Breken er voor het hoger onderwijs betere tijden aan zodra het kabinet Jetten op het bordes van het paleis staat? Het zou kunnen. D66 is de onderwijspartij. In haar verkiezingsprogramma belooft D66 de studiefinanciering te verhogen, het collegegeld voor sommige studenten te verlagen, het bindend studieadvies af te schaffen, de bezuinigingen van het vorige kabinet ongedaan te maken en de bekostiging van universiteiten minder afhankelijk te maken van het aantal studenten. Medewerkers en studenten zouden meer inspraak moeten krijgen op het beleid van de universiteit, er moet meer ruimte komen voor vrij onderzoek, meer vaste aanstellingen en er moet meer internationaal toptalent worden aangetrokken. De hoger onderwijsparagraaf van D66 leest als het verlanglijstje van een universiteitsbestuurder.
D66 is wel de grootste geworden, maar gaat een coalitie aan met partijen die dit allemaal niet willen. CDA en VVD noemen vrijwel geen enkele van deze plannen in hun programma en als ze het wel vermelden is hun standpunt meestal tegengesteld aan dat van D66. Er is, kortom, een groot verschil tussen de plannen die D66 heeft voor het hoger onderwijs en die van CDA en VVD. Meestal is het in coalitieonderhandelingen de grootste partij die het meest moet toegeven om tot een akkoord te komen. Ook een kabinetsinformateur met hart voor het hoger onderwijs kan daar waarschijnlijk niet veel aan veranderen.
Onderwijs heeft ook niet de hoogste prioriteit, zelfs niet voor D66. Het nieuwe kabinet zal vooral het leger snel willen versterken, Oekraïne willen steunen, meer huizen willen bouwen en de klimaat- en stikstofcrisis willen aanpakken. Om dit te realiseren zal mogelijk €20 miljard bezuinigd moeten worden op andere uitgaven. Een groot deel zal gevonden worden door te kortenop de groei van de zorguitgaven, maar ook andere collectieve uitgaven zullen niet aan bezuinigingen ontkomen. Ongeveer 2 procent van de collectieve uitgaven gaan naar het hoger onderwijs. Als alle collectieve uitgavenposten een proportionele bijdrage leveren aan de bezuinigingen, moet het hoger onderwijs rekening houden met €400 miljoen minder aan overheidsgeld.
Het lijkt onwaarschijnlijk dat de bezuinigingen van het vorige kabinet worden teruggedraaid of dat dure plannen als verhoging van de studiefinanciering en verlaging van het collegegeld gerealiseerd zullen worden. De mooie verkiezingsbeloftes van D66 zullen de confrontatie met de realiteit waarschijnlijk niet overleven.
Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie en hoogleraar evidence based education