“Ik denk aan huismeesters en receptionisten die niet de ‘luxe’ hebben om thuis te werken en hun auto hard nodig hebben. Het is niet zoals in de Randstad, kiezen voor het openbaar vervoer is in Zuid-Limburg vaak geen optie. Deze mensen worden hard getroffen door de hoge brandstofprijzen. Wij hebben ze nodig, zonder receptionist kan ik geen pand openen.” Het was Roy van Kessel, gebouwenbeheerder van de faculteit Science and Engineering en FNV-lid van het Lokaal Overleg, waarin de vakbonden met het CvB overleggen, die de vraag stelde. Hijzelf reist per maand zo’n 1280 kilometer van en naar zijn werk, krijgt een kilometervergoeding van zeven cent, betaalde tot voor kort zo’n 1500 euro per jaar uit eigen zak en daar komt met de huidige benzineprijzen 250 euro extra bij. Maar, zo liet hij weten: “Met mij hoef je geen medelijden te hebben.”
Jan-Tjitte Meindersma, vicevoorzitter van het college van bestuur, stond sympathiek tegenover het verzoek. Moeilijkheid is alleen: hoe moet je dit aanpakken? En kùn je het aanpakken? Een bijdrage uit bijvoorbeeld de decentrale arbeidsvoorwaardengelden – bestemd voor extra’s bovenop de CAO, zoals het kerstgeschenk; het CvB bepaalt dat meestal in overleg met het LO – is altijd ten behoeve van alle medewerkers, niet voor een specifieke groep.
LO-lid Carijn Beumer (Aob) kwam nog met een ander bezwaar. Is een tegemoetkoming in de brandstofkosten überhaupt een goed idee? Op die manier spekt de UM immers de fossiele industrie. “Kan die compensatie niet via een andere weg?”
Meindersma zegde toe dit samen met het LO te onderzoeken.