“Ik voelde me opgejaagd, studeerde 12 uur per dag om niks te missen. Na de eerste periode was ik doodmoe”

“Ik voelde me opgejaagd, studeerde 12 uur per dag om niks te missen. Na de eerste periode was ik doodmoe”

Spanningsklachten, stress, faalangst: ook Maastrichtse studenten worstelen met mentale gezondheid

07-01-2026 · Achtergrond

De mentale gezondheid van studenten staat onder druk. Ze ervaren stress, voelen zich eenzaam, hebben burn-outklachten en soms zelfs suïcidale gedachten, zo bleek eind vorig jaar uit een grootschalig onderzoek binnen het hoger onderwijs. Ook Maastrichtse studenten worstelen; bij de psychologen van de UM steeg het aantal hulpvragen. “Ik ben van nature heel positief ingesteld, maar op een gegeven moment kon ik alleen maar huilen.”

Ze weet het nog zo goed, die eerste zomer dat ze weer thuis was op Cyprus na maanden “overweldigd te zijn geweest” door haar studie. “De eerste twee weken van de vakantie heb ik alleen maar geslapen, zo moe was ik. Kapot. Zelfs mijn moeder merkte op dat het wel heel zwaar moest zijn.” De nu 22-jarige Anna (achternaam en opleiding bekend bij de redactie) is inmiddels bezig aan het derde en laatste jaar van haar bachelor in Maastricht, maar aan die eerste maanden van haar studie bewaart ze geen goede herinneringen.

“Ik kwam uit een onderwijssysteem waarin we misschien twee tentamens per jaar hadden, hier waren dat er veel meer. En al die onderwijsgroepen die je niet mag missen. Ik moest eraan wennen, maar daar was nauwelijks tijd voor. Alles bleef maar doorgaan, steeds opnieuw. Ik ben een perfectionist, wil uitblinken, hoge cijfers halen. Maar die verwachting werd in Maastricht al snel de kop ingedrukt, de druk was enorm.” Ze deed het uiteindelijk prima dat eerste jaar, maar had “weken nodig” om bij te komen. “En toen ik weer terug moest, voor mijn tweede jaar, voelde ik alleen maar stress.”

Huilen

Dat werd niet minder, ondanks een betere voorbereiding op het nieuwe collegejaar. “Ik wist natuurlijk wat ik kon verwachten, maar er waren nog altijd genoeg nieuwe uitdagingen.” Zo miste Anna vaak een tutor in de onderwijsgroepen. “Dat bleek een reden te hebben”, vertelt ze. “We moesten veel meer met elkaar discussiëren en leren om kritisch te denken. In je latere carrière houdt tenslotte ook niemand je hand vast, je moet het zelf doen. Ik werd op de proef gesteld.”

Na een paar maanden ging het spreekwoordelijke licht uit. “Ik voelde me volledig uitgeput, alsof ik verlamd was. Ik ben van nature heel optimistisch en positief, maar nu kon ik alleen maar huilen. Ik ging wel naar mijn onderwijsgroepen, omdat het moest, maar ik kreeg niks mee. Mentaal was ik afwezig.” Ook lichamelijk begon ze klachten te krijgen, Anna werd ziek en herstelde nauwelijks. “Mijn lijf kreeg dat niet meer voor elkaar, in combinatie met die mentale uitputting.” Ze raakte in een isolement, zag haar vrienden nauwelijks, de eenzaamheid sloeg toe. “Je belandt in een vicieuze cirkel, want als je je niet goed voelt, sluit je je af.”

Prestatiedruk

De 26-jarige Marie (haar achternaam en opleiding zijn bekend bij de redactie) weet waar Anna doorheen is gegaan. Zij kwam in augustus 2023 naar Maastricht voor haar master, slechts twee weken na het afronden van haar bachelor in Duitsland, en voelde zich eveneens overweldigd door alle nieuwe indrukken en de werkwijze aan de universiteit. “Het onderwijs is heel anders dan wat ik was gewend. Meer tentamens, meer lesperiodes, lange dagen, wekelijkse opdrachten. Ik voelde me opgejaagd. In Duitsland heb je meer vrijheid om te kiezen wat je wanneer doet. Ik studeerde 10 tot 12 uur per dag om maar niks te missen, na de eerste periode was ik doodmoe.”

