Dat is opmerkelijk: de FHML-raad vergaderde sinds de aankondiging van de integratie in 2023 immers al meermaals achter gesloten deuren met bestuurders. Toch blijkt nog altijd niet iedereen overtuigd van de noodzaak het ziekenhuis met de héle universiteit samen te laten gaan onder een nieuw bestuurscollege.
Nauwer samenwerken kan immers ook op andere manieren, betoogde Jonathan van Tilburg, raadslid voor het wetenschappelijk personeel (wp): “We zitten hier toch allemaal in hetzelfde kleine gebiedje? Zo’n extra bestuurlijke laag creëert alleen maar ruis en onduidelijkheid. Waarom staat er nergens: we móeten dit doen, anders gebeurt dát?” En uit de studentengeleding klonk de vraag: “Waarom wordt niet zoals elders alleen geneeskunde samengevoegd met het ziekenhuis?”
"Niet acceptabel"
Omdat het, stelde ziekenhuischef Helen Mertens, op dit moment niet anders kan. Ze verwees onder meer naar Rotterdam. Daar kwam de geneeskundefaculteit na een huwelijk met het academisch ziekenhuis te ver van de rest van de Erasmus Universiteit af te staan. Dus enkel de FHML met het ziekenhuis laten samengaan “was voor de UM niet acceptabel”. Daarbij zou het nieuwe ‘fusieproduct’ beter kunnen reageren op bedreigingen zoals bezuinigingen op de zorg, zei UM-collegevoorzitter Rianne Letschert. Een gezamenlijk bestuur maakt daarbij “domeinoverstijgende samenwerking” gemakkelijker – op hoe dat er in de praktijk uitziet, ging ze niet in.
Maar waarom op deze manier? Er wordt nu toch ook al samengewerkt? Volgens Letschert is de huidige situatie kwetsbaar. “Het mag er niet van afhangen of je als bestuurders toevallig goed samenwerkt en elkaar opzoekt, zoals nu gebeurt. We kunnen ons dat niet veroorloven.”
"Gelabeld geld"
Hoe zit het met de machtsverhoudingen? Sneeuwen onderwijs en onderzoek straks niet onder bij de zorg, bijvoorbeeld in crisissituaties? Nee, stelt Mertens, er kan immers niet geschoven worden met “gelabeld geld”. Maar wat als er straks vijf “witte jassen” in het overkoepelende bestuur zitten, mensen die meer met het ziekenhuis hebben dan de universiteit? Letschert wijst erop dat dit bestuur unanieme beslissingen moet nemen, en de rector daarin de stemmen van de zes decanen vertegenwoordigd. “De andere vier bestuurders moeten van goeden huize komen willen ze dat zomaar in de wind slaan.”
Ook de dubbele pet die de baas van het MUMC+ volgens de plannen gaat dragen zat de raad niet lekker. Die moet verantwoording afleggen aan het bestuurscollege waarvan hij of zij zelf deel uitmaakt. Had dat niet anders gekund, vroeg raadsvoorzitter Iwan de Jong. Opnieuw zei Mertens: op dit moment niet. Als er in dat bestuur besluiten over het ziekenhuis genomen worden, móet daar volgens haar iemand zitten “die met de voeten in de klei daarvan staat”.
En hoe zit het met de hele integratie, vroeg Martina Parić, raadslid voor het wp. “Wat als de conclusie straks is dat dit echt niet werkt?” ‘Ontvlechten’ kan, reageerde Mertens, want ziekenhuis en universiteit blijven formeel aparte rechtspersonen. “Maar het is wel ingewikkeld.”
"Onvoldoende goed doordacht"
Over haar eigen positie binnen het nieuwe MUMC+ had de raad zorgen. Daarover vermelden de documenten niets, merkte Patrick van Gorp (raadslid voor het OBP) op. “Moet je dat niet van tevoren regelen in plaats van zien hoe het gaat?” De bevoegdheden van de raad veranderen niet, bezwoeren Letschert en Mertens, maar die laatste moest toegeven: “De medezeggenschap hebben we onvoldoende goed doordacht. Het was handig geweest als goed uitgewerkt was hoe die eruitziet. Maar dat is fase 2.”
De raadsleden namen er genoegen mee, zoals ze de bestuurders dinsdag wel vaker lieten wegkomen met vrij algemene antwoorden. Is er straks inderdaad minder bureaucratie? “De instellingen blijven immers beide een eigen rechtspersoon met een eigen begroting en eigen ict-systemen”, zei de raad. UM-vicevoorzitter Jan-Tjitte Meindersma werd niet concreet in zijn antwoord dat “met één bestuur ook de bedrijfsvoering gemakkelijker wordt”. Daar bleef het bij.
Navraag bij enkele raadsleden leert dat de antwoorden hen maar deels overtuigd hebben. Op zijn vroegst op 25 februari stemt de universiteitsraad over de plannen. Wanneer de FHML-raad zelf tot stemming overgaat, is nog niet bekend.
Peter Doorakkers en Dennis Vaendel