Plannen voor een ‘pgo-hervorming’ zingen al een paar jaar rond in de faculteit. Het bestuur wil het onderwijs “toekomstbestendig” maken: minder afhankelijk van studentenaantallen en met een lagere werkdruk en verhoogd ‘werkplezier’ voor medewerkers (en studenten). Het komt erop neer dat stafleden minder uren kwijt moeten zijn aan onderwijstaken. Daarbij wordt onder meer gedacht aan het samenvoegen van sommige vakken, grotere tutorgroepen, gezamenlijke ‘vaardighedenvakken’ voor verschillende bachelors en meer zelfsturing door studenten.
Met het oog op Haagse bezuinigingen ziet het faculteitsbestuur de hervorming inmiddels ook als een manier om een dreigend financieel tekort gedeeltelijk op te vangen – als er niks verandert, verwacht men door een geslonken geldstroom vanuit Den Haag tegen 2029 een jaarlijks tekort van meer dan een miljoen euro. Met het samenvoegen van vakken denkt het bestuur voor de drie bachelors samen bijvoorbeeld maximaal 6.000 onderwijsuren te kunnen besparen, een bezuiniging van bijna een half miljoen euro per jaar.
Grotere groepen
Voor komend collegejaar staat voor iedere bachelor al een pilot klaar. Bij Digital Society worden de tutorgroepen bij enkele vakken vergroot van maximaal vijftien naar maximaal dertig studenten. Arts and Culture gaat experimenteren met het (deels) samenvoegen van een ‘kennis’- en een ‘vaardigheden’-vak binnen dezelfde periode, met één gezamenlijk toetsmoment en dezelfde tutoren voor de twee vakken. Bij European Studies mogen maximaal veertig studenten deelnemen aan een groepsproject dat de thesis en een aantal vakken uit periode 4 vervangt.
Toch is nog niet iedereen overtuigd, blijkt tijdens de jongste vergadering van de faculteitsraad. Raadsleden krijgen veel vragen van bezorgde collega’s, klinkt het. Ja, iedereen begrijpt dat het nodig is om kosten te besparen, zegt raadsvoorzitter Tullio Viola. “Maar hoe weten we zeker dat dit ook echt tot minder onderwijsuren leidt en niet juist tot meer werkdruk? En zijn er geen alternatieve manieren om te bezuinigen?” Andere zorgen: wordt genoeg nagedacht over mogelijke negatieve gevolgen van aanpassingen? En hoe zorg je ervoor dat ieders stem hierbij gehoord wordt? Studenten zouden graag meer willen meepraten, zegt studentlid Lena Brenken. “We zien niet overal de voordelen van in. Werkgroepen voelen nu soms al als mini-colleges. Hoe moet dat als je straks met dertig mensen zit?”
Niet in beton gegoten
Veel van die zorgen zijn de afgelopen jaren al besproken met medewerkers en studenten, verzekert Patrick Bijsmans, vice-decaan onderwijs. “Dus daar zijn we ons bewust van. Bovendien blijft kleinschalig onderwijs het uitgangspunt. We gaan alleen bij uitzondering met grotere tutorgroepen werken. En een uitkomst van de pilots kan bijvoorbeeld ook zijn: we doen die grotere groepen helemaal niet.” Er is namelijk nog niks in beton gegoten, zegt Bijsmans. “Tot nu toe is alles heel algemeen besproken, komende tijd gaan we de precieze invulling bepalen.” Onder meer tijdens enkele workshops, waarvan deze week de eerste plaatsvond, waarin alle stafleden mogen meedenken en met andere suggesties voor aanpassingen mogen komen. “Die ruimte is er.”
Daarnaast denkt de faculteit ook na over andere manieren om geld te besparen, vult directeur Constance Sommerey aan. “Maar personeel is nu eenmaal de grootste kostenpost.” Oftewel: daar moet toch iets gebeuren. “Waarbij we nu de luxe hebben dat we de rode cijfers zien aankomen en dus de tijd kunnen nemen voor aanpassingen.” Bovendien, zegt Bijsmans, “als we het pgo niet hervormen, doen we ook niks aan de werkdruk. Die moet omlaag, dat was immers het oorspronkelijke doel van deze plannen, dus daar zou je dan een andere oplossing voor moeten vinden.” Sommerey: “We moeten dit een serieuze kans geven.”