In mijn omgeving lijkt het halen van een rijbewijs steeds minder vanzelfsprekend. Het kost immers tijd, geld en moeite. In plaats van een praktisch middel dat vrijheid en mogelijkheden met zich meebrengt, zien mensen van mijn leeftijd het steeds vaker als een luxe. Veel wuiven ook het nut van een rijbewijs weg: “Ik heb nu even geen tijd”, “Het komt later wel”, of “Het is toch niet nodig met het ov”.
Een tijdje geleden ging ik met een vriendin lunchen. Ze woont in Amsterdam, en was voor de eerste keer in lange tijd weer terug in Limburg. Zij is net zo oud als ik, maar waar ik inmiddels al ruim twee jaar rondrijd, is zij nog niet eens begonnen met rijlessen. “Ik heb er nu geen tijd voor, ” zei ze, terwijl ze naar de menukaart keek, alsof daar ergens tussen de vers belegde broodjes en gebakjes een snellere manier verborgen lag om een rijbewijs te halen.
Ik kan me mijn rijlessen nog goed herinneren: klamme handen aan het stuur bij de eerste bijzondere verrichtingen (hellingproef, keren op de weg), voor de eerste keer invoegen op de snelweg met een bonzend hart en de uiteenlopende gesprekken met mijn instructeur. Natuurlijk was er ook frustratie. Vooral als het fileparkeren weer niet in één keer lukte en ik het gevoel had dat de hele straat me aanstaarde. Maar uiteindelijk haalde ik zowel mijn theorie als praktijk in één keer.
To have or not to have, het klinkt misschien als een overdreven vraag voor iets als een rijbewijs. Want terwijl steeds meer mensen het rijbewijs laten voor wat het is, voel ik elke keer dat ik de autosleutels pak een gevoel van vrijheid dat niemand me kan afnemen. De vrijheid om te gaan en staan waar ik wil. In mijn kleine auto wordt zelfs de vaste route naar de supermarkt een avontuur.
Britt van Cruchten, derdejaars Rechtsgeleerdheid