"Binnen de universiteit wedijveren studenten voortdurend met elkaar, er staat altijd wel iets op het spel”

Tijd om bij te komen was er niet, na een weekend vrijaf begon de mallemolen weer van voren af aan. Marie, die in 2021 was gediagnosticeerd met migraine, een hersenaandoening die leidt tot heftige hoofdpijnen, werd ziek. “Ik ben naar mijn studieadviseur gegaan omdat ik al snel doorkreeg dat het moeilijk zou worden om het allemaal vol te houden.” Samen bespraken ze dat het beter was om te studeren op een wat lager tempo. Zo kon Marie haar vakken en tentamens uitsmeren over een langere periode. Een voor haar werkbare oplossing, maar wel dankzij de financiële steun van haar ouders – een luxe die niet iedere student heeft.

“Dat was heel fijn, maar tegelijkertijd kreeg ik het gevoel dat ik harder moest presteren om niet achterop te raken. Ik wil niet falen, leg mezelf voortdurend druk op. Of mijn omgeving doet dat, door te verwachten dat ik carrière maak of iets groots bereik. En binnen de universiteit wedijveren studenten voortdurend met elkaar, er staat altijd wel iets op het spel.” Mede daarom ziet ze na het afronden van haar master geen toekomst voor zichzelf weggelegd in de academische wereld. “Die is me te competitief en te stressvol. Voor je het weet, kook je over.”

Angst, depressie en stress

De verhalen van Anna en Marie staan niet op zichzelf. In november 2025 verscheen de derde Monitor Mentale Gezondheid en Middelengebruik Studenten, een onderzoek van het Trimbos-instituut, het RIVM en GGD Nederland onder ruim 25 duizend studenten in het Nederlandse hoger onderwijs. Daarin geeft meer dan de helft van de ondervraagden aan dat hun studie de grootste bron van stress is, gevolgd door onder andere financiële zorgen, persoonlijke problemen en onzekerheid over de toekomst. Vier op de vijf ondervraagden hebben last van angsten of voelen zich depressief, een kwart voelt zich soms levensmoe.

"De hulpvragen zijn vaak complexer en intens"

Voor de negen (student)psychologen van de Universiteit Maastricht is dat niet nieuw. De meest voorkomende hulpvragen die in 2024 bij hen binnenkwamen (de cijfers uit 2025 zijn nog niet beschikbaar) hadden te maken met spanningsklachten, stress, angst en faalangst. 925 Studenten maakten in dat jaar gebruik van het inloopspreekuur en 383 werden individueel begeleid.

Bekeken over de afgelopen drie jaar (2022-2024), hebben meer studenten hun weg gevonden naar de UM-psychologen. Zo klopten er meer aan voor het dagelijkse inloopspreekuur en “nam het aantal intakes en vervolgafspraken al in 2023 duidelijk toe, net als in 2024”, aldus teamleider Frederike Vrancken-Hanouwer. Daarmee doelt ze op het traject van individuele begeleiding waarin studenten gemiddeld vijf sessies krijgen aangeboden. “Ze lijken ook gemakkelijker hulp te zoeken en zijn opener. Maar die lagere drempel betekent niet dat er geen sprake is van geestelijke nood, de hulpvragen zijn vaak complexer en intens.” De afgelopen jaren is ook geïnvesteerd in extra personeel, studenten kunnen nu binnen een week terecht.

Wie uiteindelijk aanklopt, varieert, er springt niet één specifieke groep uit, zoals bijvoorbeeld de internationals die vaak van huis zijn. Net zomin als er onderscheid is tussen de genders of eerstejaars en ouderejaars. “Het is een redelijke afspiegeling van de samenstelling van de Maastrichtse studentenpopulatie”, aldus Vrancken-Hanouwer. Wel zien de psychologen dat internationale studenten die niet staan ingeschreven bij een huisarts of onvoldoende zijn verzekerd voor mentale zorg, moeilijker gepaste en reguliere hulp kunnen krijgen.

Hulp

De Duitse Marie ondervond dat aan den lijve. Zij zocht psychologische hulp in haar thuisland, omdat ze in Nederland geen zorgverzekering had. “Ik heb wel bij de UM aangeklopt, maar die vijf sessies waren voor mij te weinig.” Inmiddels heeft ze een psycholoog gevonden in Maastricht met wie ze veelvuldig praat. “Over mijn angsten, de stress, onzekerheid over de toekomst. Alles hoopt een keer op en dan heb je hulp nodig. Ik zie het ook bij medestudenten, ze zijn depressief of angstig en sommigen kampen met eetstoornissen.”

