Ze weet het nog zo goed, die eerste zomer dat ze weer thuis was op Cyprus na maanden “overweldigd te zijn geweest” door haar studie. “De eerste twee weken van de vakantie heb ik alleen maar geslapen, zo moe was ik. Kapot. Zelfs mijn moeder merkte op dat het wel heel zwaar moest zijn.” De nu 22-jarige Anna (achternaam en opleiding bekend bij de redactie) is inmiddels bezig aan het derde en laatste jaar van haar bachelor in Maastricht, maar aan die eerste maanden van haar studie bewaart ze geen goede herinneringen.
“Ik kwam uit een onderwijssysteem waarin we misschien twee tentamens per jaar hadden, hier waren dat er veel meer. En al die onderwijsgroepen die je niet mag missen. Ik moest eraan wennen, maar daar was nauwelijks tijd voor. Alles bleef maar doorgaan, steeds opnieuw. Ik ben een perfectionist, wil uitblinken, hoge cijfers halen. Maar die verwachting werd in Maastricht al snel de kop ingedrukt, de druk was enorm.” Ze deed het uiteindelijk prima dat eerste jaar, maar had “weken nodig” om bij te komen. “En toen ik weer terug moest, voor mijn tweede jaar, voelde ik alleen maar stress.”
Huilen
Dat werd niet minder, ondanks een betere voorbereiding op het nieuwe collegejaar. “Ik wist natuurlijk wat ik kon verwachten, maar er waren nog altijd genoeg nieuwe uitdagingen.” Zo miste Anna vaak een tutor in de onderwijsgroepen. “Dat bleek een reden te hebben”, vertelt ze. “We moesten veel meer met elkaar discussiëren en leren om kritisch te denken. In je latere carrière houdt tenslotte ook niemand je hand vast, je moet het zelf doen. Ik werd op de proef gesteld.”
Na een paar maanden ging het spreekwoordelijke licht uit. “Ik voelde me volledig uitgeput, alsof ik verlamd was. Ik ben van nature heel optimistisch en positief, maar nu kon ik alleen maar huilen. Ik ging wel naar mijn onderwijsgroepen, omdat het moest, maar ik kreeg niks mee. Mentaal was ik afwezig.” Ook lichamelijk begon ze klachten te krijgen, Anna werd ziek en herstelde nauwelijks. “Mijn lijf kreeg dat niet meer voor elkaar, in combinatie met die mentale uitputting.” Ze raakte in een isolement, zag haar vrienden nauwelijks, de eenzaamheid sloeg toe. “Je belandt in een vicieuze cirkel, want als je je niet goed voelt, sluit je je af.”
Prestatiedruk
De 26-jarige Marie (haar achternaam en opleiding zijn bekend bij de redactie) weet waar Anna doorheen is gegaan. Zij kwam in augustus 2023 naar Maastricht voor haar master, slechts twee weken na het afronden van haar bachelor in Duitsland, en voelde zich eveneens overweldigd door alle nieuwe indrukken en de werkwijze aan de universiteit. “Het onderwijs is heel anders dan wat ik was gewend. Meer tentamens, meer lesperiodes, lange dagen, wekelijkse opdrachten. Ik voelde me opgejaagd. In Duitsland heb je meer vrijheid om te kiezen wat je wanneer doet. Ik studeerde 10 tot 12 uur per dag om maar niks te missen, na de eerste periode was ik doodmoe.”
"Binnen de universiteit wedijveren studenten voortdurend met elkaar, er staat altijd wel iets op het spel”
Tijd om bij te komen was er niet, na een weekend vrijaf begon de mallemolen weer van voren af aan. Marie, die in 2021 was gediagnosticeerd met migraine, een hersenaandoening die leidt tot heftige hoofdpijnen, werd ziek. “Ik ben naar mijn studieadviseur gegaan omdat ik al snel doorkreeg dat het moeilijk zou worden om het allemaal vol te houden.” Samen bespraken ze dat het beter was om te studeren op een wat lager tempo. Zo kon Marie haar vakken en tentamens uitsmeren over een langere periode. Een voor haar werkbare oplossing, maar wel dankzij de financiële steun van haar ouders – een luxe die niet iedere student heeft.
“Dat was heel fijn, maar tegelijkertijd kreeg ik het gevoel dat ik harder moest presteren om niet achterop te raken. Ik wil niet falen, leg mezelf voortdurend druk op. Of mijn omgeving doet dat, door te verwachten dat ik carrière maak of iets groots bereik. En binnen de universiteit wedijveren studenten voortdurend met elkaar, er staat altijd wel iets op het spel.” Mede daarom ziet ze na het afronden van haar master geen toekomst voor zichzelf weggelegd in de academische wereld. “Die is me te competitief en te stressvol. Voor je het weet, kook je over.”
Angst, depressie en stress
De verhalen van Anna en Marie staan niet op zichzelf. In november 2025 verscheen de derde Monitor Mentale Gezondheid en Middelengebruik Studenten, een onderzoek van het Trimbos-instituut, het RIVM en GGD Nederland onder ruim 25 duizend studenten in het Nederlandse hoger onderwijs. Daarin geeft meer dan de helft van de ondervraagden aan dat hun studie de grootste bron van stress is, gevolgd door onder andere financiële zorgen, persoonlijke problemen en onzekerheid over de toekomst. Vier op de vijf ondervraagden hebben last van angsten of voelen zich depressief, een kwart voelt zich soms levensmoe.
"De hulpvragen zijn vaak complexer en intens"
Voor de negen (student)psychologen van de Universiteit Maastricht is dat niet nieuw. De meest voorkomende hulpvragen die in 2024 bij hen binnenkwamen (de cijfers uit 2025 zijn nog niet beschikbaar) hadden te maken met spanningsklachten, stress, angst en faalangst. 925 Studenten maakten in dat jaar gebruik van het inloopspreekuur en 383 werden individueel begeleid.
Bekeken over de afgelopen drie jaar (2022-2024), hebben meer studenten hun weg gevonden naar de UM-psychologen. Zo klopten er meer aan voor het dagelijkse inloopspreekuur en “nam het aantal intakes en vervolgafspraken al in 2023 duidelijk toe, net als in 2024”, aldus teamleider Frederike Vrancken-Hanouwer. Daarmee doelt ze op het traject van individuele begeleiding waarin studenten gemiddeld vijf sessies krijgen aangeboden. “Ze lijken ook gemakkelijker hulp te zoeken en zijn opener. Maar die lagere drempel betekent niet dat er geen sprake is van geestelijke nood, de hulpvragen zijn vaak complexer en intens.” De afgelopen jaren is ook geïnvesteerd in extra personeel, studenten kunnen nu binnen een week terecht.
Wie uiteindelijk aanklopt, varieert, er springt niet één specifieke groep uit, zoals bijvoorbeeld de internationals die vaak van huis zijn. Net zomin als er onderscheid is tussen de genders of eerstejaars en ouderejaars. “Het is een redelijke afspiegeling van de samenstelling van de Maastrichtse studentenpopulatie”, aldus Vrancken-Hanouwer. Wel zien de psychologen dat internationale studenten die niet staan ingeschreven bij een huisarts of onvoldoende zijn verzekerd voor mentale zorg, moeilijker gepaste en reguliere hulp kunnen krijgen.
Hulp
De Duitse Marie ondervond dat aan den lijve. Zij zocht psychologische hulp in haar thuisland, omdat ze in Nederland geen zorgverzekering had. “Ik heb wel bij de UM aangeklopt, maar die vijf sessies waren voor mij te weinig.” Inmiddels heeft ze een psycholoog gevonden in Maastricht met wie ze veelvuldig praat. “Over mijn angsten, de stress, onzekerheid over de toekomst. Alles hoopt een keer op en dan heb je hulp nodig. Ik zie het ook bij medestudenten, ze zijn depressief of angstig en sommigen kampen met eetstoornissen.”
"Hoe ik hulp kon krijgen, wist ik niet. UM-psychologen? Waar dan?"
