Het is een kleurrijke chaos in de grote hal van FSE, de donderdag voor de carnavalsvakantie. En niet vanwege het naderende volksfeest. Zo’n honderd middelbare scholieren van vijf scholen uit de regio mogen hun profielwerkstukken presenteren aan een academisch publiek. Dat doen ze met zelfontworpen posters die ze nog wel even moeten ophangen. Op manshoge prikborden zijn binnen no time grote vellen papier vastgepind over uiteenlopende onderwerpen zoals de techniek in een Formule 1-auto, vegan roomijs en het effect van beweging op ouderen. Zodra alles goed hangt kan de driekoppige jury, met vice-decaan Harm Askes van FSE, zijn rondje gaan maken.
Enthousiasmeren
Monique Scheepens kijkt tevreden toe. Zij is vanuit de faculteit de initiator van het Bètasteunpunt Limburg waarin sinds twee jaar docenten uit het voortgezet onderwijs in de regio en academici samenwerken. De posterpresentatie is daarvan een resultaat, docenten en studenten van FSE gingen langs bij scholen en hielpen leerlingen op weg met hun onderzoek. “Het is maar een van de dingen die we doen. Onlangs gaf een docent van ons een lezing over klimaatverandering en biodiversiteit, als een soort College Tour. We willen leerlingen enthousiasmeren voor een bètastudie en zorgen voor een betere aansluiting tussen middelbare school en universiteit.”
Daar horen ook lessen bij die - met input vanuit FSE - worden ontwikkeld door middelbare schooldocenten die een dag per week gedetacheerd worden bij het steunpunt. Een van hen is Leonie Titulaer die scheikunde geeft aan het Maastrichtse Porta Mosana College. De afgelopen anderhalf jaar was ze elke maandag bij FSE aan het werk. “Kijk”, zegt ze, terwijl ze op haar scherm informatie tevoorschijn tovert over massaspectrometrie, een techniek om moleculen te identificeren. “Dit is een onderwerp dat ik sowieso al met mijn eigen leerlingen in de bovenbouw zou bespreken, maar we hebben er nu een academisch sausje overheen gegoten, het wat uitdagender gemaakt, waardoor ze weten hoe het zou zijn als ze dit aan de universiteit volgen.”
Meiden
“Wij willen ook een zo goed mogelijk toekomstbeeld schetsen”, vult Melissa Cremers aan. Zij is vanuit het Graaf Huyncollege in Geleen betrokken. “Aan de universiteit kies je namelijk voor een richting en niet per se een beroep. Door ze dat te laten inzien, wordt de keuze voor een bètastudie misschien wel makkelijker. Met name voor meisjes, die het vaak links laten liggen.”
Dat blijkt niet direct op de bijeenkomst bij FSE, waar het aantal meiden en jongens zo’n beetje gelijk lijkt te zijn. Ze hebben (vrijwel) allemaal een bètaprofiel zoals Natuur en Gezondheid en Natuur & Techniek, met vakken als wiskunde A of B, scheikunde en natuurkunde. Toch lijkt het voor de jongens al veel meer een uitgemaakte zaak dat ze straks een hardcore studie in die richting gaan doen, dan voor hun vrouwelijke klasgenoten. “Ik wil graag rechten studeren, dat trekt me toch meer”, vertelt een leerlinge uit 6VWO, die onderzoek deed naar de invloed van sociale media op eetstoornissen. “Bedrijfskunde”, klinkt het bij haar buurvrouw. “Of misschien toch iets met gezondheidswetenschappen.” Iets verderop staan twee meiden bij een poster met een afbeelding van Batman en vertellen ze over hun onderzoek naar pijnstillers, volgens hen “de onzichtbare helden van de gezondheid”. Of ze daarmee straks ook verder gaan? “Nee, ik wil iets doen met cybercrime”, zegt een van hen, waarmee ze de deur naar een bètastudie als Computer Science nog wel op een kier houdt.
Er is werk aan de winkel, zegt een docent natuurkunde die is komen kijken naar het werk van zijn leerlingen. En dan gaat het om meer dan alleen het enthousiast maken van jonge vrouwen voor zijn vakgebied. “Het algemene niveau van natuurkunde en bètavakken daalt, er wordt steeds meer uit het curriculum gehaald. De meiden die het wel kiezen, zijn heel sterk. Wat het steunpunt doet is prima. Maar de samenwerking mag zelfs nog inniger, bij dit project had zelfs meer kennis mogen worden gedeeld, er is nog een wereld te winnen.”
Begroting
Monique Scheepens van FSE zou niets liever willen, wat haar betreft krijgt het steunpunt een vaste plek in de faculteitsplannen- én begroting. “We worden nu betaald uit de RAP-gelden [een subsidiepotje voor de aanpak van regionale lerarentekorten] en kregen subsidie vanuit het Landelijk Overleg Bètadecanen, maar we willen graag een structurele bekostiging. Daarvoor moeten we laten zien dat het steunpunt van toegevoegde waarde is.”
Daar is vice-decaan Askes wel van overtuigd nadat hij alle presentaties heeft bekeken, maar toezeggingen over geld kan hij niet doen. “Wat ik heb gezien maakt me enthousiast, met scholieren uit de hele regio, de één wat verder dan de ander, maar allemaal met een inspirerend verhaal.” Dat ze ook nog eens potentiële studenten kunnen zijn, is mooi meegenomen. “Het is belangrijk om te laten zien wie we zijn als faculteit en met name die angst voor de bètakant weg te nemen, zeker bij meisjes. Hen heb je juist nodig, zij zijn gedreven en hebben vaker een bredere blik, waar jongens eerder sommen willen oplossen.”
Even later mag Askes - die de aanwezigen nog verklapt dat alle presentaties beter waren dan die van hemzelf op 17-jarige leeftijd - de eerste prijs uitreiken. De eer gaat naar het onderzoek over de invloed van onder andere sport en school op de motivatie van leerlingen en hun mentaal welzijn. De makers: drie meiden.