen.