Moeilijkste gesprek dat je ooit met je ouders hebt gehad. Mijn ouders komen uit Drenthe, afstammelingen van arme boertjes. Dankzij de overtuigingskracht van mijn oma, een pienter mens dat helaas jong is overleden, is mijn vader gaan studeren. Hij is civiel ingenieur, heeft jarenlang als constructeur in het bedrijfsleven gewerkt en was in mijn tienerjaren mijn rolmodel. In mijn tweede jaar aan de TU in Delft, als student civiele techniek, sloeg de twijfel toe. Ik liep bijna nominaal, had veel theorie achter de rug – dat ik heel leuk vond – maar kon helemaal niets met de ontwerpvakken, het praktische deel. Moest ik stoppen en beginnen met een meer theoretische studie, of doorgaan en een tweede studie erbij doen? Ik had iets nodig to spice up my life. Tijdens het gesprek hierover met mijn ouders, voelde ik hoe geschokt ze waren, ze hadden het niet zien aankomen. Maar ze gaven me de ruimte om uit te zoeken wat paste. Uiteindelijk heb ik een jaar psychologie ernaast gedaan, gevolgd door een jaar filosofie [naast civiele techniek], beide heel verfrissend. Filosofie was lastig, de helft van de vakken heb ik niet gehaald.
Hoeveel uur per dag zit je op je telefoon? Een halfuurtje, niet veel. Ik ben geen tech-geek. Aan de universiteit van Sheffield in Engeland [waar hij tot 2021 werkte] had ik een ouderwetse klaptelefoon. Geweldig. Die hoefde ik maar één keer per maand op te laden. Ik besteed geen tijd aan sociale media. In Sheffield moest ik als departementsvoorzitter op Twitter vanwege outreach en marketing, maar ik vind het een vreselijk medium. Al die anonieme reacties zijn bloedirritant. Ik denk dat als mensen verplicht hun adres en naam moeten achterlaten, zo’n netwerk veel beschaafder zou zijn.
Kleine gewoonte. Ik begin de dag met twee koppen koffie en een Killer Sudoku, een moeilijkere variant op de gewone Sudoku. Het is mijn ritueel in de morgen, even in mijn eigen bubbel voor een halfuurtje. Wat als ik ‘m niet oplos in die tijd? Dat gebeurt niet [gniffelt].
"Je kunt niet altijd een acht of een negen halen, soms is een zes ook genoeg"
Een gebeurtenis die mij heeft gevormd. Ik werkte als universitair docent in Delft en kreeg vanuit Sheffield het aanbod om hoogleraar te worden. Ik vond het doodeng en veel te vroeg. Tijdens een lunch deelde ik mijn twijfels met René de Borst, destijds hoogleraar in Delft, mijn promotor en de man die mij heeft laten inzien dat je als afgestudeerde ingenieur ook in een academische omgeving kunt werken. Hij liet een lange stilte vallen en vroeg: ‘Harm, waarom zou je het niet doen?’ Ik kon niets bedenken en besloot ervoor te gaan. Een paar jaar later werd ik departementsvoorzitter. Ik heb er veel en snel geleerd. Het belangrijkste? Dat ik niet altijd een acht of een negen kan halen, soms is een zes ook genoeg.
Ik ben geschikt als bestuurder, omdat... Vroeger was ik meer van ‘haal het beste uit jezelf’, met een promotie, het achternajagen van onderzoekssubsidies, het opzetten van onderzoeksprojecten voor je eigen glorie. Een leerstoel is in essentie ook vooral jezelf profileren. Door mijn departementsvoorzitterschap ben ik veranderd. Ik wil ‘het beste uit anderen’ halen, randvoorwaarden creëren waardoor mensen kunnen groeien. ‘Denk je dat het lukt, dat het kan? Ga het maar doen!’, zeg ik snel. Of ik daarom de juiste man ben op deze plek? Dat zou je aan anderen moeten vragen. Mijn Drentse voorouders zijn helemaal niet van de borstklopperij, die zouden zeggen: ‘Doe normaal, houd je gedeisd’.
Waar ga je heen met een teletijdmachine? Naar Barcelona, jaren dertig in de twintigste eeuw, ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog. De stad was het centrum van republikeinen en anarchisten, totdat het in 1939 werd ingenomen door het fascistische leger van generaal Franco. Het lijkt me een fascinerende tijd. Ik ben vooral benieuwd hoe het anarchisme van toen werkte, hoe kregen ze dat voor elkaar? Mijn moeder is historica. Ik heb veel geschiedenisboeken thuis. Om de zoveel tijd verdiep ik me ergens in.
"De kinderen vragen herhaaldelijk iets en je zegt telkens ‘nee’, maar op een gegeven moment, om er maar vanaf te zijn, zeg je ‘vooruit’. Dat moet ik niet doen."
De beste eigenschap van mijn partner. Ik heb Inna [Gitman, hoogleraar aan de faculteit Science and Engineering] ontmoet tijdens een congres in Sint-Petersburg. Inna is half Russisch, half Oekraïens en opgegroeid in de buurt van het Oeralgebergte, in het oosten van Rusland. Zij zocht een promotieplek en wij hadden er een in Delft. Ik werd verliefd op haar levensvreugde, haar opportunisme. Dat laatste is hier een scheldwoord, maar daar waar zij vandaan komt, betekent het: pak je kans. En dat is wat zij altijd doet. Zij stimuleerde mij om naar Sheffield te gaan en hoogleraar te worden.
Mijn opvoedfrustratie is... Ik vind het lastig om de balans te vinden tussen principieel nee zeggen en pragmatisch zijn. De kinderen vragen herhaaldelijk iets en je zegt telkens ‘nee’, maar op een gegeven moment, om er maar vanaf te zijn, zeg je ‘vooruit’. Dat korte-termijn-beslissen moet ik niet doen. Het helpt niet op de lange termijn. Ik moet eerst rust nemen en nadenken over een antwoord. Mijn oudste dochter is achttien, studeert in Maastricht, heeft haar eigen leven. De jongste is zes jaar jonger. Mijn vrouw is eigenlijk strenger, zij is heel duidelijk in haar ‘nee’ als het op gedrag aankomt. Ik heb een duidelijkere ‘nee’ bij de aankoop van spullen. Willen ze wat hebben, dan gaan ze eerst maar zelf geld verdienen. Ik werd als kind op de lagere school veel gepest, was zo’n leergierig, bijdehand klein jongetje dat geen aansluiting vond. Op de middelbare school ging het gelukkig veel beter. Thuis vond ik veel steun tijdens die rotjaren op de basisschool.
Ik ben de kok in huis. Ik houd van koken, vooral van stoven en het trekken van een bouillon. Dat is vaak iets voor de weekenden, als er genoeg tijd is. Maar ook na een werkdag vind ik het niet vervelend om in de keuken te staan, daar kan ik mijn frustratie kwijt [lacht], vooral na een zware dag. Dan snijd ik worteltjes, tsjakka, uien, tsjakka [maakt hakkend handgebaar]. In Engeland hadden we een kruidentuin, heerlijk! Een moestuin hoeft van mij niet, daar ben ik te lui voor. Slakken uit de sla trekken, no, life is too short for that.