In tegenstelling tot Marie zocht Anna geen professionele hulp. Niet omdat dat ze dat niet wilde, ze wist simpelweg niet waar ze terechtkon, of bij wie. “De blokcoördinatoren vertelden voortdurend dat je vooral niet bij hen moest zijn als je ergens tegenaan liep. Ik vond dat intimiderend. Maar hoe ik dan wel hulp kon krijgen, wist ik niet. UM-psychologen? Waar dan? Ik voelde me echt losgelaten, ontheemd.”
“Buitengewoon vervelend”, zegt teamleider Vrancken-Hanouwer van de psychologen. Ze wijst erop dat ze er alles aan doen om zichtbaar te zijn en studenten bewust te maken van hun aanwezigheid. Dat gebeurt onder andere via de website van de universiteit en sociale media. “Maar ook via docenten, mentoren en studieadviseurs op de faculteiten kunnen studenten aankloppen voor hulp en ondersteuning, in de vorm van bijvoorbeeld workshops.” Dat ondanks al die inspanningen voor sommigen de weg naar de psychologen een onvindbare blijkt, blijft volgens Vrancken-Hanouwer “een voortdurend punt van aandacht”.
Anna kwam uiteindelijk via een vriendin terecht bij studentenpastoraat The InnBetween, waar ze op donderdagen aanschoof bij Tafelen, een driegangendiner speciaal voor studenten. “Op een gegeven moment kwam ik daar Glenn Proctor tegen, een van de begeleiders. Hij vroeg altijd hoe het met me ging en als je voelt dat iemand om je geeft, ga je vanzelf je verhaal vertellen. Zoiets gaat heel natuurlijk, je hebt niet het gevoel dat je helemaal wordt geanalyseerd.” Dat is ook (deels) het streven, laat Proctor in een schriftelijke reactie aan Observant weten. Samen met zijn collega’s binnen het studentenpastoraat probeert hij op een informelere en laagdrempelige wijze in gesprek te gaan met studenten om erachter te komen waar behoefte aan is en hoe de juiste (professionele) zorg kan worden geboden.
Teruggeven
Zo zijn er meer plekken in Maastricht waar studenten ongedwongen hun verhaal kunnen delen en zich, zoals Marie het omschrijft, “gezien voelen”. “Ik kom graag bij Thuis, een christelijke studentengemeenschap, en ik ben ook bij @ease geweest, waar jongeren met problemen een luisterend oor vinden. Ik heb veel geprobeerd.” Inmiddels is ze vrijwilliger bij UnliMited-Students, waar studenten met bijvoorbeeld beperkingen, chronische ziekten en psychische aandoeningen steun bij elkaar kunnen vinden. “Ik vind het fijn om te weten dat ik niet de enige ben die worstelt, zo heb ik het gevoel dat ik iets terug kan geven.”
"Ik heb niet goed kunnen inschatten wat ik in Maastricht kon verwachten van het onderwijs, dat is jammer"
Datzelfde doet Anna bij The InnBetween, waar ze nu een van de coördinatoren is van Tafelen en ze naar eigen zeggen “een heel nieuwe familie heeft gevonden met wie ze haar ervaringen kan delen”. Ze is gelukkiger nu, het gaat veel beter, al ligt de prestatiedruk altijd op de loer. “Ik blijf het jammer vinden dat ik niet goed heb kunnen inschatten wat ik in Maastricht kon verwachten van het onderwijs en hoe competitief het kan zijn. Zeker voor internationale studenten is het een heel andere wereld. Ik had meer steun verwacht vanuit de universiteit en vooral meer oog voor de roostering zodat ik tripjes naar huis eerder kan plannen. Last minute vliegtickets zijn nauwelijks te krijgen, of heel duur. Een beetje meer begrip voor het feit dat mensen lang van huis zijn, nieuwe vrienden moeten maken en eenzaam kunnen zijn, zou zeer welkom zijn. Hard werken hoort erbij als student, maar uiteindelijk zijn we gewoon mensen.”