“Verkiezingen? Waarbij wij als internationals mogen stemmen? De Europese, maar die zijn toch pas weer over een paar jaar?” Verbaasde blikken op de gezichten van een Portugese en een Oostenrijkse studente in de tuin van de rechtenfaculteit. Eén van de twee heeft wel afgelopen maand haar stempas op de deurmat gevonden. “Maar daar zag ik zo snel alleen Nederlandse tekst op staan, toen heb ik ‘m weggelegd.”
De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen ligt, zeker vergeleken met de landelijke verkiezingen, vaak laag. In 2022 kwam landelijk maar ongeveer de helft van de stemgerechtigden opdagen (in Maastricht was dat met 45 procent nog minder). Onder jongeren tussen de 18 en 25 jaar lag dat percentage nog een stuk lager.
Waar de achttien Nederlanders die Observant sprak vrijwel allemaal op de hoogte zijn van de naderende verkiezingen (op een enkeling na die “niets met politiek” heeft), gaat er bij tien van de 32 studenten uit een ander EU-land geen belletje rinkelen. Ze hebben vaak “al een tijdje niet meer in de brievenbus gekeken”, en dus geen post van de gemeente gezien, en ook de verkiezingsposters langs de weg zijn hen niet opgevallen. “Zelfs bij onze studie, waar we nota bene les krijgen over het belang van stemmen en je rechten als burger, weten velen het niet”, verzucht een Duitse student European Studies. Terwijl deze groep, mits ingeschreven bij de gemeente, wel mag stemmen – net als mensen van buiten de EU die al minstens vijf jaar legaal in Nederland wonen.
Totaal geen idee
Een Duitse rechtenstudent die “veel met politiek bezig” is, weet dat al een tijdje. “Ik wilde weten of ik hier mocht stemmen en heb het opgezocht. Toen ik erachter kwam, heb ik het meteen aan al mijn studiegenoten verteld.” De meeste andere internationals die zich ervan bewust zijn, kwamen er echter pas recent achter. Meestal via de stempas, soms via een studie- of huisgenoot of een activiteit van hun (studie)vereniging. “Best een verrassing”, klinkt het meermaals. Een andere Duitser, die Observant bij de UNS40 spreekt, is “pas sinds september hier en over 2,5 jaar waarschijnlijk weer weg” en vindt het vooral “grappig” dat hij wat te zeggen heeft. Hij gaat wel stemmen: “Het is belangrijk, studenten vormen toch een groot deel van de inwoners.”
Ongeveer de helft van de ondervraagden zegt eveneens van plan te zijn om volgende week een bolletje rood te kleuren. Een negental twijfelt nog, terwijl zeventien studenten – veelal internationals – niet gaan. Een veelgehoord argument bij die laatste groep is dat ze “totaal geen idee” hebben van hoe het Nederlandse, laat staan het lokale politieke landschap eruitziet. “Ik vind stemmen heel belangrijk, maar alleen als je goed geïnformeerd bent en echt een goed beeld hebt op wie je stemt”, zo verwoordt een Franse UCM-studente het gevoel van velen. Daarvoor moet je je verdiepen in de standpunten en politieke context, en daar hebben de meesten geen zin in. Omdat ze hier pas net wonen of juist omdat ze over een tijdje toch weer vertrekken. Bovendien hebben ze het “al druk genoeg” met hun studie en zijn ze vooral geïnteresseerd in de politiek in hun thuisland. Bij de ‘twijfelaars’ klinken vergelijkbare geluiden: zij zullen alleen gaan als ze tijd vinden om zich voldoende in te lezen.
Negatief in het nieuws
Dat inlezen is ook nog nodig voor de meeste buitenlandse studenten die wél naar het stemhokje willen trekken (veelgehoord: “Dat doe ik altijd pas vlak van tevoren”). Twee Duitsers – de een is actief binnen de universitaire medezeggenschap, de ander heeft politieke ambities – hebben wel al een keuze voor een partij gemaakt en vormen daarmee een uitzondering. Sommige anderen weten wel dat ze “liberaal” of “aan de linkerkant” willen stemmen, maar welke partijen daar precies bij passen? Daarvan hebben ze nog geen idee.