"Hoe ik hulp kon krijgen, wist ik niet. UM-psychologen? Waar dan?"

In tegenstelling tot Marie zocht Anna geen professionele hulp. Niet omdat dat ze dat niet wilde, ze wist simpelweg niet waar ze terechtkon, of bij wie. “De blokcoördinatoren vertelden voortdurend dat je vooral niet bij hen moest zijn als je ergens tegenaan liep. Ik vond dat intimiderend. Maar hoe ik dan wel hulp kon krijgen, wist ik niet. UM-psychologen? Waar dan? Ik voelde me echt losgelaten, ontheemd.”

“Buitengewoon vervelend”, zegt teamleider Vrancken-Hanouwer van de psychologen. Ze wijst erop dat ze er alles aan doen om zichtbaar te zijn en studenten bewust te maken van hun aanwezigheid. Dat gebeurt onder andere via de website van de universiteit en sociale media. “Maar ook via docenten, mentoren en studieadviseurs op de faculteiten kunnen studenten aankloppen voor hulp en ondersteuning, in de vorm van bijvoorbeeld workshops.” Dat ondanks al die inspanningen voor sommigen de weg naar de psychologen een onvindbare blijkt, blijft volgens Vrancken-Hanouwer “een voortdurend punt van aandacht”.

Anna kwam uiteindelijk via een vriendin terecht bij studentenpastoraat The InnBetween, waar ze op donderdagen aanschoof bij Tafelen, een driegangendiner speciaal voor studenten. “Op een gegeven moment kwam ik daar Glenn Proctor tegen, een van de begeleiders. Hij vroeg altijd hoe het met me ging en als je voelt dat iemand om je geeft, ga je vanzelf je verhaal vertellen. Zoiets gaat heel natuurlijk, je hebt niet het gevoel dat je helemaal wordt geanalyseerd.” Dat is ook (deels) het streven, laat Proctor in een schriftelijke reactie aan Observant weten. Samen met zijn collega’s binnen het studentenpastoraat probeert hij op een informelere en laagdrempelige wijze in gesprek te gaan met studenten om erachter te komen waar behoefte aan is en hoe de juiste (professionele) zorg kan worden geboden.

Teruggeven

Zo zijn er meer plekken in Maastricht waar studenten ongedwongen hun verhaal kunnen delen en zich, zoals Marie het omschrijft, “gezien voelen”. “Ik kom graag bij Thuis, een christelijke studentengemeenschap, en ik ben ook bij @ease geweest, waar jongeren met problemen een luisterend oor vinden. Ik heb veel geprobeerd.” Inmiddels is ze vrijwilliger bij UnliMited-Students, waar studenten met bijvoorbeeld beperkingen, chronische ziekten en psychische aandoeningen steun bij elkaar kunnen vinden. “Ik vind het fijn om te weten dat ik niet de enige ben die worstelt, zo heb ik het gevoel dat ik iets terug kan geven.”

"Ik heb niet goed kunnen inschatten wat ik in Maastricht kon verwachten van het onderwijs, dat is jammer"

Datzelfde doet Anna bij The InnBetween, waar ze nu een van de coördinatoren is van Tafelen en ze naar eigen zeggen “een heel nieuwe familie heeft gevonden met wie ze haar ervaringen kan delen”.  Ze is gelukkiger nu, het gaat veel beter, al ligt de prestatiedruk altijd op de loer. “Ik blijf het jammer vinden dat ik niet goed heb kunnen inschatten wat ik in Maastricht kon verwachten van het onderwijs en hoe competitief het kan zijn. Zeker voor internationale studenten is het een heel andere wereld. Ik had meer steun verwacht vanuit de universiteit en vooral meer oog voor de roostering zodat ik tripjes naar huis eerder kan plannen. Last minute vliegtickets zijn nauwelijks te krijgen, of heel duur. Een beetje meer begrip voor het feit dat mensen lang van huis zijn, nieuwe vrienden moeten maken en eenzaam kunnen zijn, zou zeer welkom zijn. Hard werken hoort erbij als student, maar uiteindelijk zijn we gewoon mensen.”

