Als Brabander voel ik me thuis in Maastricht. Ik vind het heerlijk hier, ik wilde geneeskunde studeren, maar viel helaas af in de selectieprocedure. Toen werd het Biomedical Sciences, dat beviel zo goed dat ik heb besloten het ook af te maken. Als ik straks klaar ben, wil ik nog een master doen, in psychologie of neurologie. Sinds ik studeer ben ik wel veranderd, ik ben opener geworden, socialer. Ik maak makkelijk contact, heb genoeg vrienden, ben lid van studententennisvereniging Stennis en veel gelukkiger dan vroeger. Als kind was ik heel stil en verlegen en op verjaardagen moest ik altijd huilen als de familie langskwam, ik vond het te druk. Mijn oom zei nog niet zo lang geleden dat ik zo ben veranderd, dat is misschien wel het mooiste compliment dat iemand me kan geven.
Wat ligt er op je nachtkastje? Niks. Alles wat ik nodig heb, leg ik in bed, zoals mijn telefoon die ik gebruik als wekker. Ik heb geen boek naast me liggen, lezen doe ik heel bewust op andere plekken, ik dwing mezelf dan om op te staan. Mijn bed is bedoeld om te slapen, ik blijf ook niet doelloos liggen als ik eenmaal wakker ben.
Ik geef het meeste geld uit aan…Ik heb pas mijn motorrijbewijs gehaald en een motor gekocht. Die had ik mezelf beloofd als ik alles zou halen van mijn tweede jaar. Ik heb dat deels over moeten doen, omdat ik net een punt te weinig had om door te mogen naar het derde jaar. Dat was heel zuur, ik moest twee vakken herkansen en een verslag opnieuw schrijven. Daar stond tegenover dat ik zoveel tijd over had dat ik kon werken en sparen en nu heb ik een Kawasaki van 300cc, veel zwaarder mag niet als jonge en beginnend bestuurder. Als motorrijder ben je kwetsbaarder in het verkeer, maar ik vind het niet eng, in tegenstelling tot mijn moeder. Mijn vader vindt het prima, mijn stiefvader zelfs geweldig, hij heeft vroeger een motorwinkel gehad.
"De tweede keer dat we de Mont Ventoux beklommen, zag ik al de achteruitgang. Mijn moeder haalde op wilskracht de top"
Vaders- of moederskindje? Mijn ouders zijn gescheiden, ik heb een heel goede band met mijn moeder. Heel anders dan met mijn vader, specialer. Ze heeft Multiple Sclerose, een aandoening aan het zenuwstelsel, en is al ziek sinds ik klein was. Door haar wilde ik geneeskunde studeren en ga ik straks door met neuropsychologie. Ik ben mijn moeders mantelzorger, als ik in de weekenden naar huis ga doe ik bijvoorbeeld de boodschappen en laat ik de hond uit. Jaren geleden heb ik nog met haar de Mont Ventoux beklommen, te voet. Twee keer zelfs, een tocht van 22 kilometer om geld op te halen voor onderzoek. De tweede keer dat we het deden zag ik al de achteruitgang, mijn moeder heeft toen echt op wilskracht de top gehaald. Ze zou het nu niet meer kunnen en heeft me ook gezegd dat ik haar moet tegenhouden als ze het nog eens zou willen proberen.
’s Nachts pieker ik over …heel veel dingen. Dat deed ik vroeger al, door de scheiding van mijn ouders en de ziekte van mijn moeder. Ik dacht toen veel na over wat er zou kunnen gaan gebeuren, nu maak ik me vooral druk over sociale dingen, ben ik bang dat ik iets verkeerd heb gezegd en iemand me niet meer aardig vindt. Ik ben impulsief, moet beter leren omgaan met emoties. Daar heb ik over gesproken met een psycholoog, dat heeft wel wat geholpen. Ik schaam me er ook niet voor om te zeggen dat ik hulp heb gezocht en begrijp niet waarom er zo’n taboe op rust. Door er zo open over te zijn, hoop ik dat anderen zich ook durven uit te spreken.
"Ik droom van een eigen huis, een gezin en een baan als onderzoeker binnen de neuropsychologie, hier op de universiteit of erbuiten"
Ik ben vernoemd naar … niemand. Sibe is Fries, maar mijn ouders komen niet uit het noorden. Ze zagen de naam in een boekje en vonden ‘m mooi. Hij is ook net even anders, zonder die E in het midden.
Dit is moeilijk aan de liefde. Ik wil iemand tegenkomen met wie ik de rest van mijn leven samenblijf, met wie ik kan nadenken over een toekomst. Ik droom van een eigen huis, een gezin en een baan als onderzoeker binnen de neuropsychologie, hier op de universiteit of erbuiten. Ik zie al voor me dat mijn zoon of dochter op voetbal gaat en ik de trainer ben van het team, zoals mijn vader vroeger mijn trainer was. Maar zulke dromen zijn niet zo gemakkelijk te delen met meisjes die ik hier tegenkom, we zitten toch op verschillende levels. Niet iedereen van mijn leeftijd is al zover als ik ben wat betreft de invulling van het huisje-boompje-beestje ideaal. Op de middelbare school heb ik wel vriendinnetjes gehad, maar sinds ik studeer ben ik met niemand samen geweest.
Wat is er online over jou te vinden? Niet zo heel veel. Ik heb wel een account op Instagram, af en toe post ik een foto van de vakantie of een leuke dag, maar uiteindelijk ben ik niet zo bezig met sociale media. Ik vind mijn leven niet interessant genoeg om veel te delen. Bovendien is het goed om het professioneel te houden, zeker als je straks een baan zoekt.
"Ik geloof niet in leven na de dood, ik ben heel nuchter wat dat betreft"
Wat is je grootste angst? Ik ben niet zo bang voor dingen, maar als ik dan iets zou moeten zeggen, is het doodgaan. Ik heb best een leuk leven, jammer als dat ophoudt. Leven na de dood? Daar geloof ik niet in, ik ben heel nuchter en bekijk het met een wetenschappelijke blik. Als onze hersenen stoppen met werken, is het net of je een computer uitzet. Er is dan gewoon niks meer, ook geen pijn, geen lijden. That’s it. Ik ben gelovig opgevoed, heb de communie gedaan, maar kreeg toch vooral mee dat ik mijn eigen weg moest zoeken. Mijn moeder heeft wel het idee dat er iets is, zij houdt zich vast aan de gedachte dat mijn overleden opa ervoor zorgt dat het altijd lekker weer is op onze verjaardagen.