Zelfs het benoemen van een deelnemende partij lukt meerdere internationals niet. Een aantal kent er één of twee van naam, omdat ze in het nieuws waren. Zoals D66 van kersvers premier Rob Jetten, de winnaar van de landelijke verkiezingen in oktober, en Geert Wilders en zijn PVV, maar in dat laatste geval vooral omdat die “vaak in negatieve zin in de publiciteit komt, want ik zou er nooit op stemmen”, merken een Sloveense en een Duitse student op. Ook de naam Volt valt enkele keren. Een Belgische student zag de partij op de INKOM, een Duitser herkende de naam in een advertentie “omdat ze in ons land ook actief zijn.” Een ander heeft gehoord dat er ook een “green left” bestaat.
Spoedcursus
Wat niet helpt is dat er “krankzinnig veel partijen meedoen”, zegt een Duitse studente bij FASoS. ‘Even’ in alle zeventien verkiezingsprogramma’s duiken is dus onbegonnen werk. “Gelukkig heb ik een redelijk beeld gekregen door veel erover te praten met Nederlandse vrienden die geïnteresseerd zijn in politiek.” Anderen zijn nog van plan om dat komende week te gaan doen, bij één iemand staat zelfs een heuse “spoedcursus door een huisgenoot die hier al vijf jaar woont” op het programma. Ook hopen meerderen wegwijs te raken via het invullen van de Engelstalige StemWijzer waarover ze lazen in de (eveneens Engelstalige) begeleidende brief van de gemeente die bij de stempas zat. Een Tsjechische student zegt bovendien naar een verkiezingsdebat op de rechtenfaculteit te willen, een Duitser gaat ChatGPT om hulp vragen.
Verder blijkt dat menig Nederlander “geen zin” heeft om zich nog te verdiepen in de lokale partijen (“Over een paar jaar verhuis ik toch weer”) en dezelfde keuze als tijdens de afgelopen landelijke verkiezingen overweegt. Slechts één Nederlander kan een lokale partij bij naam noemen. “Ik heb via via gehoord van M:OED, omdat ze bibliotheken langer open willen houden om te studeren.” Bij anderen gaat er geen belletje rinkelen bij deze naam. Opvallend, omdat M:OED zich met twee UM-studenten als lijsttrekkers toch nadrukkelijk profileert als studentenpartij.
Vuilniszakken
De gemeenteraadsverkiezingen zijn sowieso niet of nauwelijks een topic, klinkt het regelmatig. Niet dat men nooit over politiek praat, maar dan gaat het vrijwel altijd over de landelijke politiek en het wereldtoneel. Bovendien lijken veel ondervraagden niet helemaal scherp te hebben waar de gemeenteraad zich precies mee bezighoudt. Vaak valt er eerst een lange stilte na de vraag welke thema’s of standpunten men belangrijk vindt. Daarna volgen soms onderwerpen waar gemeentes weinig tot niets over te zeggen hebben: studiefinanciering, het zorgsysteem en het internationaliseringsdebat (“Moeten sommige studies straks niet verplicht Nederlandstalig worden?”). De enkele studenten die klagen over “dat verschrikkelijke afvalsysteem met dure vuilniszakken” of die “meer groen in de stad” willen, komen dichter in de buurt. Een aantal internationals constateert overigens dat “eigenlijk al heel veel goed geregeld is hier”.
Komen studenten aan bod in de verkiezingsprogramma’s, dan draait het vooral om huisvesting (zie kader). Terecht, zo vinden velen, wanneer ze dit horen. Vrijwel iedereen kent voorbeelden van slecht onderhouden woningen, hoge huren en vervelende huisbazen. Gaan ze hun stem hiervan laten afhangen? Niet volledig, zeggen de meesten. “Ik vind het ook belangrijk hoe ze over allerlei andere thema’s denken”, vertelt een Luxemburgse studente op het studieplein van UNS40. Een Nederlandse even verderop vult aan: “Maar ze moeten wel pro-studenten zijn natuurlijk. Ik zie ook weleens posters van partijen die Maastricht weer ‘terug’ willen en studenten volgens mij liefst zo ver mogelijk buiten de stad willen hebben.”