1975-heden: Pastorale perikelen

Katholieke studentenvereniging Servatius in 1986, links pastor Peró

1975-heden: Pastorale perikelen

Serie over 50 jaar universiteit: Terug in de teit

24-03-2026 · Achtergrond

“Je moet je mijn werk voorstellen als dat van een huisarts. Je bent niet altijd nodig, maar het is fijn dat je er bent”, tekende deze krant op in 1981 uit de mond van vertrekkend studentpastor, pater jezuïet Frits van der Ven. Zo fijn vond bisschop Gijsen van Roermond dat niet. 

Gijsen kon maar niet verkroppen dat Van der Ven samen met een (protestantse) dominee de eucharistie vierde bij het studentenpastoraat; de man werd de laan uitgestuurd. Ook een volgende katholieke studentenpastor moest vertrekken bij Tafelstraat 13, waar het oecumenische pastoraat huisde, deze keer vanwege zijn openlijke homoseksualiteit waar Gijsen grote problemen mee had. De pastor weigerde echter om op te stappen, lezen we in de Observant-archieven, waarop het bisdom besloot een eigen pastoraat op te richten (en te financieren). De naam: In de Fortuyn, pal naast de Matthiaskerk in de Boschstraat. Lange tijd stond Fernando Peró er aan het hoofd. Hij omringde zich daar met studenten van de katholieke studentenvereniging Servatius.

Euthanasie

Observant besloot er eens een kijkje te nemen, ergens in 1993, toen Gijsen net onverwacht was afgetreden vanwege gezondheidsredenen, later werd duidelijk dat er nogal wat speelde rondom seksueel misbruik. Hoe dat bezoekje van de UM-redacteur aan Peró en Servatius verliep? Hij vroeg naar het aftreden van Gijsen, naar hun standpunten over euthanasie, samenwonen en abortus, naar het lidmaatschap van Peró van Opus Dei, een zeer conservatieve katholieke organisatie die door critici wordt vergeleken met een sekte. “Ik ben priester van Opus Dei, akkoord”, zei Peró. “Maar mijn functie is studentenpastor, en dat ben ik 24 uur per dag. Als zodanig ben ik alleen verantwoording schuldig aan de bisschop en aan niemand anders.” En wat vond hij van die ‘andere’ katholieke studentenpastor die aan het werk was bij Tafelstraat 13? Welke collega, leek Peró te suggereren. Er was maar één katholieke studentenpastor en dat was hij: “Ik ben de enige die door het bisdom als zodanig is benoemd.” Het artikel viel overigens niet in goede aarde bij Servatius. Achteraf beschuldigden studenten de redacteur van tendentieuze verslaggeving. “Het moest smeuïg zijn.”

Aanbellen

Katholieke studentenvereniging Servatius werd eind jaren negentig opgedoekt. Het aantal actieve leden was klein, de huur van het gebouw te hoog. Everard de Jong had het, voordat hij in 1998 werd benoemd tot hulpbisschop, wel nog geprobeerd als opvolger van Peró, maar zonder resultaat. In een interview zei De Jong het spijtig te vinden dat hij het studentenpastoraat niet “grondiger” had aangepakt. “In het begin had ik me voorgenomen om gewoon studentenhuizen af te gaan. Aanbellen en zeggen: ik ben de studentenpastor, mag ik me even voorstellen? Dat hebben mensen van Servatius afgeraden. Die dachten: dat is toch te opdringerig. Nu denk ik: waarom heb ik dat eigenlijk niet gedaan?”
Toevallig stapte op dat moment ook de katholieke pastor bij Tafelstraat 13 op. Misschien dan toch één gezamenlijke kandidaat? De Jong zag het niet gebeuren. De Tafelstraat had volgens hem “een eigen opinie” terwijl “de bisschoppen uiteindelijk [bepalen] wat katholiek is. Er is een bepaald copyright, een bepaald merkrecht en dat is toch aan de bisschoppen en paus. En je kunt niet twee pastors hebben die zich allebei katholiek noemen. Dat is voor de buitenwereld onverkoopbaar en onbegrijpelijk.” De Jong had het goed ingeschat: er kwamen weer twee pastors, de ene bij Tafelstraat 13, de ander bij de Onze Lieve Vrouwebasiliek.

Innbetween

Hoewel de oecumenische Tafelstraat steeds meer studenten wist te bereiken om te bidden, zingen, tekenen, koken of mediteren, werd het financieel lastig. Het pand werd jarenlang bekostigd door de universiteit. De salarissen van de studentenpastors echter niet; in 1978, toen Frits van der Ven officieel werd voorgedragen, wilde de Rijksuniversiteit Limburg géén geld uitgeven aan een pastor, want zo zeiden de bestuurders, het is géén rooms-katholieke universiteit. Voor de anderen gold hetzelfde. Bezuinigingen deden Tafelstraat 13 de das om. Ze verhuisden naar Capucijnenstraat 122; de naam veranderde in InnBetween. Inmiddels zijn ze weer verkast, voorlopig althans, naar het Kaleido-gebouw op Tapijn.

50 jaar universiteit

Dit is een serie over 50 jaar UM. We duiken in onze eigen archieven: welke opzienbarende, grappige, belangrijke of wonderlijke nieuwsjes komen we tegen?

Lees hier alle voorgaande afleveringen van deze serie.