Hebben we goed en wel een nieuw kabinet, mogen we binnenkort weer naar de stembus. Op 18 maart aanstaande, geheel volgens planning. De stembusgang dient dit keer om gemeenteraden in het zadel te helpen. Maar nog voor er een vakje rood is gekleurd, ja, nog voor de stembiljetten klaarliggen, is er al gedoe. Bij een deel van dat premature gekrakeel komt de rechter eraan te pas. Zo moest die al knopen doorhakken over voor- en achternamen die verkeerd op kandidatenlijsten stonden, was er een twist over een naam van een partij die voluit op de lijst stond in plaats van afgekort (echt verschrikkelijk natuurlijk) en werd geruzied over de vraag of een handtekening op een ondersteuningsverklaring wel voldoende leek op de handtekening in het paspoort van een kandidaat. Heus, ik verzin het niet. Klein bier dat mij vooral vreselijk doet verlangen naar groot bier.
Die lokale verkiezingen zijn natuurlijk wel degelijk belangrijk en interessant. Maar, nomen est omen, ze kenmerken zich daarnaast door een hoop couleur locale. Soms heel akelig: er zijn kandidaten die van een lijst af willen omdat hun gezin en familie bedreigd worden. Soms vermakelijk. Zo zal ik toch niet de enige zijn die kortsluiting in het hoofd krijgt bij partijnamen zoals ‘Oranje Republikeinse Piraten’? Oranje, ah, connotaties met het koningshuis, of nee, toch niet, leve de republiek! Ook amusant zijn de vermeend wervende slogans waarmee lokale partijen kiezers denken te lokken. Kijk ik naar Maastricht, dan stuit ik bijvoorbeeld op ‘Geef de stad terug aan de inwoners’ en ‘Mèt belump’. Ik durf niet eens te zeggen of ik ze nu veelzeggend of nietszeggend vind (als ik ze al snap). En wat te denken van het diepzinnige ‘Nie maawe, mar bouwe!’? Dat is niet de lijfspreuk van Prins Dingus d’n Erste in Knotjegat (ja, ook ik stortte mij vorige week maar weer eens in het carnavalsgedruis), maar van de VVD in mijn woonplaats Tilburg, één van de grootse gemeenten van Nederland.
Ik weet dat talloze hardwerkende idealisten veel tijd en energie steken in de lokale politiek en dat verdient lof. Maar zulke slogans doen de wenkbrauwen fronsen. De lokale politiek lijkt niet meteen het werkterrein te zijn van taalvirtuozen. Toch kan zo’n tenenkrommende leuze wel een beetje als stemwijzer dienen. En je voornemen om vooral niet op een bepaalde partij te stemmen bevestigen.
Sander Jansen, universitair hoofddocent aan de rechtenfaculteit