Trumps inval in Venezuela? Daar wist de zestienjarige alles van. Dat de Amerikaanse president Groenland wil? Ook bekend mee. Protesten in Iran? Idem dito.
Aan de keukentafel ging het over welk nieuws jongeren bereikt. Het was een open vraag aan de oudste. Hij keek bedenkelijk. Spelfouten, het ontbreken van punten en hoofdletters zijn een doorn in het oog van moeder-redacteur, daar wordt hij meteen op gecorrigeerd (standaard beantwoord met: “Maar je weet toch wat ik bedoel?”). ‘Waar gaat ze me deze keer van beschuldigen?’, zag ik hem denken.
Bij Observant organiseren we het Kringcongres voor zo’n honderd collega’s van de hoger onderwijsmedia. Het thema: hoe zorg je dat je gelezen wordt? Vorige week stelden we een lijstje samen met mogelijke sprekers. Daarbij viel mijn oog op de nieuwsbrief van (journalistenvakblad) Villamedia waarin het kort ging over een subsidie van een miljoen voor onderzoek naar hoe journalistiek jongeren kan bereiken. Ik lees dat deze doelgroep wel degelijk geïnteresseerd is in nieuws, maar het moet een toegevoegde waarde hebben. Ze zoeken daarbij minder de traditionele media op; ze herkennen zich niet in de inhoud en de vorm. Ze krijgen nieuws tot zich via andere bronnen. U kunt al raden welke.
De zestienjarige over TikTok: “Alles wat ik moet weten en me interesseert, komt voorbij.”
Ik: “Maar hoe weet je of het betrouwbaar is?
Hij: “NOS Stories is betrouwbaar, ze maken goede filmpjes”
Ik: “En andere bronnen?”
Hij: “BBC. Daily Mail. Daarbij, als ik iets veertig keer voorbij zie komen, dan weet ik dat het echt is gebeurd. Bovendien zie ik zo of iets nepnieuws is, gemaakt door AI.”
Ik mag het hopen.
Ik vroeg nog even door: “Weet je waarom Trump Groenland wil? Lees je ook weleens achtergrondverhalen?” Het antwoord, samengevat in mijn woorden: uitsluitend wanneer het interessant is, als het betekenis heeft binnen de wereld die hem en zijn vrienden bezighoudt. Het klinkt me niet vreemd in de oren, we merken het op de redactie ook. Studenten maken zich druk om de prijzen in de mensa, openingstijden van de bieb, nieuwe regels bij tentamens, tutorgroepen, zaken die hén aangaan. De facultaire begroting of de integratie tussen het ziekenhuis en de universiteit: een-ver-van-mijn-bed-show. Toch houden we hoop dat ze op onze website een artikel tegenkomen waarvan ze denken: ‘Interessant, ga ik lezen, ook al is het niet mijn wereld.’
De zestienjarige schotel ik vanaf nu wekelijks één (achtergrond)artikel uit de zaterdageditie van de Volkskrant voor, “over iets waarvan ik denk dat het jou aanspreekt”. Het was niet heel gemakkelijk deze keer… onderwerpen als schaken, depressies behandelen, bevallen, ijsberen, ik bladerde heen en weer. Totdat ik de rubriek van de ombudsvrouw las, over of je nu wel of niet de winnaar van Wie is de Mol in de kop moet zetten. Lichte kost. Voor deze keer dan. Al is het maar om het vak van zijn moeder beter te begrijpen.
De hoofdredacteur geeft een kijkje achter de schermen op de redactie.