Europees onderzoek naar oorzaak mentale problemen

In meer dan 60 procent van de gevallen, beginnen mentale problemen voordat iemand 25 is. Maar waar de een na een paar bezoeken aan een psycholoog opknapt, blijft de ander jarenlang op en af problemen houden. Hoe kan dat? Welke factoren spelen daarbij een rol? Dat probeert de Europese studie Youth-GEMs, geleid vanuit de Universiteit Maastricht door Bart Rutten, hoogleraar psychiatrie en neuropsychologie, uit te zoeken.

In het onderzoek worden jongeren tussen de 12-25 jaar gevolgd met beginnende mentale klachten. “Ze staan op de wachtlijst voor of zijn korter dan twee maanden in behandeling bij een psycholoog of psychiater. Of ze hebben hulp gevraagd aan een andere professional, denk aan de huisarts of studiebegeleider”, zegt onderzoeksassistent Veerle Boesten.

Als ze mee willen doen, krijgen de jongeren eerst een uitgebreide basismeting, vertelt haar collega Zjulie Rutten. “Een klinisch interview, fysieke en cognitieve testen, bloed- of speekselafnamen – dat laatste is om de genetische factor te onderzoeken: heb je aanleg om gevoelig te zijn voor psychische problemen? Plus vragenlijsten.” Daarna wordt er een app op hun telefoon geïnstalleerd die data verzamelt. “Hoeveel tijd brengen ze door op sociale media, hoe vaak gaan ze de deur uit.” Gedurende twee jaar vullen de deelnemers vijf keer een online vragenlijst in.

Het is voor het eerst dat dit soort onderzoek op zo’n grote schaal wordt uitgevoerd. “We verzamelen data in zes Europese landen”, zegt Rutten.

Youth-GEMs is nog op zoek naar proefpersonen, kijk voor meer informatie op youth-gems.eu of meld je hier aan.

CF

Verantwoording

Voor dit artikel zocht Observant contact met zoveel mogelijk Maastrichtse studenten van alle faculteiten. We plaatsten een oproep op ons eigen Instagram-kanaal, zochten contact met de UM-psychologen, stichting Door het Geluid en The InnBetween en vroegen aan onze student-freelancers of zij medestudenten wilden polsen om hun verhaal te delen. De drempel daarvoor bleek hoog, uiteindelijk kwamen we via het studentenpastoraat The InnBetween in contact met Anna en Marie.

“Jezelf en anderen helpen begint met het herkennen van signalen”

Sinds 2023 richt ook de stichting Door het Geluid zich op het verbeteren van de mentale gezondheid van studenten. Dat doen ze onder andere met studenten zelf die workshops geven. In inmiddels zeven steden gaan zogenoemde studentambassadeurs regelmatig in gesprek met generatiegenoten. “We leggen in de workshops bij studentenverenigingen of onderwijsinstellingen uit wat risicosignalen zijn, wat de dingen zijn waaraan je kunt merken dat je niet goed in je vel zit”, vertelt UM-geneeskundestudent Pup Halmans, die sinds een paar maanden ambassadeur is in Maastricht. “Of we leggen uit wat je bij anderen kunt herkennen, om hen te helpen. Mensen die bijvoorbeeld veel drinken doen dat niet zomaar, daar zit vaak iets achter, weet ik nu.”

“Het gaat erom bewustzijn te creëren op een laagdrempelige manier. Uiteindelijk willen we studenten die worstelen op het juiste spoor zetten en hen handvatten bieden: waar kunnen ze naartoe, wat kunnen ze doen?”, vertelt Ties Rouschop masterstudent Mental Health aan de UM en eveneens ambassadeur. Ook hij ziet dat zaken als faalangst en prestatiedruk regelmatig de mentale gezondheid onder druk zetten. “Zeker als je net begint met je studie. Je moet een nieuwe plek zoeken, omgaan met verwachtingen van de buitenwereld, je financiën op orde krijgen. En als dat eenmaal goed is, moet je je weer druk maken om je cv, omdat je een goede baan moet vinden.”

Volgens Rouschop en Halmans hoef je niet meteen naar een psycholoog als je het moeilijk hebt. “Er zijn alternatieven, dat proberen we studenten mee te geven. Een goed gesprek met familie en vrienden kan al veel helpen. Wij zeggen altijd: wees niet bang, maar praat. Dat is niet altijd even makkelijk, hopelijk helpen we daarbij.”

Illustratie: Ivana Smudja

Tags: mentaal welzijn, Trimbos instituut, monitor mentale gezondheid, welzijn, UM-psychologen, The InnBetween, @ease, spreekuur, stress, spanning, faalangst, depressief,instagramNL

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.