In 2024 ging de bachelor psychologie stevig op de schop. Er kwamen specialisaties in het derde jaar, zoals klinische psychologie, de mentor kreeg een grotere rol en men stapte over op programmatisch toetsen. Hierbij stellen studenten een portfolio samen, waarin ze feedback en reflectie op hun competenties verwerken. Aan het eind van het jaar beoordeelt een commissie of ze zich voldoende hebben ontwikkeld. Bijkomend voordeel – dat was althans de hoop: doordat er niet meer op cijfers en tentamens gehamerd wordt, gaat de druk van de ketel.
Dat lijkt aardig gelukt, blijkt uit de cijfers van de Nationale Studenten Enquête 2025 (NSE). Studenten konden daarin aangeven hoe zij de studiedruk ervaren op een schaal van ‘veel te laag’ tot ‘veel te hoog’. Waar vóór de herziening 42 procent van de eerstejaars de studiedruk te hoog vond, is dat nu gedaald naar 10 procent. Volgens 64 procent is het precies goed (versus 49 procent) en 20 procent vindt de druk zelfs te laag (eerst: 3 procent).
Uitdagingen nodig
Is dat laatste eigenlijk wel zo positief, vroeg Anna Sagana, lid namens het wetenschappelijk personeel zich af tijdens de faculteitsraadsvergadering van januari waar de cijfers in het kader van de nominale plannen, waarin het onderwijs voor komend jaar staat beschreven, werden besproken. “Iedereen heeft uitdagingen nodig om te kunnen leren en groeien. Krijgen de studenten die nog wel genoeg als eenvijfde het te makkelijk vindt? Ik vind het zelfs niet erg als een deel het te moeilijk vindt. Niet iedereen hoeft daarna een academische carrière na te jagen – er mogen best mensen zijn die de studie lastig vinden.”
Rob Ruiter, die Anke Sambeth per 1 januari heeft opgevolgd als vice-decaan onderwijs, was het tot op zekere hoogte met Sagana eens, maar vond het bovenal te vroeg om er iets over te zeggen. “Het nieuwe curriculum is in september 2024 ingegaan en de NSE is in januari en februari van 2025 afgenomen, de studenten hadden toen net een paar maanden achter de rug.”
Grootste pijnpunt
Een heel ander verhaal is het bij de bachelor Brain Science, ook van FPN. Daar vindt 30 procent van de studenten de studiedruk te hoog en 11 procent zelfs veel te hoog. De programmacommissie is hiervan op de hoogte en probeert er iets aan te doen, wist studentraadslid Roos Spierings, die zelf Brain Science studeert. “Maar ze zeiden ook dat het nu eenmaal veel stof is.”
Ze kreeg bijval van voorzitter Michael Capalbo. “Dit is het grootste pijnpunt voor de studenten Brain Science, maar in deze nominale plannen zie ik nog geen veranderingen terug. Dat is zorgelijk.”